Het leven is verrukkulluk! Remco Campert tachtig jaar

- Zoom
- Remco Campert
Remco Campert is vandaag tachtig jaar geworden. De schrijver viert zijn verjaardag helaas niet. Maar niet getreurd: /Geschiedenis nodigt u uit om het feestje hier te vieren. En Campert is er ook bij: luister naar prachtige interviews en voordrachten.
Het leven is verrukkulluk!
Remco Campert werd in 1929 in Den Haag geboren. Zijn vader was de dichter en journalist Jan Campert, die in 1943 overleed in het concentratiekamp Neuengamme. De moeder van Remco was de actrice Joekie Broedelet.
Remco richtte in 1950 samen met Rudy Kousbroek het tijdschrift Braak op. Nog in dat zelfde jaar traden Lucebert en Bert Schierbeek toe tot de redactie van het tijdschrift, dat een klankbord werd van experimentele dichters. Campert zelf was de minst experimentele van deze dichters, zijn werk week minder af van de heersende normen en hij was ook minder uitbundig in zijn experimenten met de taal. Zijn debuut, de bundel 'Vogels vliegen toch' (1951) sloeg meteen aan bij een groot publiek en Campert werd bestempeld als de 'meest verstaanbare Vijftiger'.
Een halve eeuw geleden maakte Remco Campert deel uit van 'De Hollandse kolonie', een groep schrijvers en beeldende kunstenaars die kort na de oorlog in Parijs woonde en werkte, onder wie Rudy Kousbroek, Simon Vinkenoog, Lucebert, Hans Andreus, Hugo Claus, Karel Appel en Corneille.
Begonnen als dichter, wijdde Campert zich vanaf de jaren zestig steeds meer aan het schrijven van verhalen. Aanvankelijk deed hij dat in de jaren vijftig uit geldgebrek en publiceerde hij cursiefjes in bladen als 'Podium', 'Tirade', 'Vrij Nederland' en 'Het Parool'. Deze hele korte verhalen maakten geleidelijk plaats voor langere teksten die aan diepgang en complexiteit wonnen, maar die ook - evenals zijn latere gedichten - somberder werden. Zo bepalen verveling, landerigheid, eenzaamheid, verdriet en ontgoocheling de sfeer van 'Een ellendige nietsnut' (1960). Opvallend is dan ook dat zijn eveneens in de jaren zestig geschreven romans op het oog zo vrolijk zijn. Zo is 'Het leven is vurrukkulluk' (1961) een lichtvoetige roman vol woordgrappen, spelend op een warme zomerzondag in en om het Amsterdamse Vondelpark. Campert voert hierin de figuur van Kees de jongen uit het werk van Theo Thijssen als grijsaard ten tonele, samen met zijn geliefde Rosa.
Campert schreef het boekenweekgeschenk voor 1985: 'Somberman's actie'. Dit verhaal werd in 1999 verfilmd. Ook andere verhalen werden verfilmd, zoals 'Het gangstermeisje' (1965).
Remco Campert werd in 1976 onderscheiden met de P.C. Hooftprijs. Zijn werk wordt gekenmerkt door het gebruik van spreektaal, een lichte ironie en een scherpe observatie.
Naast zijn grote literaire productie schrijft Campert voor vele tijdschriften en dagbladen. De columns die hij de laatste jaren voor De Volkskrant schrijft, zijn voor het merendeel in boekvorm verschenen. Lange tijd was hij bovendien verbonden aan de organisatie van Poetry International. Daarover schreef hij de novelle 'Ohi, hoho, bang, bang of het lied van de vrijheid', een persiflage op de belevenissen van de dichters achter de schermen van het dichtersfestival. Samen met Jan Mulder heeft hij sinds 1996 een column op de voorpagina van De Volkskrant. Onder de naam CAMU schrijven de twee dagelijks columns. Deze werden ook in bundels uitgebracht. Remco Campert werd in 1976 onderscheiden met de P.C. Hooftprijs.
Bekijk en beluister
- VPRO Marathoninterview (9-8-1991)
Radiolegende Jan Donkers interviewt Campert. Camperts productie was voor 1991 al indrukwekkend, hoewel hij in de jaren zeventig een tijd lang door een writer’s block geveld werd. Maar in de jaren daarna – waarin hij de pensioensgerechtigde leeftijd bereikte – bleef hij ontzettend veel verhalen en gedichten publiceren.
- Het Leven is Verrukkulluk (1995) - Remco Campert leest voor in De Avonden.
Twee vrienden, de pianist Mees en de dichter Boeli, wandelen in het Vondelpark en komen daar het zestienjarige meisje Panda tegen. Ze zijn op slag verliefd, maar Mees is de meest doortastende en lokt haar in zijn bed. Intussen heeft Pana tweehonderd gulden gestolen van een grijsaard. Van het gestolen geld wordt een groot feest aangericht.
'Mees draaide zich om, overzag het feest en begon te lachen. Een gevoel van geluk. Zo hevig als hij het nog nooit had gekend, stroomde door hem heen en verzoende hem met bijna alles.'
- 'Niet te geloven'
Animatie naar een gedicht van Campert, die zelf de tekst insprak.