Main Content

Crossmediaal megaproject van de VPRO vandaag van start de Beagle 1: In Ushuaia op zoek naar Darwin

  • 27 juli 2009
Beagle-bier
Zoom
Beagle-bier

Vandaag start de VPRO met de lancering van de Beagle-website. Het “Beagle-project” is het grootste crossmediale project dat de VPRO ooit heeft ondernomen. Centraal staat de reconstructie van de wereldreis die natuuronderzoeker Charles Darwin van 1831 tot 1835 maakte aan boord van de Beagle. Die reis gaf hem het inzicht dat uiteindelijk zou leiden tot de publicatie in 1859 van het boek dat de mensheid voor altijd een andere kijk op het ontstaan van het leven zou geven: On the Origin of Species. De eerste tv-aflevering van de Beagle is op 13 september te zien op Nederland 2 . Maar ook op radio en internet zal de Beagle alom en permanent aanwezig zijn. Ook onze Geschiedenis-website zal uitgebreid verslag doen van de historische implicaties van Darwin’s beroemde scheepsreis. In onderstaande bijdrage doet Marnix Koolhaas verslag van een reis die hij afgelopen maand maakte naar Vuurland, en waar de beroemde zeestraat ligt die vernoemd is naar het schip dat onder het bevel stond van kapitein Fitzroy.

Crossmediaal megaproject van de VPRO vandaag van start




28 juni 2009, boven het Beagle-kanaal:

Het is een miezerige dag. Van de beloofde adembenemende aanvlucht naar de luchthaven van Ushuaia met de politiek beladen naam “Islas Malvinas” (de Argentijnse benaming voor de Falkland-eilanden – overal in Argentinië hangen posters en staan leuzen geschreven met de tekst “Islas Malvinas son Argentinas”) komt weinig terecht. Het is al zeven uur in de avond, al donker dus want hartje winter op het Zuidelijk halfrond, en ook de laaglangende bewolking geeft weinig gelegenheid om de naar Darwin’s schip vernoemde zeestraat te bewonderen.

Ik kom hier met een dubbele missie. Door een toevallige samenloop van omstandigheden is mij ongevraagd de functie van “schaatsbondscoach van Argentinië” ten deel gevallen. Hoe dat precies gegaan is, is een ingewikkeld verhaal maar het komt erop neer dat ik vier jaar geleden ben gaan schaatsen op het Lago Argentino bij El Calafate (ja, dit deel van de wereld kent redelijk strenge winters!), aldaar een zekere Jose Fazio tegenkwam die snel kon schaatsen, en hem vervolgens uitnodigde om een keer naar Nederland te komen om in Thialf te komen trainen. Van het één kwam het ander. Jose rijdt inmiddels mee in het internationale schaatscircus, en klasseerde zich afgelopen winter voor het eerst voor het wereldkampioenschap. Komend seizoen hoopt hij de eerste Zuid-Amerikaanse schaatser te worden die aan de Olympische Winterspelen (in het Canadese Vancouver) mee gaat doen. Maar één schaatser in geen schaatser en dus heb ik mezelf in de strijd geworpen als Argentijns bondcoach en “schaatsontwikkelingswerker” om in de zuidelijkste bewoonde plek op aarde de oeroude Hollandse schaatsculuur te introduceren.Want als wij de tango overnemen, mogen we de Argentijnen toch wel leren schaatsen?

Vandaar dat ik op deze dag naar Ushuaia gevlogen ben om daar het komende weekend voor de tweede keer het Argentijns langebaan-kampioenschap hardrijden op de schaats te organiseren. Gewoon zoals dat in Nederland ook ging tot de komst van kunstijsbanen in de jaren zestig: op een bevroren meertje zet je met een paar palen, een meetlint en een paar honderd markeerblokjes (wij gebruiken daar stukjes tuinslag voor van zo’n twee centimeter lengte) een baan uit en dan maar hopen dat het niet gaat sneeuwen of dooien.

17 december 1832: Ook op deze dag zette een Europeaan voet aan wal op Tierra del Fuego oftewel Vuurland, het Argentijns-Chileense eiland dat zijn naam dankt aan de eindeloos reeks rokende vuurplaatsen die Ferdinand Magellaan (In het Portugees: Fernão de Magalhães) er in 1520 bij de ontdekking van de naar hem genoemde zeestraat langs de kust aantrof. Het was de Engelse natuuronderzoeker Charles Darwin, die als een soort gezelschapsheer meeging met kapitein Fitzroy. Voor Darwin, toen pas 22 jaar, was het een uitgelezen kans om veldwerk te verrichten voor zijn natuurkundig en biologisch onderzoek. De reis zou historisch worden omdat hij Darwin de grondgedachte voor de evolutietheorie zou geven. Het idee dat ook de mens maar een gewone dierensoort is en hetzelfde evolutieproces heeft doorgemaakt als elk ander levend wezen was een opvatting die zonder twijfel tot de meest revolutionaire theorieën uit de geschiedenis van de mensheid behoort. En die dus even tijd nodig had om bij Darwin tot wasdom te komen.

Aan boord van de Beagle bevonden zich naast Darwin nog drie bijzondere passagiers. Het waren drie van de vier Vuurlanders die kapitein Fitzroy bij zijn eerste reis met de Beagle naar Vuurland in 1830 als gijzelaars mee terug had genomen nadat lokale indianen een boot van hem hadden gestolen. Bovendien was Fitzroy overtuigd van de in zijn tijd gangbare opvatting dat de Vuurlanders beschaafd zouden kunnen worden door enkelen van hen in Engeland de beginselen van de als superieur geachte westerse beschaving en christendom bij te brengen, en ze dan terug te brengen naar hun geboorteland waar ze als een soort zendelingen de nieuwe beschaving onder hun stamgenoten zouden verspreiden.

Van de vier Vuurlanders die Fitzroy naar Engeland had gebracht, hadden drie hun verblijf in Engeland overleefd. Alleen “Boat Memory” (zijn oorspronkelijke naam is niet overgeleverd) was kort na aankomst aan pokken overleden, maar York Minster (el'leparu), Jemmy Button (o'run-del'lico) en de enige vrouw van het gezelschap, Fuegia Basket (yok'cushly) hadden zich de grondbeginselen van de Engelse cultuur eigen gemaakt en waren met Darwin aan boord van de Beagle op weg naar huis.

Vreemd genoeg schrijft Darwin geen letter over hen totdat de Beagle bij Vuurland aankomt. Daar werd hij volkomen verrast door het contrast tussen de Engels sprekende, met mes en vork etende en goed in het pak gestoken Vuurlanders aan boord van de Beagle, en hun wilde stamgenoten die hij op 17 december 1832 in de Noordoostelijke “Bay of Good Success” ontmoette, In zijn in 1839 uitgegeven “Narrative of the surveying voyages of His Majesty's Ships Adventure and Beagle between the years 1826 and 1836", schrijft Darwin:

“It was without exception the most curious and interesting spectacle I had ever beheld. I could not have believed how wide was the difference, between savage and civilized man. It is greater than between a wild and domesticated animal, in as much as in man there is a greater power of improvement. The chief spokesman was old, and appeared to be the head of the family ; the three others were powerful young men, about six feet high. The women and children had been sent away. These Fuegians are a very different race from the stunted miserable wretches further to the westward. They are much superior in person, and seem closely allied to the famous Patagonians of the Strait of Magellan. Their only garment consists of a mantle made of guanaco skin, with the wool outside; this they wear just thrown over their shoulders, as often leaving their persons exposed as covered. Their skin is of a dirty coppery red colour.

The old man had a fillet of white feathers tied round his head, which partly confined his black, coarse, and entangled hair. His face was crossed by two broad transverse bars; one painted bright red reached from ear to ear, and included the upper lip; the other, white like chalk, extended parallel and above the first, so that even his eyelids were thus coloured. Some of the other men were ornamented by streaks of black powder, made of charcoal. The party altogether closely resembled the devils which come on the stage in such plays as Der Freischutz.

Their very attitudes were abject, and the expression of their countenances distrustful, surprised, and startled. After we had presented them with some scarlet cloth, which they immediately tied round their necks, they became good friends. This was shown by the old man patting our breasts, and making a chuckling kind of noise, as people do when feeding chickens. I walked with the old man, and this demonstration of friendship was repeated several times; it was concluded by three hard slaps, which back at the same time. He then bared his bosom for me to return the compliment, which being done, he seemed highly pleased. The language of these people, according to our notions, scarcely deserves to be called articulate. Captain Cook has compared it to a man clearing his throat, but certainly no European ever cleared his throat with so many hoarse, guttural, and clicking sounds.

They are excellent mimics: as often as we coughed or yawned, or made any odd motion, they immediately imitated us. Some of our party began to squint and look awry; but one of the young Fuegians (whose whole face was painted black, excepting a white band across his eyes) succeeded in making far more hideous grimaces. They could repeat with perfect correctness, each word in any sentence we addressed them, and they remembered such words for some time. Yet we Europeans all know how difficult it is to distinguish apart the sounds in a foreign language. Which of us, for instance, could follow an American Indian through a sentence of more than three words? All savages appear to possess, to an uncommon degree, this power of mimicry. I was told almost in the same words, of the same ludicrous habits among the Caffres: the Australians, likewise, have long been notorious for being able to imitate and describe the gait of any man, so that he may be recognised. How can this faculty be explained? is it a consequence of the more practised habits of perception and keener senses, common to all men in a savage state, as compared to those long civilized?

When a song was struck up by our party, I thought the Fuegians would have fallen down with astonishment. With equal surprise they viewed our dancing; but one of the young men, when asked, had no objection to a little waltzing. Little accustomed to Europeans as they appeared to be, yet they knew, and dreaded our fire-arms; nothing would tempt them to take a gun in their hands. They begged for knives, calling them by the Spanish word "cuchilla." They explained also what they wanted, by acting as if they had a piece of blubber in their mouth, and then pretending to cut instead of tear it.




“It was interesting to watch the conduct of these people towards Jemmy Button (one of the Fuegians* (* Captain FitzRoy has given a history of these people. Four were taken to England; one died there, and the three others (two men and one woman) were now brought back and settled in their own country.) who had been taken, during the former voyage, to England): they immediately perceived the difference between him and the rest, and held much conversation between themselves on the subject. The old man addressed a long harangue to Jemmy, which it seems was to invite him to stay with them. But Jemmy understood very little of their language, and was, moreover, thoroughly ashamed of his countrymen. When York Minster (another of these men) came on shore, they noticed him in the same way, and told him he ought to shave; yet he had not twenty dwarf hairs on his face, whilst we all wore our untrimmed beards. They examined the colour of his skin, and compared it with ours. One of our arms being bared, they expressed the liveliest surprise and admiration at its whiteness. We thought that they mistook two or three of the officers, who were rather shorter and fairer (though adorned with large beards), for the ladies of our party. The tallest amongst the Fuegians was evidently much pleased at his height being noticed. When placed back to back with the tallest of the boat's crew, he tried his best to edge on higher ground, and to stand on tiptoe. He opened his mouth to show his teeth, and turned his face for a side view; and all this was done with such alacrity, that I dare say he thought himself the handsomest man in Tierra del Fuego. After the first feeling on our part of grave astonishment was over, nothing could be more ludicrous or interesting than the odd mixture of surprise and imitation which these savages every moment exhibited.”

In “On the Origin of species” beperkt Darwin zich nog voornamelijk tot de evolutie van planten en dieren. Pas in “The Descent of Men, and the Selection in Relation to Sex” uit 1871 gooit hij alle remmen los en toont aan dat ook de evolutie van de mens in geen enkel opzicht afwijkt van die van andere levende organismen. En uitgerekend uit de conclusie van dit boek blijkt hoe belangrijk Darwin’s ervaringen waren met de drie Vuurlanders aan boord van de Beagle, en de Vuurlanders die hij “in het wild” observeerde en sprak. In zijn conclusie schjft hij:

“The main conclusion arrived at in this work, namely that man is descended from some lowly-organised form, will, I regret to think, be highly distasteful to many persons. But there can hardly be a doubt that we are descended from barbarians. The astonishment which I felt on first seeing a party of Fuegians on a wild and broken shore will never be forgotten by me, for the reflection at once rushed into my mind—such were our ancestors. These men were absolutely naked and bedaubed with paint, their long hair was tangled, their mouths frothed with excitement, and their expression was wild, startled, and distrustful. They possessed hardly any arts, and like wild animals lived on what they could catch; they had no government, and were merciless to every one not of their own small tribe. He who has seen a savage in his native land will not feel much shame, if forced to acknowledge that the blood of some more humble creature flows in his veins. For my own part I would as soon be descended from that heroic little monkey, who braved his dreaded enemy in order to save the life of his keeper; or from that old baboon, who, descending from the mountains, carried away in triumph his young comrade from a crowd of astonished dogs—as from a savage who delights to torture his enemies, offers up bloody sacrifices, practises infanticide without remorse, treats his wives like slaves, knows no decency, and is haunted by the grossest superstitions.”

Ushuaia, 29 juni 2009

Slechts met de grootste moeite ben ik door de douane gekomen. In Buenos Aires heeft de Mexicaanse griep zich tot een volwaardige epidemie ontwikkeld, en ook in Ushuaia liggen al tientallen mensen met het angstaanjagende griepvirus in het ziekenhuis. Om een mogelijke Darwiaanse aanval van het survival-of-the-fittest selectie-criterium zoveel mogelijk binnen de perken te houden, hebben de lokale autoriteiten besloten om al op het vliegveld van iedereen de temperatuur op te nemen. Dat gebeurt met een laserstraal die op je voorhoofd wordt gericht. En eerlijk gezegd, na een reis van bijna 40 uur zonder slaap voel ik me wel wat koortsig. Als de zuster in haar witte jas de laserstraal op mijn voorhoofd richt, zie ik haar voorhoofd lichtelijk fronsen. Een collega wordt om een second opinion gevraagd. 38+?? Nee, gelukkig – mijn voorhoofd, dat ik vooraf in het toilet nog snel even met ijskoud leidingwater heb verfrist, is met 37,8 Celsius nog net binnen de marge gebleven. Hoera, ik was Vuurland binnen! Hartelijk wordt ik begroet door de familie Chaves met wie ik ook vorig jaar intensief heb samengewerkt. In maart ben ik zelfs nog naar Calgary geweest om Gaston en Federico bij te staan bij hun eerste trainingskamp op een “echte ijsbaan”. De begroeting is hartverwarmend (met de voor Argentijnen gebruikelijke zoen en het doorgeven van de onvermijdelijke beker mate – de Argentijnse thee die werkelijk altijd en overal gedronken wordt: maar geen handige gebruiken als je een uitbrekende griepepidemie tot staan wil brengen…) maar het nieuws slecht. Na een week waarin een enorm pak sneeuw is gevallen is het sinds drie dagen flink gaan dooien. De skiërs kunnen op het Cerro Castor-skicomplex nog flink hun gang gaan (zelfs de nationale skiploeg van Andorra schijnt er te trainen!), maar voor ons schaatsers ligt zelfs de 50 kilometer buiten Ushuaia gelegen Laguna Victoria, waar we vorig jaar zo’n succesvol eerste kampioenschap hebben kunnen rijden, er met half ontdooid kwalsterijs abominabel bij. En er worden de komende dagen alleen nog maar hogere temperaturen verwacht…. Duidelijk is dat het weer ook in deze uithoek van de wereld behoorlijk van slag is.

Ushuaia, 30 juni 2009

Nadat we de Argentijnse titelverdediger Jose Fazio (overgevlogen uit Calgary – een grotere afstand kun je op het Amerikaanse continent nauwelijks afleggen…) en het complete bestuur van de Argentijnse schaatsbond van het vliegveld hebben gehaald –gelukkig is ieders temperatuur onder de 38 graden- besluiten we op zoek te gaan naar berijdbaar schaatsijs. Zelfs militaire stafkaarten worden er bijgehaald, en we bezoeken enkele jagers die ’s winters op bevers jagen. Bevers vormen op Vuurland namelijk een groot probleem. In 1945 bedacht een Canadese nertsfokker om op Vuurland een dependance te beginnen en introduceerde 20 koppels bevers. De gevolgen waren niet te overzien. De op Vuurland onbekende bevers konden bij gebrek aan natuurlijke vijanden als “ratten” voortplanten en verstoorden op een dramatische wijze de biotoop van het eiland. Hele bossen werden weggevreten en de waterloop door de valleien werd door honderden beverdammen compleet verstoord. De prijs die voor de beverhuiden betaald moest worden was en is nog steeds zeer hoog. Vandaar dat de lokale autoriteiten een extra premie uitloven voor elke ingeleverde beverstaart. Beter dan wie ook kennen de beverjagers daarom de natuur en de bergmeertjes in de omtrek. Maar welk meertje we op de kaart ook aanwezen: Laguna Esmeralda, Laguna Escondido, Laguna Verde….. van allemaal kregen we te horen dat het er goed beverjagen was, maar dat het ijs er uiterst onbetrouwbaar en ondergesneeuwd bijlag…..

We besluiten ons schaatsverdriet weg te spoelen bij “tante Saar”: een populair café in Ushuaia dat naar een Nederlandse vernoemd is, maar wie ik er ook naar vraag, niemand schijnt meer te weten wat haar heldendaden geweest moeten zijn. Maar na een paar speciale, loodzware flesjes Beagle-bier interesseert ook Tante saar ons steeds minder...

Ushuaia 1 juli 2009

Als op Vuurland dan toch niet geschaatst kan worden, besluit ik maar op zoek te gaan naar Charles Darwin. Vanuit onze houten, slecht warm te stoken cabañas kijk ik tenslotte al drie dagen uit over het naar Darwin’s schip vernoemde Beagle-kanaal en de aan de overkant gelegen besneeuwde bergtoppen van het Chileense eiland Navarino, waarachter je je alleen nog maar Kaap Hoorn en Antarctica kunt dromen. Het kost hier weinig moeite om je voor te stellen hoe Darwin hier in contact kwam met de Yaghan – de indianen die van oorsprong de onherbegzame eilanden –honderden tot aan Kaap Hoorn!- bezuiden het Beagle-kanaat bewoonden of er in elk geval op zoek gingen naar voedsel. Milennia lang wisten zij te overleven in een meedogenloos gebied waar zelfs vandaag de dag geen mens kan of wil wonen.




Volkomen naakt peddelden zij met hun uit boomstammen vervaardigde kano’s waarin het vuur als een heilige schraal werd bewaard rond, bouwden op de oevers van stammen, schors en takken primitieve hutjes en leefden van vis, mosselen en een af en toe aangespoelde walvis (waarna met rooksignalen stamgenoten werden gewaarschuwd dat er een giga-lekkernij was aangetroffen!). Na de komst van de westerse ontdekkingsreizigers was deze unieke nomaden-cultuur binnen een eeuw uitgestorven, ondanks heldhaftige pogingen van goedwillende missionarissen en avonturiers om haar te bewaren.

 

De Yaghan (of Yamana - de benamingen verschillen per publicatie), kwetsbaar als ze waren voor onbekende ziektes en met een altijd kleine populatie die de 3000 zelden zal hebben overtroffen, bestaan nu nog formeel uit één persoon. Ze heet Cristina Calderon, geboren Abula, en woont aan de overkant van het Beagle-kanaal in het Chileense Puerto Williams. Ze is ook de laatste native-speaker van het Yaghan, de fascinerende taal die door Lucas Bridges (zoon van een dominee en de derde blanke die in Ushuaia werd geboren) zo uitgebreid is beschreven. Een taal die veel meer woorden kent dan bijvoorbeeld het Engels, en die ook grammaticaal veel gecompliceerder is.

Gelukkig beseft ook het huidige stadsbestuur van Ushuaia langzaam maar zeker de waarde van de Yaghan-cultuur. Een schriftelijke cultuur is niet nagelaten, voor grote kunstuitingen was hun leven te elementair, en als nomaden zijn er ook weinig fysieke plekken bekend waar zij verbleven. Behalve dan langs baaien en stranden. Daar kun je merkwaardige bulten in het landschap aantreffen die geheel door gras en plantjes zijn overgroeid. Maar ga je er in spitten, dan blijken ze te bestaan uit half vergane restjes mosselschelpen, die gedurende vele eeuwen door de Yaghan als een soort windvangers rond hun traditionele overwinteringsplaatsen werden opgebouwd. Door jaar in jaar uit op dezelfde plekken te overwinteren, werden deze natuurlijke muurtjes van mosselschelpen steeds hoger. Nu zijn ze één van de belangrijkste archeologische bronnen om kennis over het leven en de oorsprong van de Yaghan te vergaren.

Ushuaia 2 juli 2009

Darwin leeft! In december 2003 werd in Ushuaia het “Centro Beagle” geopend. Hier kan de bezoeker een ware “Beagle-experience” ondergaan, af te sluiten met een origineel Yamana (of Yaghan – de spelling varieert in elk boek)-diner. Natuurlijk, het is bedoeld voor de toeristen die hier vooral ’s zomers (tussen december en maart) met duizenden op cruiseschepen langskomen, en vaak van hieruit zelfs de oversteek naar Antarctica maken. En al die duizenden toeristen moeten natuurlijk vermaakt worden, ze moeten iets van de geschiedenis opsteken, en er moet natuurlijk flink aan verdiend worden want behalve de toeirstenindustrie heeft Ushuaia van zichzelf weinig te bieden. Olie, gas of mineralen komen in de nabije omgeving (gelukkig) niet voor, en het gunstige belastingtarief dat de Argentijnse regering in de jaren zeventig introduceerde om bedrijven te trekken (een enorme fabriekshal waar in grote letters “GRUNDIG” op het dak staat herinnert nog aan deze tijd) is reeds lang afgeschaft. Vandaar dat Charles Darwin nu voor nieuwe inkomsten moet zorgen. Hoe dat er aan toe gaat kunt u hier bekijken:




Het Yamana-diner was goed te eten, maar dat kweam vooral omdat de oorspronkelijke ingrediënten als rottend walvisvlees en smakeloze zandmossels waren vervangen door eerste klas Argentijns rundvlees waarvan de Yamana zelfs nooit gedroomd zullen hebben.

En met het Argentijnse schaatskampioenschap is het uiteindelijk ook allemaal nog goedgekomen....