Main Content

Unieke filmbeelden van het circus Circus Elleboog bestaat zestig jaar

  • 3 juni 2009
Koorddanser in 18e eeuw
Zoom
Koorddanser in 18e eeuw

Het beroemde Circus Elleboog bestaat exact zestig jaar. Om dit te vieren trekt dit gezelschap deze maand door verschillende Amsterdamse wijken. In de schatkamers van de Publieke Omroep liggen veel oude filmbeelden uit de geschiedenis van het circus. De historische voorstelling kan beginnen!

Geschiedenis van het circus

Het woord circus komt uit het Latijn en betekent letterlijk cirkel. De Romeinen gebruikten deze naam voor hun renbanen waar zij wagenrennen hielden. Het waren langwerpige banen met in het midden een lange muur die aan de uiteinden halfronde palen had, waaromheen de wagens de bocht moesten nemen. Aan één korte kant stonden de stallen van waaruit de wagens startten. Aan weerszijden van de baan waren tribunes voor de toeschouwers. Sommige van deze Romeinse renbanen zijn bewaard gebleven. In Rome is de bekendste renbaan te bezichtigen: circus Maximus met 400.000 plaatsen.

De geschiedenis van het circus zoals we dat nu kennen begint in 1770. Een Engelse sergeant, Philip Astley, vertoonde toen zijn kunsten op paarden in een piste met een tribune eromheen. Later nodigde hij zangers, dansers en clowns uit om tussen de paardennummers op te treden. In 1774 ging hij met zijn circus naar Parijs en had daar veel succes. De circustraditie was geboren.

In de 19e eeuw ontstonden er in Engeland en Frankrijk overal circussen. Vaak waren het families die een eigen circus oprichtten en hiermee hun brood probeerden te verdienen. Zo was er in Frankrijk het circus Franconi en in Engeland het circus van de gebroeders Sanger. De circustraditie waaide over naar Amerika. Daar ontstond het eerste rondreizende tentcircus rond 1830. Hier werden wilde dieren, zoals leeuwen en tijgers, in het circusprogramma geïntroduceerd.

In Europa speelden de circussen tot 1850 in vaste gebouwen. De circusshows waren uitgaansvermaak voor de elite. In het begin van de 20e eeuw ontstonden de grote circussen in Europa, zoals Knie en Krone. In de Sovjet-Unie ontstond het Staatscircus. In Nederland waren Carré en Van Bever de grote namen. Na de Tweede Wereldoorlog werd Boltini het bekendste circus.

Sommige Nederlandse circussen hebben een lange voorgeschiedenis, zoals het 150 jaar oude Circus Royal of Althoff, sinds 1816, of Malford, sinds 1836. Iets jonger is Circus Renz, sinds 1911.

Rond 1815 werden de eerste circussen opgericht. Voor die tijd waren er natuurlijk al acrobaten, clowns, vuurspuwers, sterke mannen, buiksprekers, koorddansers, degenslikkers, goochelaars en ontsnappingsartiesten. Deze mensen vond je op de kermis. Daar waren ook allerlei uitheemse diersoorten te zien. Pas na 1815 gaan al die artiesten zich een beetje loskoppelen van de kermis en samenwerken. Als gevolg hiervan zie je overal kleine circussen ontstaan. Men bekwaamt zich zo rond die periode ook in de dressuur van paarden en andere dieren.

Veel circussen hadden een goed bestaan tot ongeveer de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd ons land overspoeld door buitenlandse circussen. Toni Boltini, die de aartsvader van het Nederlandse circus wordt genoemd, ging investeren in wat later een van de grootste circussen van Europa zou worden. Wie kent zijn naam niet. Hij zorgde wel dat hij in het nieuws kwam en liet af en toe een tijger of leeuw ontsnappen voor het nodige portie aandacht in de pers. Hij verzon altijd weer stunts om het publiek in het circus te krijgen. Zoals in de jaren '70 het contracteren van de populaire zangers Johnny Lion (Zij dronk ranja met een rietje) en Rob de Nijs. Johnny werkt als perschef nog altijd bij hetzelfde circus dat nu verder gaat onder de naam Staatscircus van Moskou.

Waarom Boltini de aartsvader wordt genoemd? Iedereen die nu een circus heeft in Nederland heeft wel iets met hem te maken gehad. Ze zijn neven van Boltini, of zwagers. Zoals Alberto Althoff, zijn vader was een beroemd leeuwentemmer uit een oud circusgeslacht. Zijn moeder is een zus van Boltini en zij was berentrainster in dit circus. Alberto kreeg het vak met de paplepel ingegoten. Ook Joop Teuteberg van Circus Royal is een neef van Boltini. Deze liep van huis weg om bij zijn ook Boltini in het vak te beginnen. Hans Martens van het Staatscircus van Moskou is een zwager van Boltini. Rob Ritman en Maurice Veldkamp van het Magic Circus hebben altijd bij Boltini gewerkt, evenals Ferdinand Banning, die de leiding heeft van het grote Duitse Circus Krone dat momenteel door Nederland toert. En dit is nog maar een greep. Boltini stond bij allen aan de basis.

Het meest bekende circus in Nederland is het Circus Renz, opgericht door Arnold van der Vegt, alias Pappa Renz. Rond de Wereldtentoonstelling in Amsterdam gaf hij circusvoorstellingen. Zijn eigen circus doopt hij in 1923 om in Circus Renz, nadat hij een aantal jaren bij Renz Oostenrijk heeft gewerkt. Echt succesvol is het circus als Bassie en Adriaan hier komen werken en zorgden voor volle tribunes totdat ze zelf een circus begonnen, maar het publiek had daarna Renz ontdekt. Tegenwoordig treedt Bassie weer op in het Circus Althoff.