Eerbetoon voor Dries van Kuijk De Nederlandse manager van Elvis Presley

- Zoom
- De Colonel en Elvis (deel van boekomslag)
De Nederlander Dries ‘Colonel Parker’ van Kuijk was de manager van rocklegende Elvis Presley. Hoe een illegale immigrant de grootste rockster van Amerika in zijn klauwen kreeg, werd in 1989 beschreven in de biografie ‘Elvis & de Colonel’. In Breda is vandaag een plaquette onthuld aan de gevel van het huis waar op 26 juni 1909 Van Kuijk werd geboren.
Eerbetoon voor Dries van Kuijk
In 1955 tekent de minderjarige Elvis Presley met toestemming van zijn ouders een contract met Colonel Tom Parker. Het is een bijzonder contract, waarmee de hij een enorme macht krijgt over Elvis. Tot de dood van Elvis, 22 jaar later, blijft de Colonel het management in handen houden. Maar wie was Colonel Parker eigenlijk?
Colonel Tom Parker, zoals Elvis hem kende, heette eigenlijk Andreas (Dries) Cornelis van Kuijk. Hij was in 1909 in Breda geboren. Zijn vader was een voormalige beroepsmilitair, die in 1899 voor het vervoersbedrijf Van Gend & Loos was gaan werken. Zijn moeder kwam uit een familie van parlevinkers, drijvende kooplieden die kanalen en rivieren afvoeren.
Dries was al vroeg een geboren handelaar. Hij struinde de straten van Breda af op zoek naar klusjes. Hij deed van alles om aan geld te komen, zoals het organiseren van een circus voor buurtkinderen. Zijn vader was er niet blij mee dat hij daarvoor de Van Gend & Loos paarden gebruikte. School interesseerde hem niet en al gauw was Breda ook te klein voor hem. Dries ging in Rotterdam in de haven werken en droomde van verre reizen. Amerika werd zijn doel.
Met enige omwegen, en zonder geldige papieren, belandde Van Kuijk in de Verenigde Staten. Hij nam daar dienst in het Amerikaanse leger en werd eerst gelegerd op Hawaï en daarna in Florida. Maar ook het soldatenleven maakte hem onrustig en hij sloot zich al snel aan bij een reizend circus. Hij ging min of meer van de levensstijl van zijn vader naar die van zijn moeder.
Dit keiharde bedrijf, tijdens een grote economische crisis, werd een goede leerschool. Hij leerde feilloos de zwakke plekken van anderen te vinden en daar financieel van te profiteren. Sukkels verdienden niet beter, meende Parker.
Voor zijn omgeving was Van Kuijk inmiddels Tom Parker geworden. Hij had de naam van een officier overgenomen, die hem had ondervraagd in militaire dienst. In circuskringen was het een code om niet teveel door te vragen naar achtergronden, dus was de verandering van zijn identiteit vrij eenvoudig. Zijn familie in Breda hoorde vrijwel niets meer van hem.
Midden jaren dertig ging Parker samenleven met een vrouw met een kind uit een eerder huwelijk. Het gezin vestigde zich in Tampa, waar Parker zich beroepsmatig ging inzetten voor de lokale dierenbescherming. Hij bleek ijzersterk te zijn in publiciteit en maakte er een sport van om de verkeerde asielhond bij de een nieuwe eigenaar te laten komen. Een oude dame die voor een kleine hond kwam, merkte tot haar schrik dat de puppy uitgroeide tot een monsterlijke hond.
Via zijn handeltjes kwam Parker ook in de muziekbusiness terecht. Hij zag artiesten als een soort circusattracties, van muziek had hij weinig verstand. Ook hier bleek hij sterk te zijn in promotie en al gauw bouwde hij een reputatie op. Nadat hij met wisselend succes het management van enige artiesten had verzorgd, kwam de jeugdige Elvis Presley op zijn weg.
Parker deed eerst of hij nauwelijks was geïnteresseerd in Presley. In werkelijkheid had hij snel door dat Presley hem een hoop geld op zou kunnen leveren. Parker wachtte geduldig zijn kans af en sloeg toen meedogenloos toe op een moment dat deze zonder serieus management zat. Hij beloofde Presley gouden bergen.
Dat zag de muzikant wel zitten, alleen moest hij als minderjarige toestemming van zijn ouders. De vader liet zich snel overtuigen door Parker, maar de moeder werkte tegen. Hij besloot daarop haar subtiel te bewerken en stuurde onder andere de beroemde zanger Hank Snow op haar af met een positief verhaal over hem. Uiteindelijk wist hij ook haar over de streep te trekken.
Zo kwam de illegale Hollandse immigrant Dries van Kuijk aan zijn vette contract. Vooral de laatste paragraaf gaf de Colonel onbeperkte macht:’Col. Parker is gerechtigd de onderhandelingen te voeren voor elke vernieuwing van bestaande contracten’.
Het is verbazingwekkend dat Elvis Presley zich desondanks nooit ontworstelde aan de greep van de Nederlander. Juridisch stond Parker als illegale buitenlander niet sterk en ook het contract was verre van zuiver. Maar de Colonel vond een effectieve tactiek om Elvis onder zijn vleugels te houden: hij isoleerde de rockster zoveel mogelijk en omgaf hem met zijn eigen mensen.
‘Elvis & de Colonel’ is een vermakelijke biografie over een keiharde handelaar, die slechts in geld was geïnteresseerd. Hij was van mening hij het recht had om sukkels van hun geld te ontdoen, en Elvis was daar één van.
Joris Smeets
Dirk Vellenga ‘Elvis & de Colonel’ (Center Boek, Weesp 1989)