Main Content

De vergeten geschiedenis van de Apollo 1 Een rampzalige Apollo-vlucht

  • 18 juni 2009
Het eerste beeld van de aarde uit de ruimte, gemaakt door Apollo 8.
Zoom
Het eerste beeld van de aarde uit de ruimte, gemaakt door Apollo 8.

Bijna niemand denkt aan de maanreizen nog aan de ramp van 1967. Wij wel.

De vergeten geschiedenis van de Apollo 1

Er zijn maar weinig mensen in Nederland die een actieve herinnering hebben aan het ongeluk van Apollo 1, op 27 januari 1967. De raket stond nog op de grond, en dat was van de gebeurtenissen van die dag eigenlijk het enige dat ook precies de bedoeling was. Verder ging alles mis.

De astronauten en de vluchtleiding oefenden de startprocedure: over en weer praten, aftellen. Het ging niet goed. De mannen in hun brandbare ruimtepakken waren geïrriteerd. De cabine werd op druk gehouden door zuivere zuurstof. Toen kwam er ergens kortsluiting. Het vuur greep om zich heen. De deur ging niet open. De mannen verbrandden.

Het stond in de Nederlandse kranten, dat wel. Het was op het nieuws, dat ook. Maar toch, weinig Nederlanders denken er nog wel eens aan.

Twee en een half jaar later is dat heel anders. Apollo 11 landt op de maan en heel Nederland kijkt. Veel Nederlanders van 45 en ouder denken er nog wel eens aan. Over hoe ze als kind hun ouders bezwoeren dat ze wakker gemaakt wilden worden om de rechtstreekse uitzending te zien. Met Apollo Henkie en Chriet Titulaer.

En wat was er te zien? Bij de landing alleen een statisch beeld van het vluchtleidingscentrum in Houston met krakende mededelingen uit de maanlander; geheimtaal van Gene Zijde. En van de eerste stap op de maan, diep in de nacht, zagen wereldwijd 60 miljoen mensen niet meer dan een vaag zwart wit beeld, aanvankelijk nog op de kop ook, van een aarzelend Michelinmannetje in een onscherpe wereld, langzaam als een insect dat zich uit een hangende pop wringt.

In de studio in Hilversum bungelde een verduidelijkend schaalmodel van de maanlander aan een touwtje boven een nagemaakt maanlandschap. Een opname-assistent blies wat sigarettenrook door een buisje, zodat er een kringeltje rook onder het ruimtevaartuig uitkwam. En de Nederlanders keken, ademloos. Apollo in de polder.

Wat was er tussen Apollo 1 en Apollo 11 gebeurd? Wanneer begreep Nederland dat er iets bezienswaardigs gebeurde? Wanneer zetten ze het televisietoestel aan?

Dat gebeurde kerst 1968; de reis van Apollo 8. Mocht er nog weerstand geweest zijn tegen het maanlandingsproject, bijvoorbeeld omdat de ruimte het domein van God is en van niemand anders, dan was dat na Apollo 8 wel een stuk afgenomen. Het was de eerste bemande vlucht die de baan om de aarde verliet om de maan zelf te bereiken. Niet om er te landen, maar om er een paar keer omheen te vliegen. Het ruimteschip verdween achter de maan, een tijdlang was er geen communicatie meer mogelijk, maar na wat een eeuwigheid leek kwamen de mannen er weer achter vandaan. Hallo Houston.

Ze waren verdwenen en teruggekeerd. Ze zagen en filmden vanuit hun ruimteschip voor het eerst de aarde zoals hij werkelijk is: een bewolkte bol die langzaam draaide in een zwarte oneindigheid. En ze lazen nederig en godvruchtig voor uit Genesis 1. Ze waren dan wel geen God tegengekomen, ze hadden toch voor de zekerheid maar hun bijbel meegenomen. Het was kerst. De polder was gewonnen.

Toen Apollo 8 terug was, ontwikkelde NASA de kleurenfoto die de astronauten van de aarde genomen hadden. Mooi scherp en in kleur. En zo klein. Dat was nou de aarde, meer was er niet, daar hadden we het mee te doen. Je kon hoog springen of laag springen: de bewoners van dat bolletje woonden allemaal in een huis, die je vanuit de ruimte achter een duim kon laten verdwijnen.

De NTS vertaalde die gezamenlijkheid op de haar zo eigen poldermanier. Uitzenden, uitzenden en nog eens uitzenden van live programma’s tot diep in de nacht. Een paar jaar lang verkruimelden de grenzen tussen de denominaties. NCRV en KRO, schouder aan schouder met AVRO en VARA. De NTS als een spin in het web. En Nederland keek.

Toen zomer 1969 Apollo 11 op de maan landde had de Amerikaanse CBS een reporter naar Nederland gestuurd, om staande op een omroepwagen vanaf de Dam verslag te doen van het grote enthousiasme van Nederland voor het Apollo project. Bijna nergens werd zo veel uitgezonden, nachten lang, als in Nederland. Kijk nou toch eens: wat een breed gedragen warmte voor Amerika.

Maar het was geen enthousiasme voor Amerika dat bepaalde hoeveel er werd uitgezonden en gekeken. Het was de tijd van Vietnam en Nederland was helemaal niet Amerikaans gezind. Maar in de Apollo-uitzendingen ging het nooit over politiek. En het ging ook nooit over de maker van de Apolloraket, Wernher von Braun, de Nazi-ontwerper van de V2. Het ging nooit over de achterliggende militaire motieven van de Apollo, wat we op de maan te zoeken hadden, hoe het verder moest met de astronauten die deze uit de hand gelopen fantasie hadden overleefd en weer op de aarde moesten rondwandelen. Nee, het ging over techniek, over prestatie en over de nachtrust, de moed en de stoelgang van de astronauten. Een heldendrama was het en niets zou dat in de weg staan.

Dat de polder zo veel en lang uitzond over de Apollo kwam doordat de NTS zijn kans schoon zag om de omroepen aan een project te binden. En in een land met 2 netten schept het aanbod de vraag. Het was heerlijk om te kijken naar enthousiaste mannen die een a-politiek sprookje lieten zien, met onscherpe beelden en onbegrijpelijk commentaar.

Apollo was niet van deze wereld.

(Mathijs Deen)