Publieksdebat over inhoud Nationaal Historisch Museum 'NHM moet waken voor chronofobie'

- Zoom
- Ontwerp NHM-Arnhem (Francine Houben - Mecanoo Architecten)
In de discussie over het Nationaal Historisch Museum is vooral aandacht voor de vorm en lokatie, maar wat moet er in het museum komen te staan? Deze vraag stond afgelopen vrijdag centraal in de Koninklijke Bibliotheek, tijdens het publieksdebat over het Nationaal Historisch Museum: 'Historici gaan voor de inhoud'.
Publieksdebat over inhoud Nationaal Historisch Museum
Zal de rust terugkeren nu er een besluit is genomen over de lokatie van het Nationaal Historisch Museum? 'Schadelijk voor het historisch vak' noemde specialist in de 'lange negentiende eeuw' Niek van Sas het politieke gedoe rond het NHM. Het museum wordt speelbal van politici, elk met hun eigen visie op wat nationaal en wat historisch is. Het debat gaat hierdoor al snel over de nationale identiteit, maar wat is deze eigenlijk? Van Sas wierp 'Maxima's gelijk' op om aan te geven dat het een zinloze discussie is. Moet het NHM één visie op de nationale identiteit en geschiedenis tentoonstellen?
'Onmogelijk', aldus Van Sas. Dé Nederlander bestaat niet, maar zijn geschiedenis wel'. Dat er geen consensus over identiteit komt, laat alleen maar zien dat de Nederlandse geschiedenis bestaat uit een pluriforme veelheid van verhalen. Volgens de aanwezige NIOD-legende Hans Blom is de term identiteit iets dat in je paspoort staat en bij uitstek uitsluitend: "Laten we hier met z'n allen een samenzwering afspreken om dit woord niet meer te gebruiken!" Van Sas vatte samen: 'Het is hoog tijd dat we het hebben over de inhoud.'
Het was het begin van een dag lang inhoudelijk betoog en debat. Vakhistorici en studenten gaven hun kijk en gingen in gesprek met de NHM-directeuren. Kernvragen: wat is nationale identiteit en wat is historisch besef? Wat is de relatie tussen identiteit en geschiedenis? Tot welke inhoudelijke keuzes moet dit leiden en wat kan het NHM daarbij leren van andere musea? Hoe moeten de verhalen verteld worden?
Duitse voorbeelden
We moeten waken voor 'historische desoriëntatie en chronofobie', zo stelde Van Sas. Geschiedenis is en blijft een proces in de tijd. Er is dan ook niets mis mee om jaartallen de rode draad te laten zijn in het museum. Als voorbeeld haalde Van Sas twee Duitse musea aan. Hoe het niet moet zie je in het nieuwe nationaal historische museum in Berlijn, het Zeughaus. Het Duitse verhaal wordt verteld aan de hand van een rigide tijdslijn van het jaar 9 (met oer-Duitser Hermann) tot nu.
Ook een tijdelijke fotoexpositie over die Wende geeft een strakke minutieuze weergave van de val van de Berlijnse Muur: voor, tijdens en na. Dit is weinig opwindend. Het kan ook achteruit, willekeurig, of thematisch. Of zoals het NHM: in werelden. Van Sas ziet deze keuze als typische angst om de geschiedenis als proces te laten zien. NHM-directeur Valantijn Bijvanck: 'Die keuze was geen chronofobie, maar ter voorkoming van de Berlijnse striktheid'.
Het NHM wil volgens Bijvanck bovendien per zaal verschillende tijdsperspectieven gebruiken. Historica Maria Grever onderstreepte hoe belangrijk het is dat de museumdirecteuren goed nadenken over de chronologie waarin het verhaal verteld wordt. 'Er moet aandacht zijn voor zowel de objectieve als de subjectieve tijd.' De Tweede Wereldoorlog duurde vijf jaar, maar de beleving van de mensen was vaak anders.
Historisch besef?
Doel van het NHM is om het historisch besef van de bezoeker te vergroten. Maar wat is dat besef eigenlijk? Tijdens de slotdiscussie deed historicus Henk te Velde een goede poging: 'Historisch besef houdt in: geraakt worden door de geschiedenis, maar daarnaast ook weet en kennis van die geschiedenis hebben.' Deze twee aspecten lopen volgens hem voortdurend door elkaar heen, maar ze zijn zeker niet één en hetzelfde. Te Velde: 'Het is belangrijk dat je dit onderscheid ziet.'
Bij de 'gevoelsvariant' had van Van Sas een ander Duits voorbeeld voor het NHM: ditmaal hoe het wél moet. Het wat oudere Haus der Geschichte in Bonn: 'Dit roept een historische sensatie op'. Het museum toont een groot aantal authentieke objecten, kranten en pamfletten. Vreemd genoeg geen overdaad, want je wilt ze allemaal bekijken.
En wat moet er dan te zien zijn in het NHM? Studenten uit Amsterdam en Utrecht deden concrete voorstellen. Jip en Janneke mogen niet ontbreken: ze vertolken de tijdsgeest en Nederlandse identiteit. Ook de Molukse geschiedenis en het verhaal van Marokkaanse en Turkse gastarbeiders maken deel uit van de Nederlandse geschiedenis. Verder was er een rijk geillustreerd pleidooi voor het vertellen van de geschiedenis van de homo-emancipatie als essentiële stap in het verwerven van de 'typisch Nederlandse' tolerantie.
Gevoelige kwesties
Onderzoekster Aspha Bijnaar, verbonden aan het Ninsee, voegde hier nog een hoofdstuk aan toe: het slavernijverleden, hoe gevoelig dit ook ligt. Belangrijk: beide kanten van het verhaal moeten worden verteld. Juist door 'hot issues' en 'zwarte bladzijden' (Srebrenica, Rawagede) aan te snijden zal het museum historisch besef vergroten en kunnen slagen in zijn missie. Ook (Bataafse) mythes en misverstanden rond de nationale geschiedenis horen daarbij.
Het museum kan zich hierdoor onmogelijk beperken tot het Nederlands grondgebied. Contact met omringende en vergelegen landen is er altijd al geweest en deze verbondenheid moet dan ook volop plek krijgen. Hierover waren alle aanwezigen het eens. Ook dat er altijd goed moet worden nagedacht waarom iets een plek krijgt in het museum.
Geheimen prijsgegeven
Vakhistorici gaven zo met veel plezier en inzicht hun kijk op de invulling van museumzalen. Niet alleen de stuurlui aan wal, maar ook de direct verantwoordelijken, NHM-directeuren Schilp en Bijvanck, werden om een reactie gevraagd. Hoogleraar politieke geschiedenis Susan Legêne verklaarde verheugd: "We hebben Bijvanck en Schilp geadopteerd." Waarop Henk te Velde met pretoogjes toevoegde: "Het zijn nog net geen vakhistorici".
De directeuren verklaarden vooral erg blij te zijn met de betrokkenheid van historici en andere geïnteresseerden. Dat het museum zelf ook hard bezig is de inhoud vorm zou je haast vergeten. Maar tijdens het slotdebat gaf Bijvanck een paar details prijs: egodocumenten zullen als een soort historische gids de bezoeker leiden door de werelden van het Nederlands landschap, zoals die van oorlog en vrede, of water en land. Het grote verhaal verteld aan de hand van het kleine. Daarbij zullen de nieuwste technische applicaties worden ingezet. Ook zal er niet één route zijn door het museum, maar meerdere en kan de bezoeker een tour op maat krijgen. Afhankelijk van wens en interesse.
Open houding NHM
De redactie van het NHM is sinds januari echt bezig. Vanaf het begin heeft ze zich open en geinteresseerd getoond in de mening van experts, geïnteresseerden en andere buitenstaanders over vorm en inhoud. Deze houding heeft getouwtrek, bemoeienis, maar ook veel bruikbare suggesties en tips opgeleverd. Genoeg voor tien NHM's.
Het is nu aan deze redactie om keuzes te maken en uit de zee aan ideeën hun ideale museum op te bouwen, inclusief inhoud. De NHM-directeuren zien de openheid meteen ook als goede manier om deze inhoud te staven. Bijvanck: 'We moeten voortdurend in dialoog blijven met vakhistorici, scholen en andere betrokkenen. De inhoud van het museum zal dan ook een goede reflectie zijn van actuele opvattingen en discussie onder historici.'
(Erik R. van den Berg)
Extra afbeeldingen
- Zoom
- NHM-debat 26 juni 2009
Spreekstalmeester Lex Heerma van Voss
- Zoom
- NHM-debat 26 juni 2009
Niek van Sas
- Zoom
- NHM-debat 26 juni 2009
Niek van Sas over de Nederlandse identiteit
- Zoom
- NHM-debat 26 juni 2009
Maria Grever over de noodzaak van chronologie
- Zoom
- NHM-debat 26 juni 2009
Paul van de Laar over de emotional turn van de 21ste eeuw
- Zoom
- NHM-debat 26 juni 2009
Slotdebat met v.l.n.r.: Susan Legêne, Henk te Velde, Jouke Turpijn, Valentijn Bijvanck en Erik Schilp
- Zoom
- NHM-debat 26 juni 2009
Bijvanck en te Velde in discussie over historisch besef