65 jaar na de massamoord van 1944 Erich Priebke houdt Italië nog steeds bezig

- Zoom
Erich Priebke
Op 24 maart 1944 werden 335 Italianen vermoord in de Ardeatine-grotten als vergelding voor een aanval van partizanen. Onder leiding van onder meer Erich Priebke vond deze slachtpartij plaats - nu exact 65 jaar geleden. Italië worstelt nog steeds met het drama, waarover Andere Tijden in 2005 een aflevering maakte.
65 jaar na de massamoord van 1944
In 1944 is Rome in handen van Duitse bezettingstroepen maar de geallieerden rukken steeds verder richting de stad op. Van binnenuit proberen Italiaanse partizanen de Duitse macht te breken. Op 23 maart 1944 laten zij een bom ontploffen op het moment dat een SS-colonne voorbij marcheert. Als de kruitdampen zijn opgetrokken liggen er 33 soldaten en een onbekend aantal Italiaanse burgers op straat.
Onmiddellijk geeft Hitler vanuit zijn hoofdkwartier het bevel iedere gedode Duitser te wreken met de dood van 10 Italianen. Er moet een lijst worden opgesteld met namen van Italianen die geëxecuteerd zullen worden. Het zijn mensen die wegens kleine vergrijpen of anti-fascistische acties in de gevangenis zitten en een groot aantal joden. Onder hen zijn jongens van 14 jaar, maar ook mannen van in de 70.
De volgende dag, 24 maart, worden de gevangenen naar een grot geleid in de buurt van Rome: de Fosse Ardeatine. In groepjes van vijf, met de handen gebonden op de rug, gaan ze de grot binnen. Daar krijgen ze een nekschot. Het executiepeleton staat onder bevel van de SS-er Erich Priebke. Hij is ook degene geweest die de lijst met namen opstelde.
Bij het tweede of derde groepje dat de grot in moet, gaat hij zelf mee naar binnen en schiet persoonlijk één van de slachtoffers neer, waarmee hij demonstratief tegenover zijn mannen de verantwoordelijkheid wil opeisen voor de executies. Later in de middag haalt hij een tweede keer zelf de trekker over. De groeve vult zich met dode lichamen. Nog levende Italianen kunnen de plek van hun executie tenslotte alleen bereiken door op de lichamen van hun eerder gesneuvelde landgenoten te staan.
Gedurende de moordpartij wordt duidelijk dat er vijf mensen te veel zijn opgepakt; er staan 335 Italianen in de rij in plaats van 330. Maar omdat ze er nu toch eenmaal zijn, worden ook zij neergeschoten. De executies houden pas op als het donker wordt. Tot slot gebruiken de Duitsers explosieven om de ingang op te blazen.
Na de Duitse overgave valt Erich Priebke in handen van de geallieerden. Hij weet echter in 1946 uit een krijgsgevangenkamp te ontsnappen en ontloopt daarmee zijn berechting. Twee jaar later, in 1948, kan hij aan het Vaticaan een paspoort ontfutselen, en reist onder valse naam naar Argentinië. Hij vestigt zich in de plaats Bariloche, ook wel bekend als ‘Klein Zwitserland’ of ‘Het Argentijnse Beieren’.
Pas na zo’n vijftig jaar wordt hij gepakt. In 1994 komt Sam Donaldson van het televisiestation ABC naar Bariloche. Hij is getipt door Rick Eaton, een agent van het Wiesenthal-centrum, die in Bariloche het spoor volgt van nazi-activist Reinhard Kopps, alias Juan Maler. Wanneer Kopps door de mand dreigt te vallen, probeert hij in paniek de bal door te spelen: ‘Waarom gaan jullie niet achter een grote vis aan, waarom pakken jullie Priebke niet?’
Op het moment dat Donaldson Priebke met zijn verleden confronteert, ontkent Priebke niet en praat openlijk over zijn daden. Het is duidelijk dat hij zichzelf niet schuldig voelt; hij voerde destijds slechts orders uit van de Gestapo-chef in Rome, Herbert Kappler. Bovendien, geeft Priebke in het interview aan, waren alle slachtoffers terroristen en was het in de oorlog gerechtvaardigd om represaillemaatregelen te nemen.
Waar Priebke niet op heeft gerekend is dat het interview voor enorme opschudding zorgt. Italië eist vrijwel onmiddellijk uitlevering van de oorlogsmisdadiger en de Argentijnse autoriteiten gaan tot arrestatie over. Priebke – dan al ruim 80 jaar oud – wordt niet in de gevangenis gezet maar krijgt huisarrest in een hotel in Bariloche.
Er volgen vele maanden van juridische procedures, van protesten en steunbetuigingen. De Argentijnen zijn duidelijk wankelmoedig, want de zaak wordt van de ene naar de andere rechtbank geschoven. In november 1995 valt de definitieve beslissing: Priebke wordt uitgeleverd aan Italië en onmiddellijk op een directe vlucht van Bariloche naar Ciampino gezet.
Op 1 augustus 1996 geeft justitie het bevel Priebke in onmiddellijke vrijheid te stellen. Na de uitspraak wordt de rechtbank zeven uur lang bezet gehouden door familieleden van slachtoffers en hun sympathisanten. Buiten de rechtbank zijn er massale demonstraties. Er volgt opnieuw een proces, nu voor een militair tribunaal. Dat verwerpt de eerdere uitspraak. Volgens de jurisprudentie opgedaan tijdens de Nüremberg-processen zijn individuen verantwoordelijk voor hun daden, ook als ze orders opvolgen.
In april 1997 wordt Priebke veroordeeld tot 15 jaar gevangenis. Hij zit nu thuis met huisarrest.