De vrijage van de PvdA met het CDA In Europa+ 1989: Lubbers met Kok, VVD in oppositie

- Zoom
Kok en Lubbers tijdens het tv-debat in 1989
Het tweede kabinet Lubbers viel omdat Voorhoeve (VVD) het vertrouwen in het kabinet opzegde. De vervroegde verkiezingen die toen in 1989 werden gehouden, waren de verkiezingen van de voorzichtigheid. De campagne was mat en er waren bijna geen verschillen tussen de grote partijen. De PvdA wilde met de nieuwe partijleider Kok ook wel eens in de regering komen, dus deed Kok er alles aan om het CDA niet voor het hoofd te stoten. Uiteindelijk kwamen CDA en PvdA samen in het derde kabinet Lubbers.
De vrijage van de PvdA met het CDA
Op 3 mei 1989 kwam er een einde aan bijna zeven jaar samenwerking tussen CDA en VVD onder minister-president Lubbers. De VVD-fractie kon zich niet vinden in het door het kabinet genomen besluit over afschaffing van het reiskostenforfait.
Tijdens een Kamerdebat over dit besluit op 2 mei kwam VVD-fractievoorzitter Voorhoeve met een motie die het kabinet vroeg af te zien van afschaffing van het reiskostenforfait. Tevens werd gevraagd een voorgestelde verhoging van de dieselaccijns te beperken. Nog voor de motie in stemming kwam, trok premier Lubbers de conclusie dat er een onoverbrugbaar conflict was. Zijn kabinet was gevallen.
Voor september 1989 werden vervroegde verkiezingen uitgeschreven. Grote winnaar was wederom het CDA. Met Lubbers als lijsttrekker handhaafde het zijn positie (54 zetels). De VVD verloor nog eens vijf zetels en kwam op 22. Ook de PvdA verloor: drie zetels. D66 won er daarentegen drie.
In de lijn der verwachting werd een kabinet gevormd van CDA en PvdA, met Lubbers voor de derde maal als minister-president. De VVD ging, met D66, in de oppositie. Voorhoeve bleef vooralsnog fractieleider, maar hij zou een jaar na de crisis, op 30 april 1990, tijdens een buitengewone fractievergadering in Garderen door Frits Bolkestein worden vervangen. Nijpels had op 1 april 1990 de Tweede Kamer verruild voor het burgemeesterschap van Breda.
De positie van Voorhoeve was onder andere aangetast, omdat achteraf bleek dat financieel woordvoerder Frank de Grave tijdens het Kamerdebat in feite de regie had bepaald. De Grave had erin toegestemd ten behoeve van een televisieprogramma een microfoontje op te doen. Daardoor bleek dat iedere interruptie die Voorhoeve had geplaatst, eerst was ingefluisterd door De Grave.