Door tentoonstelling over voetbal in de oorlog Opeens is ADO weer een NSB-club

- Zoom
- ADO
Door de tentoonstelling 'Seizoen 40-45' is er veel aandacht voor voetbal in de oorlog. Hierdoor keren oude waanideeën helaas weer terug, omdat iedereen elkaar te makkelijk napraat. ADO was geen NSB-club!
Door tentoonstelling over voetbal in de oorlog
Frank van Kolfschooten heeft net zijn biografie over Karel Lotsy uitgegeven. Hierin legt hij het leven vast van deze legendarische sportbestuurder, die in de afgelopen decennia is weggezet als een collaborateur tijdens de oorlogsjaren. Onterecht, aldus Van Kolfschooten: ‘Veel sportjournalistiek werk over de jaren dertig en de oorlogsjaren bleek geschreven vanuit een anachronistisch, moraliserend gezichtspunt.’
Zo viel Lotsy van zijn voelstuk, op basis van ‘onjuiste conclusies op basis van rammelend bronnenonderzoek’, die ‘zich (…) als een olievlek door de sportgeschiedenis [hebben] verspreid, waarbij het beeld van Lotsy steeds dieper zwart werd ingekleurd.’ Hetzelfde gebeurt nu met de rol van ADO en De Volewijckers tijdens de oorlogsjaren.
ADO en de NSB
Lees het Algemeen Dagblad van gisteren, naar aanleiding van de expositie in het Verzetsmuseum: ‘Het voetbal in de Tweede Wereldoorlog werd een afspiegeling van de Nederlandse samenleving onder Duitse laars. Zo gold ADO als een collaboratie-club, omdat het team een aantal leden van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) telde.’
En iets verder staat: ‘Volewijckers stond bekend als verzetsclub. Van de broers Gerben en Douwe Wagenaar speelde de eerste een belangrijke rol in het verzet.’ Aldus het AD, dat verzuimt om de nuance aan te brengen dat nader onderzoek al lang heeft aangetoond dat dit beeld niet klopt.
Zes jaar geleden bijvoorbeeld heeft NOS Langs de Lijn een uitgebreide documentaire gemaakt over ADO tijdens de oorlog, met name de rol van ADO-speler Gerrit Vreken. Het was vooral door hem dat nu nog steeds het idee bestaat dat de Haagse club louter uit landverraders bestond, omdat Vreken sympathiserend lid was van de NSB. Na de oorlog werd hij door de zuiveringscommissie veroordeeld tot één jaar ontzegging van zijn lidmaatschap van ADO. Bovendien mocht hij in het kader van de Bijzondere Gerechtspleging tien jaar niet stemmen.
Licht geval
Professor Hans Blom legt in deze documentaire uit in wat voor perspectief we die straf moeten zien. In 2003 was Blom directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD. Hij vertelde dat deze straf duidelijk maakt dat Vreken als een zeer licht geval werd beschouwd, maar dat hij wel werd beschouwd als iemand die iets heeft gedaan dat in strijd was met de regels. Over Vrekens sympathiserende lidmaatschap van de NSB zei hij:
“Jazeker, dat bestaat. De sympathiserende leden hadden dezelfde verplichtingen als de gewone leden, maar behoeften als zodanig in geen enkel opzicht aan de werkzaamheden deel te nemen. Daarom werden zij dan ook niet als volwaardig lid beschouwd. In het stamboek van de NSB in Utrecht werden zij niet opgenomen en kregen geen stamboeknummer.
Het eigenlijke lidmaatschap kon verdiend worden door het sympathiserend lid, dat tenminste gedurende drie maanden werkzaamheden ten behoeve van de NSB had verricht. Sympathiserende leden benaderen ongeveer het getal van 30.000. Sympathiserende leden mochten geen zwart hemd of uniform dragen.’
Aldus Blom, die daarmee aangeeft dat hiermee een verschil bestaat met een actief lidmaatschap van de NSB. Toch jammer dat het Verzetsmuseum (nota bene!) in een filmpje doodleuk meldt dat Vreken NSB-lid was, zonder enige nuance.
Ook maakt Blom duidelijk dat Vreken een licht geval was, waardoor het dus volkomen onterecht is dat ruim zestig jaar later opnieuw het beeld wordt neergezet van een fout ADO.
Zo valt ADO opnieuw van zijn voetstuk, door onjuiste conclusies op basis van rammelend bronnenonderzoek, die zich als een olievlek door de sportgeschiedenis hebben verspreid.
(Jurryt van de Vooren)