Vakbladen Staatsmijnen 1929-1985 online Mijnwerkershumor en het fijne van steenkolen hakken

- Zoom
Mijnwerkers lezen nieuws van de staatsmijnen
Liefhebbers van de mijnen kunnen hun hart ophalen. Sinds vorige week zijn alle personeelsbladen van de Staatsmijnen online te raadplegen. Werp uw licht op 'Stukkool' en 'Nieuws van de Staatsmijnen' voor veiligheidsvoorschiften, de geschiedenis van de mijnlamp en natuurlijk...varia!
Vakbladen Staatsmijnen 1929-1985 online
'Kelner, ik heb een broodje met ham besteld, maar die ham is zoo dun, dat ik er wel door leezen kan!'
'Om U te dienen, meneer.....wat wenscht meneer te lezen?'
Zomaar een mijnwerkersmop uit het vakblad Stukkool. Net als bij veel bladen is de achterkant bedoeld voor luchtigheid. Een kleine tweeduizend nummers van de historische personeelsbladen van de Staatsmijnen zijn sinds vorige week voor iedereen toegankelijk via de website demijnen.nl. De collectie omvat alle jaargangen van de bladen Stukkool (1929 t/m 1942), Steenkool (1946 t/m 1955) en Nieuws van de Staatsmijnen (1952 t/m 1985). Daarnaast maken alle jaarverslagen van de Staatsmijnen van 1902 tot 1975 deel uit van de verzameling.
Om werknemers te informeren brachten de mijnbedrijven bedrijfstijdschriften uit. Het meest bekende blad is Steenkool, dat hand in hand met de mijnbouw floreerde in de jaren vijftig. Vanaf 1946 ontvingen werknemers van de Nederlandse steenkolenmijnen iedere twee weken dit informatieve en vaak ook amusante lijfblad van de mijnwerker.
Vaklectuur, maar wel degelijk interessant om digitaal in te grasduinen. Stukkool bijvoorbeeld geeft een aardig beeld waar de gemiddelde mijnwerker zich mee bezig hield. Uiteraard is er veel aandacht voor het fijne van de mijnen: de geschiedenis van de mijnlamp, beschrijving van de reddingsbrigade, verschillende kolensoorten, productieprocessen, recente ongevallen en de veiligheidsvoorschriften. Maar vooral leuk zijn de varia, met mijnwerkersmoppen en raadsels die achteraan verschenen.
'Vader ik heb een voorstel. Wat dan Harry? - Leen me honderd gulden, maar geef me er maar vijftig. Ik ben U dan vijftig gulden schuldig en U bent mij ook vijftig gulden schuldig. Zoo zijn de dus quitte.' (Stukkool, donderdag 16 mei 1929)