Tenue van legendarische atleet te zien in Olympisch Stadion Paavo Nurmi was het grootste mysterie op twee benen

- Zoom
Paavo Nurmi in 1928
In het Olympisch Stadion Amsterdam is het Olympisch tenue van de Finse atleet Paavo Nurmi (1897 - 1973) te zien. Nurmi is negenvoudig Olympisch kampioen en de beste lange-afstandsatleet aller tijden. Het betreft zijn originele shirt en broekje van de Amsterdamse Spelen van 1928. In dat jaar liep hij zijn laatste Olympische races.
Tenue van legendarische atleet te zien in Olympisch Stadion
Paavo Nurmi staat op de derde plaats van meest succesvolle deelnemers aller tijden aan de Olympische Zomerspelen. Hij laat daarmee legendes als Mark Spitz en Carl Lewis achter zich - laat staan Fanny Blankers-Koen! Zwemmer Michael Phelps staat op de eerste plaats; turnster Larissa Latynina op de tweede.
Zijn prestaties trokken over de gehele wereld de aandacht, waarvan zijn vaderland dankbaar gebruik maakte. Zo stuurde Finland hem in 1926 met enkele andere atleten naar de sportgekke Verenigde Staten om wedstrijden te lopen. Met succes, zoals de Leeuwarder Courant schreef op 31 maart 1926:
'Ze winnen de harten der kinderlijke Amerikanen en onmiddellijk ontstaat een geweldige vraag naar Finsche artikelen, Finsche literatuur en drama’s. Iedereen spreekt over Finland en iedereen is vol lof over het kranige noordland. Die athleten zijn tonnen gouds waard voor het land hunner geboorte, meer dan een dozijn handels-attaché’s.'
Ondanks zijn wereldwijde bekendheid hield Nurmi niet van deze aandacht. Er bestond in die tijd geen groter mysterie dan deze Finse atleet, die in stilte en afzondering trainde. Zelfs de leider van de Finse Olympische ploeg van 1928 kon geen hoogte van hem krijgen. In dagblad De Eemlander van 27 juli 1928 zei hij over zijn steratleet: “Die is voor ons evengoed ’n raadsel als voor ieder ander mensch. ’t Eenige wat we weten is, dat hij niet mee zou gaan, als hij zichzelf kansloos dacht, maar hij is aan boord en dus…"
Amsterdam
Tijdens zijn verblijf in Amsterdam trok Nurmi alle aandacht. ‘Overal zoekt men naar Nurmi,’ schreef De Eemlander op 30 juli, ‘den superathleet, dien men in Nederland nog nimmer heeft gezien, maar die toch al een bekende figuur is geworden van de tallooze foto’s en tekeningen. Ja, daar gaat hij, de stugge en in zich zelf gekeerde Paavo, die het heelemaal geen genoegen vindt om mee te marcheeren. Veel liever was hij ergens op zijn eentje aan het trainen gebleven om zijn ouden vorm weer terug te krijgen.'
In het Olympisch Stadion werd De Vliegende Fin luidruchtig toegeschreeuwd tijdens de finale van de 10.000 meter, die hij won. Daarmee won hij zijn negende Olympische titel. Het deed hem allemaal niets, merkte een sportjournalist op: ‘Zonder zich om de filmoperateurs te bekommeren, rent Nurmi meteen den tunnel voor de kleedkamers binnen.’ Geen ereronde, geen handkusje voor zijn supporters, geen kleine buiging – helemaal niets. Nurmi kwam, overwon, en verdween...
Later bleek dat deze toeschouwers getuige waren geweest van het einde van een Olympisch tijdperk, omdat Nurmi zojuist zijn laatste gouden Olympische medaille had gewonnen. De finale op de 5.000 meter bijvoorbeeld was uiterst teleurstellend geweest, volgens de dagbladen: ‘Wij hebben Nurmi vele malen zien loopen doch zelden met zoo weinig vechtlust als heden. Amsterdam is zonder twijfel de eindstreep van zijn Olympische loopbaan, die later een legendarisch karakter zal krijgen. Want een looper als Nurmi zal de wereld in de eerste jaren niet meer aanschouwen.’
In 1932 was Nurmi nog wel in Los Angeles om mee te doen aan de Olympische Spelen, maar deelname werd hem op het laatst geweigerd, omdat hij professional zou zijn geworden - een absolute doodzonde in die jaren voor een Olympiër. Deze klacht werd vooral gesteund door Zweedse IOC-leden, en leidde tot grote frustratie bij Finland. In 1952 kreeg Nurmi zijn eerbetoon door tijdens de openingsceremonie van de Spelen in zijn eigen Helsinki het Olympisch vuur aan te steken. Dat dit gebeurde voor de ogen van de Zweedse IOC-voorzitter Sigfrid Edström was een bewuste reactie op Nurmi's uitsluiting van 1932.
Nationale rouw
De dood van Nurmi in 1973 was een nationale gebeurtenis. Zijn begrafenis werd bijgewoond door de president, leden van het kabinet, topsporters en duizenden andere belangstellenden. Nog steeds heeft Nurmi in zijn land een status, die in Nederland met gemak is te vergelijken met Johan Cruijff en Fanny Blankers-Koen.
Het shirt en het broekje waarin hij zijn laatste Olympische meters heeft gelopen, zijn na 81 jaar teruggekeerd in Amsterdam. Dit materiaal is meteen na de Spelen van 1928 geschonken aan Ad Paulen, die bevriend was met Nurmi. Paulen deed dat jaar zelf ook nog mee aan de Olympische Spelen, maar werd later vooral bekend als voorzitter van de Wereldatletiekbond IAAF.
(Jurryt van de Vooren)