Main Content

"Ieder die het nieuwe populariseert, heeft recht op onze dankbaarheid" De spellingshervorming van Marchant in 1934

  • 2 september 2009
<p>De nieuwe spelling volgens Marchant: veel minder e-tjes (still Polygoon)</p>
Zoom

De nieuwe spelling volgens Marchant: veel minder e-tjes (still Polygoon)

Vijfenzeventig jaar geleden kreeg Nederland een nieuwe spelling: de spelling die zijn naam ontleende aan de minister Marchant die verantwoordelijk was voor de invoering. De spelling-Marchant betekende het einde van veel dubbele klinkers in werkwoorden ("hooren - loopen") en afschaffing van veel "sch's" aan het einde van woorden: Nederlandsch werd zo Nederlands (maar logisch bleef logisch!) Zoals altijd, leverde de invoering veel verzet op. Want spelling is nooit logisch.

"Ieder die het nieuwe populariseert, heeft recht op onze dankbaarheid"

De spelling die vandaag de dag - in gewijzigde vorm - in Nederland en Vlaanderen in gebruik is, was oorspronkelijk alleen bedoeld voor het gebruik in een woordenboek. In 1851 werd op het Taal- en Letterkundige Congres in Brussel, waarbij zowel Nederland als Vlaanderen vertegenwoordigd waren, besloten tot een groots opgezet project: het samenstellen van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), een groot woordenboek waarin de Nederlandse woordenschat van de voorbije eeuwen beschreven moest worden.

Dit gezamenlijke project wierp echter wel een probleem op: in welke spelling moest het woordenboek geschreven worden? Op dat moment genoten er drie spellingsystemen enige populariteit: de officiële commissiespelling in België, de spelling-Siegenbeek in Nederland en allerlei varianten gebaseerd op het systeem van Bilderdijk. Het door elkaar gebruiken van deze spellingen zou tot groot ongemak voor de makers en de gebruikers leiden. Bovendien ging het spellingsysteem van Siegenbeek niet in op een aantal belangrijke kwesties, zoals het los of aaneenschrijven van samenstellingen en de tussenklanken in samenstellingen. Er werd dan ook besloten om een speciale woordenboekspelling op te stellen.

Deze spelling werd opgesteld door de taalgeleerden Matthias de Vries en L.A. te Winkel. In 1863 publiceerde Te Winkel de resultaten in De grondbeginselen der Nederlandsche spelling. Ontwerp der spelling voor het aanstaande Nederlandsch Woordenboek. De spelling van De Vries en Te Winkel verenigde elementen van de drie op dat moment gangbare spellingsystemen. Ze bleek in een behoefte te voorzien: na enig onderzoek werd ze in België al op 21 november per Koninklijk Besluit ingevoerd voor overheid en onderwijs. Voor de gewone taalgebruiker verscheen in 1866 van de hand van De Vries en Te Winkel de voorloper van het huidige Groene Boekje, de Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal.

In Nederland verliep de acceptatie van de spelling-De Vries en Te Winkel langzamer. In 1870 verviel de verplichting om op scholen de spelling-Siegenbeek te onderwijzen, wat de weg vrijmaakte voor de spelling-De Vries en Te Winkel. De overheid volgde pas jaren later: in december 1882 besloot de regering om de spelling vanaf 1 januari 1883 in haar stukken te gebruiken. Het Wetboek van Strafrecht (1886) werd daarbij door De Vries zelf doorgelicht op het gebied van taal en spelling. Door de beslissing van de regering om over te stappen op de spelling-De Vries en Te Winkel was zij ook in Nederland een feit, al werd de spelling-Siegenbeek in sommige kringen nog lang gebruikt.

De spelling-De Vries en Te Winkel leidde in ieder geval tot een grote uniformiteit van de spelling in Nederland en België.

Spelling-Marchant (1934, Nederland)

Hoewel de spelling-De Vries en Te Winkel beter bleek dan de voorgaande spellingsystemen, zaten er in de ogen van sommigen toch wat haken en ogen aan. Onderwijzers en taalgeleerden maakten bezwaar tegen het grote gewicht dat er aan de etymologie van woorden werd toegekend. Het verschil tussen lezen en heetten was weliswaar etymologisch verantwoord, maar lastig te onderwijzen, aangezien het niet de uitspraak van een meerderheid van de taalgebruikers weerspiegelde. Een van de bekendste tegenstanders was R.A. Kollewijn, die in 1891 het artikel Onze lastige spelling. Een voorstel tot vereenvoudiging publiceerde. Hierin hamerde hij op het belang van de uitspraak, die volgens hem het belangrijkste richtsnoer bij de spelling zou moeten zijn. Mensch en Nederlandsch moesten mens en Nederlands worden, Russisch moest volgens hem als Russies geschreven worden en moeilijk als moeilik.

In 1916 ging een Nederlandse commissie aan de slag om te kijken of er een compromis tussen de spelling-De Vries en Te Winkel en de spelling-Kollewijn gevonden kon worden. Dit leidde langzaam tot aanpassingen: op 1 september 1934 voerde de minister van Onderwijs, Marchant, de meeste voorstellen van Kollewijn in het onderwijs in Nederland in. Hierdoor begonnen Nederland en België weer uit de pas te lopen.

De spelling-Marchant hield in:

- naamvalsverbuiging (zoals op den stoel) verviel, behalve bij woorden die uitsluitend een man of een mannelijk dier aanduiden (zoals aan den heer en van den stier).

- oo en ee aan het einde van open lettergrepen (zoo, heeten) veranderde in o of e, behalve ee aan het einde van een woord (zee).

- de sinds de periode van het Middelnederlands uit de gesproken taal verdwenen palatalo-alveolaire klank aan het eind van veel woorden op -s verdween (bijv. in visch en mensch; verg. cognaten als het Duitse Fisch en het Engelse fish).

- de 'th' (met niet uitgesproken h) bleef soms (thans, theater, thee, katholiek) en verdween soms (atleet, auteur, retoriek, panter).

- De uitgangen '-isch' (als in logisch) en '-lijk' (mogelijk) bleven onveranderd.

Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog besloten de regeringen van Nederland en België om de spellingeenheid te herstellen door gezamenlijk te bekijken hoe men op basis van de spelling-De Vries en Te Winkel tot overeenstemming kon komen. Dit leidde tot het invoeren van de versimpelingen van de spelling-Marchant, in Vlaanderen in 1946, in Nederland in het jaar daarop. De bijbehorende Woordenlijst van de Nederlandse taal, het eerste Groene Boekje, liet op zich wachten tot 1954; deze woordenlijst was door een gezamenlijk Vlaams-Nederlandse commissie samengesteld. Nu werd het gebruik van de verbuigings-n geheel vrijgelaten, en daarmee in Noord-Nederland feitelijk afgeschaft. Voor veel bastaardwoorden werd een dubbelspelling ingevoerd.

De laatste spellingswijzigingen dateren van 1996 en 2006. Deze twee realtief kleine wijzigingen leidden tot groter verzet dan ooit tevoren. Er kwam zelfs een door het Genootschap Onze Taal gesteund alternatief "wit boekje" dat veel navolgers vond.