Main Content

Verslag van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela Het pad is het doel: deel 5

  • 24 september 2009
  • Erik van den Berg
<p>De kathedraal in Santiago de Compostela</p>
Zoom

De kathedraal in Santiago de Compostela

Jaarlijks arriveren duizenden pelgrims bij de kathedraal in Compostela, waar het graf van de apostel Jakobus zou liggen. Vele honderden kilometers worden afgelegd, bij voorkeur te voet. Erik van den Berg, redacteur bij Geschiedenis 24, liep de pelgrimstocht naar Compostela. Deel vijf van een historisch reisverslag in zeven stappen.

Het monster is kleurrijk, zijn gladde huid ritselt in de wind. Delen van het beest zijn doorzichtig. Het is overal aanwezig en wacht in greppels om gevoed te worden. Liggend in de zon verliest het langzaam zijn kleur, maar kan nooit helemaal versmelten met zijn natuurlijke omgeving. Integendeel: het beest hoort hier niet thuis.

Maar de mensen weten het niet. Of ze zijn het vergeten. Dus ze lopen langs en voeden het monster, met glanzende blikjes en flesjes. Het beest vervelt en maakt voortdurend nieuwe huiden aan. Het groeit en strekt zich uit over de continenten als een felgekleurde, wereldvreemde aanwezigheid. En de natuur neemt. Het monster zwemt mee in zee, vormt een vortex zo groot als de Stille Oceaan en verschijnt in zieke vissenmagen, geperforeerde vogeldarmen en het allerlaatste stukje paradijs op aarde. De mens liet het monster los, en nu is het overal.




Kort verhaal

Het is de negentiende ochtend van de Camino. Ik verlaat een van de laatste refugio's op de Mesetas. De herberg deelt vandaag tasjes uit om zwerfafval langs de paden op te ruimen. Sinds de eerste dag erger ik me al aan het afval dat langs de paden ligt. Respectloos. Somber worden heeft geen zin, dus ik besluit mee te doen. Alle beetjes helpen.

Het wordt een kort verhaal: na tweehonderd meter is mijn zak vol met waterflesjes, snickersverpakkingen en andere zooi. Vijf kilometer verder dump ik de oogst in een container. Er schiet vanalles door mijn hoofd: waarom doet niemand mee aan de schoonmaak? Waarom gaan we zo achteloos met de natuur om? Hoe kan dit veranderen?

Ik fantaseer flarden van ideeën bijeen: duidelijk is dat het onvoldoende uit de mens zelf komt, dan maar met enige dwang. Verplichte schoonmaakdiensten met de buurt, in de eigen wijk of een aangewezen natuurgebied. Gezellig, en belangrijker: het kan bij de burgers verantwoordelijkheidsbesef voor de natuur versterken. Tegelijkertijd moet die dwang ook opgelegd worden aan de verpakkingsindustrie en snickersfabrieken: een stop op het gebruik van plastic en inzetten op recycling en de ontwikkeling van biologisch afbreekbare materialen. Een ideale wereld is snel gedroomd.

Tank

Ik ontmoet Oostenrijker Helmut. Hij is net een legercommando: tanktorso, gemilitaird haar en een norse uitstraling. Dit blijkt een pantser om een hart van goud. Tussen al mijn milieuzorgen en metafysische mijmeringen is zijn boer- en scheethumor een verademing. Samen lopen we verder. De lucht klaart en de intense hitte op de Mesetas wordt draaglijk.

Helmut vertelt. Vijfentwintig jaar werkte hij bij een drukkerij in een dorpje onder Wenen. Maar ook daar drong de crisis door. Helmut werd wegbezuinigd. Hij kende het bedrijf als geen ander en leverde uitstekend werk. Mocht niet baten. Nu is hij 44 en zonder baan. Hoe zorgwekkend dit ook lijkt, Helmut geniet van de Camino. Hij vindt de rust in zijn hoofd die hij nodig heeft om weer aan de bak te kunnen straks. En hij heeft plezier. Voor het eerst in jaren hoort hij zichzelf weer uit volle borst – en zuiver – zingen. 'I see trees of green, red roses too...' Wat een prachtleven.

Het verhaal van Helmut staat niet op zichzelf. Talloze pelgrims die ik spreek zijn hun baan kwijt, of staan op een andere T-splitsing in hun leven. Ze lopen de camino met geen andere reden dan het geloof in zichzelf te herstellen. En om na te denken. Rust te hervinden. Baan kwijt? So what! De wereld draait door en je bent gezond! Natuurlijk moet je werken om te kunnen leven, maar wanneer het omgekeerde waar wordt...Stuk voor stuk zie ik deze mensen genieten.

Leóndergang

Met mij gaat het ook goed. Ik ervaar een solide gevoel van rust en zing spontaan mijn vers verzonnen teksten. Zuiver? Welnee, haha! Ik nader de grote stad León en het lijkt me tijd voor een feestje. Ik heb amper een druppel gedronken omdat ik helder wilde zijn. Maar nu mag ik het ervan nemen, besluit ik. Het feest dat in de planning staat is de finale van de Champions League tussen Manchester United en Barcelona.

Het wordt een klein drama. De wedstrijd is prachtig. In het centrum van de stad zitten terrassen vol fans Spaans opgewonden te zijn. Iedereen is voor Barća, dus cafékassa's draaien overuren. Na de wedstrijd stroomt de Ierse pub vol. Ik ben hier samen met een aantal pelgrims, onder wie Britse buddy Will, de Belgische oud-doelman van RWDM Dominique en twee Ierse vriendinnen Isabel en Vanessa. We hebben de avond van ons leven; lachen, dansen, drinken. Dat laatste eist zijn tol. Na zeven (?) desperado's vind ik de weg naar de herberg wel terug, maar als ik vervolgens mijn bed uitren blijkt de gang een meter of honderd te lang. Gênant om zo de grenzen van m'n lijf te moeten verkennen.

Het wordt een rustdag in León. De volgende ochtend vertrekken Helmut en ik naar Hotel Paris, hartje stad. Vrijwel alle caminovrienden blijven een dag langer in León. Terwijl ze aan hun zoveelste rum-cola zitten, hoef ik maar te denken aan het kleinste beetje drinken of... Maar dankzij Helmut's zorg herstel ik aan het eind van de dag, om volgende ochtend als herboren de stad uit te wandelen. Laat het een les zijn.

Stad uit, brug over

Na León wordt alles mooier, ik houd het in mijn hoofd: het beloofde land dat Galicië heet. Twee dagen na de kater steek ik een legendarische brug over. De Puente de Orbigo is met zo'n 300 meter de langste van de Camino en in de Middeleeuwen bekend geworden door de Passo honroso, een toernooi waarbij een ridder de brug verdedigt. De ridder wordt uitgedaagd om elke tegenstander te verslaan die de brug probeert over te komen. Halverwege stuit ik op een klein monument. Hieraan zit een verhaal vast.

In het heilige jaar 1434 zweert een edelman, Don Suero de Quiñones, om elke ridder te verslaan die de brug probeerde over te komen. Vijftien dagen voor en vijftien dagen na 25 juli, de heilige dag van Santiago, zal hij de brug verdedigen. Waarom? Don Suero wil zijn liefdesverdriet kwijt. Hij draagt een keten om zijn nek die dat verdriet symboliseert. Vele tientallen ridders komen af op de uitdaging. Het zijn de nadagen van de Middeleeuwen en Spanje is een vrijwel vreedzaam land: kansen om op deze manier je kracht en moed te bewijzen zijn zeldzaam geworden. In een maand tijd verslaat Don Suero 166 ridders, waarna hij eindelijk wordt bevrijd van zijn keten. Niet voor het eerst denk ik aan de liefdes die ik gaandeweg achterliet, en loop door. Mijn gedachten verdampen in de dwingende hitte.

IJzeren kruis

Aan de horizon verrijst het stadje Astorga. Gebouwd op een afgevlakte heuvel heeft het iets weg van het Potala Paleis in Lhasa. Er staan talloze agenten naast de weg als ik aankom. Een menigte heeft zich verzameld. Overal vlaggetjes. Het blijkt dat de president net op bezoek is. Of is het toch de koning? Ik ben er nog steeds niet achter. De stad doet in ieder geval koninklijk aan, met een mooie vestingwal, een grote kathedraal en luxe winkels.

Astorga dateert al uit Romeinse tijd. Vanuit de militaire basis Asturica Augusta worden in die periode de goudmijnen in de regio beheerd. In de eerste eeuw na Christus groeit Astorga uit tot administratief- en handelscentrum. Invasies van Goten en Arabieren remmen de groei tot aan de negende eeuw. Vanaf de elfde eeuw ontwikkelt de stad zich tot belangrijk knooppunt voor pelgrims: twee routes komen samen in Astorga. De zuidelijke Vía de la Plata, die loopt vanaf Sevilla, en de Camino francés.

Het Caminomuseum naast de kathedraal is een ontwerp van Gaudí. Ik laat het lokale chocalademuseum links liggen en betreed het pelgrimsverleden. Dat valt tegen. Het prachtige gebouw staat vol met Jezusbeelden, Mariavoorstellingen en kruizen in alle soorten en maten. Niets over de geschiedenis van de Camino. Wel weet ik uit mijn gids dat hier een historisch kruis te vinden is. Cruz de Ferro is het origineel van een kruis dat in de bergen staat verder op de Camino. Geruchten erover gonzen rond bij de pelgrims.

Ik hoor dat dit een van de meest bijzondere plekken van de Camino is. Een klein ijzeren kruis staat boven op een lange houten paal. De paal rust in een grote hoop stenen. Pelgrims nemen al eeuwenlang van huis een steen mee, en leggen deze onderaan het kruis. Zo laten ze zorgen en wensen achter. Ontroerd door dit idee kijk ik in het Caminomuseum naar het oorspronkelijke kruis.

De herkomst ervan is nog altijd onduidelijk. Mogelijk gaat het om een Romeins teken of een altaar bestemd voor de god Merkur, beschermer van reizigers, die later werd overgenomen door de christenen. Of het was een grensteken dat koning Alfonso VI in 1103 aan de kluizenaar Gaucelmo schonk. Eén ding is zeker. Pelgrims leggen al eeuwenlang een steen neer bij het kruis. Braziliaanse vrienden Mozes en Telma hebben een zakje vol bij zich: Telma is verpleegster en draagt de zorgen en verzoeken van een aantal patienten mee naar het kruis. Enige regel is dat de steen helemaal van huis meegedragen is. Mijn steen heb ik pas na Burgos opgepakt, dus of mijn wensen ooit uitkomen...

 

Alles goed

Na Astorga wordt alles inderdaad mooier. We gaan klimmen en de pas van de bergen van León oversteken. Dit is in feite de eerste echte klim sinds ik de Pyreneeën overstak. Ik ben in mijn element. Bergen zijn zo ontzettend mooi, en er gaat weinig boven het bikkelen op weg naar de top. Kort voor het hoogste punt (1550 m) overnacht ik in Rabanal de Camino. Een schattig klein dorpje met huisjes van leisteen. Een piepklein kerkje stroomt vol voor de dienst: monniken laten er hun Gregoriaans gezang horen.

De volgende dag wordt een van de mooiste van deze Camino. Ik weet waar ik heen ga. Cruz de Ferro betekent voor mij hetzelfde als voor alle andere pelgrims. Ik heb mijn zorgen, draag ze mee. Op weg naar het kruis op de top betreed ik een meditatieve toestand. Ik zie wie ik ben, bekijk verdriet en verlangen als in de palm van mijn hand. Stap voor stap kom ik tot inkeer. Het is een maand wandelen geweest en nu zie ik Cruz de Ferro langzaam verrijzen. Het kruis is door zijn eenvoud zo ontzettend krachtig. Ik negeer drukte van toeristen en ga zitten. Ik zie een lief momument, dat wacht als een geduldige moeder. Alles is goed, is alles wat ik hoor. Ik veeg mijn gezicht droog en loop door.

Lees hier het vorige deel.

Lees hier het volgende deel.