Main Content

Filmbeelden van Nederlandse Arbeiders Sport Bond Arbeiderssport is Massasport!

  • 2 augustus 2010
De Nederlandse Arbeiders Sportbond
Zoom
De Nederlandse Arbeiders Sportbond

Net als de rest van de Nederlandse maatschappij was de sportwereld voor de Tweede Wereldoorlog verzuild. In 1927 werd de Nederlandsche Arbeiders Sportbond NASB opgericht als antwoord op de burgerlijke en kapitalistische visie op sport. Duizenden socialistische sporters verenigden zich onder het motto ‘arbeiderssport is massasport!’ Kijk hier naar orignele filmbeelden uit de jaren 20 van de vorige eeuw.

De oudste voetbalbond in Nederland is de algemene, die we nu kennen als de KNVB. De voorloper hiervan werd al in 1889 opgericht. In 1912 begon het Nederlandsch Olympisch Comité als een overkoepeling van verschillende bonden.

Eén van geest

In de jaren twintig begonnen de sportende arbeiders zich echter zelfstandig te organiseren. Hier was ook reden voor, vond de socialistische krant Voorwaarts in 1929: ‘De wijze waarop en de omstandigheden, waaronder in onzen tijd de arbeid verricht wordt, ontneemt den arbeiders vreugde, blijheid en opgewektheid.’ Volgens de krant was hier een oplosssing voor: ‘Een van de eerste en voornaamste middelen hiertoe is de sport.’ En daartoe hoorde een socialistische sportorganisatie om te voorkomen dat de arbeider lid zou worden van een algemene of liberale sportbond.

Er leefde in die tijd overigens een radikalere versie van het belang van sportende arbeiders. Dat blijkt uit het curieuze boek De Socialistische Arbeiderssport-Internationale als waarborg voor de Europeesche Vrede van E. Smedes. In dit in 1928 verschenen werk stond dat de Europese vrede werd bedreigd door het fascisme. Het antwoord van de auteur hieorp was ‘een strak georganiseerde, goed gedisciplineerde sport-organisatie, één van geest, van wil en als uiting daarvan één van kleding, die bereid zal zijn zich zelf geheel en al op het spel te zetten ter verdediging van de vrede in Europa.’

Internationale sportorganisaties voor arbeiders hadden volgens Smedes een duidelijk doel: ‘De arbeider moet geschikt gemaakt worden, om zijn lichamelijke krachten te gebruiken. Hun spieren moeten geoefend en gestaald worden, om die heerschappij over zichzelf te verkrijgen, die de lichamelijk geoefende mensch kenmerkt.’

Kortom: door sport werd de arbeider weerbaarder tegen het fascisme.

Vuist op tafel

De Amsterdamse socialist Sal Broekman stond aan de basis van de Nederlandsche Arbeiders Sport Bond. In 1929 schreef hij hierover in Voorwaarts: ‘Ik zag met ergernis dat de groote massa zich aan sport bedronk.’ Volgens hem was sport ‘een bolwerk van verholen nationalisme, van zelfgenoegzaamheid en holle klank, gedragen door de onverschilligheid en speelwoede, ook van hen die tot onze klassegenooten behooren.’

Broekman liep Tobias Green tegen het lijf, de voorzitter van de Amsterdamse voetbalvereniging Blauw-Wit. Samen met deze ‘trouwe partijgenoot’ besloot hij een organisatie te beginnen voor de sportende arbeiders. ‘In Augustus 1926 hielden wij onze eerste bijeenkomst met 12 aanwezigen. Wij stichtten het Komité voor Arbeiderssport. Een week later kwamen wij opnieuw bij elkaar. Het was een avond van droefenis, want de Partijleiding had haar veto uitgesproken. Wij hebben toen letterlijk met de vuist op tafel geslagen.’

Ondanks het verzet in eigen kring ging hij door met zijn werk. Op 19 dececmber 1927 was de oprichtingsvergadering van de NASB in het Amsterdamse café De Poot aan het Damrak. Broekman: ‘Toen ik om 5 uur den hamer neerlei, was de Bond met 50 leden gesticht.’

Volewijckers

Het bestaan van deze socialistische bond betekende echter niet dat alle arbeiders zich meteen aansloten – ook al waren die sporters overtuigd socialist. Tot grote frustratie van de NASB weigerde bijvoorbeeld de Amsterdamse voetbalclub De Volewijckers uit te komen voor deze bond. Een SDAP-congres nam zelfs een motie aan, waarin stond dat ‘het moreel niet geoorloofd wordt lid te zijn van een niet-moderne vakbond, en wie van ons zou het in zijn hoofd halen lid te zijn van b.v. de AVRO in plaats van de VARA? Maar in de sportwereld onderkent men de verschillen niet.’

De Volewijckers haalde de schouders op en weigerde zichzelf los te weken van de algemene KNVB om daarvoor in ruil tegen socialistische voetballers te spelen. “We waren te goed voor de arbeidersvoetbalbonden.” De club ontmoette liever gelijkwaardige tegenstanders, en die zaten aangesloten bij de KNVB. En zo kwam de SDAP er dus achter dat congressen geen elftallen opstellen.

Bijeenkomst in Den Haag

Een hoogtepunt in de geschiedenis van de NASB was een internationale bijeenkomst op het Haagse Houtrust met socialistische sporters uit Nederland, Duitsland en Oostenrijk. Dagblad Voorwaarts was lyrich over deze buitenlandse gasten. Op 2 mei 1929 schreef de krant: ‘Tegenover de buitenlandsche vrienden is het zeer wenschelijk, dat de belangstelling van de Nederlandsche, moderne arbeiders zoo groot mogelijk zij. Wij moeten den kameraden uit Weenen toonen, dat datgene, wat in Oostenrijk een onafzienbare schare arbeiders en arbeidsters als iets vanzelfsprekends beschouwt, ook in ons land in zeer breede kringen reeds ingang vind: een gezonde ziel in een gezond lichaam.’

Een dag voor deze historische bijeenkomst kreeg NASB-pionier Broekman het bijna te kwaad: ‘Een gevoel van stil geluk doorgloeit me bij de gedachte dat morgen meer dan tweeduizend leden, uit alle deelen van het land, in sportpak door de straten van Den Haag zullen trekken.’

Filmbeelden

Ook Polygoon bezocht deze bijeenkomst, waarvan we hier de filmbeelden hebben. In de loop der jaren is alleen een verkeerde datum blijven hangen aan de beschrijving, die we nu – dankzij de Historische Krantenarchieven van de Koninklijke Bibliotheek - kunnen herdateren op 18 en 19 mei 1929.

Via deze digitale krantenbestanden vinden we onder meer het verslag van Voorwaarts terug: ‘Machtig was de indruk, die onze mannen en vrouwen gaven in hun sportieve kleeding, waar bruin-gebrande armen uit de witte blouses staken, boven vurig-roode broeken en rokken. Ontroerend was het heerlijke enthousiasme, waarmede onze kinderen zich overgaven aan de sport, die thans ook hun deel kan worden.... Wel terecht voert de Arbeiderssportbond als devies: Arbeiderssport is Massasport.’

Aldus Voorwaarts. Er gebeurde echter nog iets wat we niet op de filmbeelden zien, maar wat wel door de verslaggever van het dagblad werd geconstateerd: ‘Er zijn vele organisatorische fouten gemaakt. De huisvesting was niet geheel in orde, verscheidene deelnemers zochten tevergeefs langen tijd naar hun pleegouders, anderen vonden een massa-kwartier zonder geriefelijkheid. Dit zijn fouten, die niet behoeven voor te komen. Onze beweging heeft grootere bijeenkomsten georganiseerd, waarbij aan meer menschen onderdak verschaft moest worden, en waarbij alles vlot van stapel liep. Onze sportbond is jong en heeft dus nog veel te leeren.’

En zo wordt opnieuw de meerwaarde aangetoond van het koppelen van historische filmbeelden aan de originele krantenartikelen, die via internet steeds makkelijker zijn terug te vinden. Dankzij deze oorspronkelijke bronnen valt er historisch licht op het afgesloten hoofdstuk van socialistische zelforganisatie onder de sporters. In de Tweede Wereldoorlog werden de verschillende sportbonden namelijk door de bezetter gedwongen te fuseren. Na de oorlog is de NASB niet meer heropgericht.

(Jurryt van de Vooren)