Main Content

Arbeidsmigratie in Zuidoost-Azië Een tinnen beker als identiteitsbewijs

  • 25 augustus 2010
<p>Amarjit en Kiranjit Kaur</p>
Zoom

Amarjit en Kiranjit Kaur

“Koelies vallen manager aan"; “Gruwelijke vondst op rubberplantage. Chinees gewurgd en vastgebonden teruggevonden. Dader Chinees."; “Dienstmeisjes pikken mannen in"; “Bazen zeggen dat zij het slachtoffer zijn".

De eerste twee koppen dateren uit een Singaporese krant (The Straits Time) van januari 1930. De laatste twee dateren van 2009, uit twee Maleisische kranten (The New Straits Time en The Star). Het gaat over migranten in Zuidoost-Azië. De media spelen een grote rol in de beeldvorming over arbeidsmigranten, zo betoogt migratiehistoricus Kiranjit Kaur. Bovendien is volgens haar de invulling van de berichtgeving weinig veranderd in de afgelopen eeuw: als er al over gastarbeiders wordt geschreven, dan is dit doorgaans negatief.

Kiranjit Kaur onderzocht de media in de Maleisische samenleving en de rol die zij spelen in het zichtbaar maken van de vrouwelijke arbeidsmigrant. De omstandigheden waarin de (vaak Indonesische) migranten moeten werken en leven in Maleisië zijn erbarmelijk: ze moeten zich aan strikte regels houden, werken dag en nacht, hebben geen vrije dagen, krijgen weinig loon, slecht te eten en kennen geen burgerrechten.

Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw kwamen steeds meer Indonesische vrouwen naar Maleisië om te werken, ze kregen typische vrouwenbanen, veelal als hulp in de huishouding. Het zette een ontwikkeling in gang waardoor er speciale regelgeving kwam voor vrouwelijke gastarbeiders, met nog striktere regels.

Er wordt wel over de beroerde arbeidsomstandigheden geschreven, maar dat is dan meestal in het thuisland van de migrant. De Indonesische krant schrijft over de slechte omstandigheden waarin de Indonesische dienstmeid in Maleisië leeft en de Maleisische krant schrijft over de moeilijkheden die werkgevers in het land ondervinden met de Indonesische dienstmeisjes. De slachtofferrol wordt omgedraaid.

In de koloniale periode was deze berichtgeving niet anders. Wel werd in die tijd de migrantenstroom- en zorg gereguleerd door de staat. Vanaf de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw, toen de behoefte aan goedkope arbeidskrachten verder toenam, kwamen de arbeidsmigranten onder directe verantwoordelijkheid van de werkgever te staan. Via speciale bemiddelingsbureaus en mensensmokkelaars werden en worden goedkope arbeidskrachten, vooral vrouwen, naar het gastland gehaald. Met nog slechtere arbeidsomstandigheden tot gevolg.

Daar kan Amarjit Kaur, eveneens migratiehistoricus, over meepraten. Zij onderzocht de verschuiving van migratiestromen in Zuidoost-Azië in de afgelopen eeuw. In haar lezing richt zij zich vooral op de tweede helft van de 20e eeuw en dan vooral na de jaren ‘70, toen er door economische groei ook steeds meer onderscheid kwam in ontwikkelde en onderontwikkelde delen van Zuidoost-Azië. Dit bracht een nieuwe migrantenstroom op gang. En ook Amarjit Kaur legt hierbij de nadruk op de toename van goedkope vrouwelijke arbeidsmigranten. Na de jaren ‘70 werden er zogenaamde ‘guest worker programs’ opgezet: tijdelijke contracten met een enorme reeks aan beperkingen en regels. Amarjit Kaur noemt India als voorbeeld: daar krijgt de gastarbeider geen identiteitspapieren mee, maar een tinnen beker met zijn of haar naam erop.

Het zijn onmenselijke omstandigheden, die Amarjit Kaur verduidelijkt met een aantal foto’s. Onmenselijke omstandigheden waarin de media van het gastland agendabepalend kunnen zijn, aldus Kiranjit Kaur. Zij kunnen de gastarbeiders een stem geven.

Het historisch perspectief was soms ver te zoeken in de lezing van beide dames, het was hen duidelijk meer te doen het publiek deelgenoot te maken van het tragische lot waarin een groot deel van de arbeidsmigranten in Zuidoost-Azië zich bevindt. En dat is gelukt.

AdV