Main Content

De reiziger als historische factor Zonder toerisme lag het Alhambra nu in puin

  • 25 augustus 2010
Logo geschiedeniscongres Amsterdam 2010 (Bron: wikipedia)
Zoom
Logo geschiedeniscongres Amsterdam 2010 (Bron: wikipedia)

De reiziger heeft de geschiedenis diepgaand beïnvloed, door het uitwisselen van ideeën, producten en overtuigingen. Tijdens het geschiedeniscongres in Amsterdam werd deze stelling nog eens onderschreven, vanuit verschillende standpunten. Historica Maria Antonia Lopez-Burgos del Barrio kon uit eigen ervaring vertellen over Granada: “Zonder het toerisme was het Alhambra nooit zo mooi geweest als dat het nu is.”

Granada is van oudsher een geliefde bestemming voor toeristen. Vanaf de zeventiende eeuw trekt de stad reizigers. Inmiddels komt er door het massatoerisme jaarlijks een miljoenenpubliek af op het Alhambra, de Generalife en de combinatie van monumenten en natuur. Toen Bill Clinton Granada in 1997 bezocht, zei hij dat de stad de mooiste zonsondergangen ter wereld heeft. Lopez-Burgos: “Maar of we dat moeten geloven...”

De reiziger is een drijvende kracht voor de geschiedenis. Dit was het uitgangspunt van een van de sessies tijdens het historisch congres in Amsterdam. Korte presentaties belichtten de invloed die de reiziger naliet. Vooral de traditionele vakantielanden kwamen voorbij: Middellandse Zee-landen als Italië, Frankrijk en Spanje.

Lopez-Burgos doceert aan de universiteit van Granada en deed onderzoek naar de ontwikkeling van het toerisme naar deze stad. “In de achttiende eeuw trokken reizigers naar deze stad” zo betoogde ze. “Het waren Franse en vaak Britse reizigers, op zoek naar het romantische van de stad: de zonsondergangen, en uiteraard het Alhambra. De schilderden de landschappen, en schreven bloemrijke passages over de Andalusische pracht. Schrijvers zoals Alexandre Dumas, Victor Hugo, of de tekeningen van David Roberts.

Zo mooi lag de stad er niet bij. “Dit romantische beeld van de stad was niet correct”, stelt Lopez-Burgos. “De stad was voor een groot deel onbewoonbaar: water en riolering werkten amper, gebouwen waren vervallen.” Er waren geen uitzonderingen: “Ook het Alhambra stond op instorten. Dit was tot in de twintigste eeuw het geval.” Foto's in zwart-wit illustreren haar verhaal. Ze tonen een onherkenbaar gebouw, zwaar verminkt rustend op zijn eigen restanten. Muren waren zwaar gehavend, fonteinen vielen uiteen. Tot in de jaren dertig was dit de staat van het complex, en alleen de meest achtergestelde sociale klassen woonden er. In de torens zaten Roma en criminelen, en de citadel fungeerde als gevangenis.

Pas na de Spaanse burgeroorlog herstelde Granada zich van zijn eigen verwaarlozing. Spanje had de wrange bijsmaak van Franco, en om toeristen te trekken werden nieuwe vakantieoorden uit de grond gestampt, en herzag men de waarde van bestaande monumenten. Granada, met het Alhambra voorop, voer mee op deze restauratiegolf. Met miljoenen manuren vol minutieuze herstelwerkzaamheden werd het Alhambra vanaf de Tweede Wereldoorlog hersteld in zijn oorspronkelijke staat. Vanwege de gigantische omvang van het complex duurde dit tientallen jaren. Ondertussen groeide de stroom van bezoekers: de romantische reizigers van weleer werden toeristen, met busladingen tegelijk op zoek naar souvenirs en shots van het gloednieuwe oude gebouw.

Erik R. van den Berg