Main Content

Nu geheel te bekijken 25 jaar na de Elfstedentocht 1985

  • 18 februari 2010
<p>Evert van Benthem gehuldigd als winnaar Elfstedentocht 1985</p>
Zoom

Evert van Benthem gehuldigd als winnaar Elfstedentocht 1985

Weet u het nog? 21 februari 1985. Waar velen aan twijfelden, gebeurde toch: voor het eerst sinds 1963 werd er weer een Elfstedentocht verreden. Voor het eerst ook kwam de hele tocht live de huiskamers in en zag een heel volk Evert van Benthem de opvolger worden van de legendarische Reinier Paping. Vanwege het 25-jarige jubileum van "De eerste Elfstedentocht van de moderne tijd" kunt u de tocht van 1985 nu nu in zijn geheel bekijken. Neem er even de tijd voor, want het duurt alles bij elkaar ruim vijftien uur....

Zondag is in het Schaatsmuseum in Hindeloopen een reünie van de Elfstedentocht van 1985. Evert van Benthem zal er helaas niet bij zijn (die woont tegenwoordig in Canada), maar de nummers 2 t/m 25 zullen wel aanwezig zijn!

Dat de Elfstedentocht meer is dan een wedstrijd bewees de tocht van 1985 ten overvloede. De NOS was er niet op voorbereid, en moets al improviserend het volksfeest en het zwoegen van de duizenden toerrijders in beeld proberen te brengen.

Als ode aan de duizenden toerrijders van 1985 volgt hieronder het verhaal van lid nr. 7976: Dick Waalewijn uit Leidschendam. Zijn verhaal is één van de vele verhalen die zijn gepubliceerd op de speciale Elfstedenwiki die de VPRO in 2007 maakte ter gelegenheid van de Avond van de Elfstedentocht. Op die website kunt u tientallenverhalen lezen van van deelnemers aan de Elfstedentocht vanaf Pim Mulier in 1893.

HET ELFSTEDEN-VERHAAL VAN DICK WAALEWIJN

Zaterdag 16-2-85 : Met de schaatsen naar Jan Rimmelzwaan in Barendrecht. Vorige maand kon er ook al in Nederland geschaatst worden. Ik was die week aan het skiën en had zodoende toch wat beentraining gehad. Op schaatsen had ik deze winter nog niet gestaan, want een kunstijsbaan is met mijn techniek niet zo leuk. Normaal benut ik wel bijna alle natuurijsmomenten in Nederland.

De molentocht door de Alblasserwaard staat op het programma. Het ijs is er goed. Heel Nederland is aan het schaatsen. De gedachten aan een Elfstedentocht zijn niet van de lucht. Zou het echt nog eens gebeuren? Midden volgende week? Vandaag na drie jaar eindelijk weer eens een echte molentocht! Dit wordt een test. Zou het goed gaan? Kunnen we ongetraind een tocht van 70 km uitrijden? We starten rustig. Het gaat niet slecht. Een beetje last van de rug. De zit is al aardig. Het gaat ondanks enkele kluunplaatsen redelijk snel. Het zonnetje schijnt, er is weinig wind.

Na 65 km in Kinderdijk zien we de familie en Pieter Hanson (uit Italië). Het dooit enkele graden! Het ijs glijdt goed. We zijn in drie uur en tien minuten terug in Alblasserdam. Niet erg moe, wel wat spierpijn. Verkijken we ons niet door de ideale omstandigheden? Een tweede ronde van 70 km zou misschien wel lukken, maar forceren is niet uitgesloten. We nemen het risico niet, we sparen ons. Je weet maar nooit!

Zondag 17-2-85 : Naar Friesland met de familie. Het dooit veel harder dan verwacht. We starten in Balk. Het is somber weer, het waait! Het ijs is zacht en er staat wat water op. Het trekt helemaal niet. Toch van start. Een nieuwe test. Het is 12.15 uur. Door Balk vrij slecht ijs. Dan door de Luts richting Stavoren. Hans, mijn broer rijdt ook mee. Pa en Ma in de auto. Hier is het ijs goed. Lekker beschut.

Mooie omgeving. Dan gaan we het meer op. Heel slecht ijs! Veel wind! Het is hier meer strompelen dan schaatsen. Heel zwaar. Overal spierpijn. Het kanaal van Stavoren is ook niet te berijden. Veel schotsen. Heeft niets met schaatsen te maken. Het is heel zwaar. Na Stavoren (14.00 uur) iets beter ijs. De tegenwind is niet prettig. Het is wel een beetje afzien nu al! Kom dan in Hindeloopen. Hier is het ijs ook slecht. Over het IJsselmeer is afgesloten. Te dun! Ik begin het somber in te zien; zowel het doorgaan van de Tocht der Tochten, als mijn eigen deelname. Moet door naar Workum tegen de wind, want daar wacht de auto. Het wordt een zwaar stuk op zeer matig ijs. In Workum ben ik aardig uitgeteld. (Na 42 km! van de tocht). Op deze manier heb ik geen schijn van kans. Een beetje stijf en moe gaan we wat drinken met de familie. Ik ben het eigenlijk zat. Op de terugweg horen we dat het door de hevige dooi in ieder geval niet op woensdag zal gebeuren.

Maandag 18-2-85 : Het heeft flink gevroren (-11 graden). Ik heb het vreemde gevoel, dat het toch nog gaat gebeuren. ’s Avonds overwerken. Om 20.05 uur belt Ma naar mijn werk. Het gaat door !!!!!!! Het is niet te geloven, een droomwens van twintig jaar kan werkelijkheid gaan worden! De nervositeit slaat toe. VVV Leeuwarden belt naar ons op. De dranghekken worden geplaatst voor het NBT. Iedereen is in rep en roer. De telefoon staat niet stil. De eerste mensen staan om 22.00 uur al voor de deur met slaapzakken. Om 23.00 uur van het werk (NBT) naar huis. Doe door de onrust geen oog dicht ’s nachts.

Dinsdag 19-2-85 : De inschrijving gaat om 10.00 uur open. Het loopt storm overal in Nederland. 82 mensen hebben de nacht voor het NBT doorgebracht. Om 11.00 uur heb ik een startbewijs! Ook voor Ton Rueck, Jan Rimmelzwaan en Peter Westgeest. ’s Avonds weer overwerk tot 22.00 uur (eigenlijk kan ik geen vrij nemen vanwege de jaarafsluiting, maar dit is zo bijzonder).

Woensdag 20-2-85 : Alle spullen naar Pa en Ma gebracht. Om 8.15 uur op kantoor. Flink drukke ochtend om alles goed af te ronden. Dan toch om 14.30 uur naar huis. Pak de spullen en ga met Henriëtte naar de trein. Komen om 19.15 uur in Leeuwarden aan en worden gastvrij onthaald bij Dick Westgeest. Jan heeft de deelnemerskaarten afgehaald. Temperatuur is nul graden om 22.30 uur ’s avonds. Erg mistig! Zou het doorgaan? Iedereen houdt zijn hart vast.

Donderdag 21-2-85 (de dertiende 11-stedentocht): Weer niet geslapen, net als Jan en Peter en een beetje stijf. De opwinding is te groot. Het is nu al boven nul! Het is 5.00 uur. Douchen, pap eten met veel suiker en alles inpakken. Iedereen geconcentreerd en stil. Het gaat door !!! Om 5.50 uur naar de bus en dan naar de Frieslandhal. Het is ontzettend druk, toch heerst er een gespannen stilte.

Om even na 7.00 uur verlaten we de hal. Eerst een stuk lopen. Veel deelnemers lopen met tranen in de ogen. Het is heel stil. Je beseft niet dat het nu is begonnen. Duizenden mensen staan ons al toe te juichen. Na ruim 1,5 km zijn we bij het ijs. Schaatsen aan. Het is zacht weer (1 graad). Het ijs is trouwens ook al zacht, en er staat water op. Langs de kant staan fakkels. Onder luid gejuich rijden we weg om 7.28 uur. Als in een droom rijd ik tussen het publiek door. Ik kan het nog niet geloven. Mijn droom is uitgekomen. Deze 11-stedentocht is begonnen en ik ben er bij!! Hoever zou ik komen? Heb ik een reële kans met zo’n abominabele voorbereiding. Zo weinig km’s en ervaring en zo weinig nachtrust. Ik moet mijn verstand dus gebruiken en rustig aan rijden. Nergens me laten opjagen en niet achter anderen aan gaan. Rijd je eigen tempo, dan kom ik het verst prent ik mezelf in. Het wordt al snel licht. Overal staan mensen te juichen, wat een fantastische ambiance! In Sneek zie ik Emilie Goossens (collega NBT) en Diederik den Hollander (Leiden). Maak even een praatje. Haal eerste stempeltje om 8.29 uur (22km). Heb een beetje spierpijn in de bovenbenen. Ik moet er niet aan denken, dat dit me de das om zal doen. Mentaal zal ik me niet kapot laten maken, neem ik me voor. Wat een fantastisch publiek, nu al! Dit wil ik in Leeuwarden vanavond ook meemaken.

Dan naar de tweede stad, IJlst (26 km). Het ijs glijdt behoorlijk, en het water erop is nog niet hinderlijk. Stempel af om 8.59 uur na een tien minuten wachten op Jan en Peter. Mijn rugzakje begint te scheuren. Raak Jan en Peter na 5 minuten al kwijt, omdat ik bij een boerderij om veiligheidsspelden vraag. Dan over het Slotermeer naar Sloten. Hier matig ijs; glijdt niet best, veel hobbels, lichte tegenwind. Wacht in Sloten, derde stad (stempel om 9.49 uur), nog tien minuten op Jan en Peter. Zie ze niet. Dan naar Balk (10.05 uur). Nog en kwartier gewacht en een kop chocolade genomen; het is volop genieten hier. Begrijp dat ik het inderdaad vandaag geheel alleen zal moeten opbouwen en overbruggen. Het nu komend traject ken ik van zondag. Ik weet wat me te wachten staat. Door de Luts gaat prima. De mensen zijn laaiend enthousiast.

Van mijn rugzak heb ik weinig last. Ik voel wel mijn spieren nog steeds. Nu het meer over. Het ijs is niet goed, maar wel veel beter dan zondag. Dan het kanaal naar Stavoren; schaatsen is nu wel mogelijk, het is geschaafd. De schotsen zijn plat. Om 11.30 uur de vierde stempel. Neem een halve boterham, een sinasappelsapje en een müslikoek (66 km zit erop). Nog geen enkele aanwijzing dat er binnenkort (te) grote problemen zullen ontstaan. Goed gemutst na een kwartier weer op pad tussen de dolenthousiaste mensen richting Hindeloopen. Het ijs is behoorlijk. Het gaat heerlijk! Ik rij goed op schema en droom nu al van het schaatsend bereiken van de eindstreep. Hoor dat Evert van Benthem de winnaar is.

Klokslag 12.30 uur krijg ik mijn vijfde stempel in Hindeloopen. Er staat al heel wat water op het ijs, toch glijdt het nog steeds behoorlijk. Het stuk naar Workum gaat goed dit keer. Beter ijs. Klokslag 13.00 uur mijn zesde stempel. Goed op schema. Neem twee dextro’s en mars (86 km zit erop). Nog geen problemen. De sfeer is grandioos. Veel fitter hier dan zondag en drie uur eerder! Om 13.10 uur door naar Bolsward. Een stuk klunen door de stad. Om 14.00 uur mijn zevende stempel. Dit was exact het tijdstip, dat ik na 100 km thuis had bedacht. Dat is een opsteker. Ik voel me echter leeg. Heb trek. Een beetje moe, maar nog niet aangeslagen. Ga rustig wat eten en drinken. Twee müslikoeken en koffie. Ontzettend veel water op het ijs!

Om 14.20 uur weer door. Vlak na deze stempelpost is een kluunplaats via een heel steil taluud. Een enorme file houdt de zaak op. Dit kost zeker 15 minuten extra voor 180 meter; dit heb ik niet handig gedaan. Verder op weg naar Harlingen heel wat kluunplaatsen, waaronder twee langer dan 1.000 meter. Verder wind tegen. Hier schiet het niet erg op. Raak nu duidelijk achter op mijn schema. Voel me nu echter wel snel sterker worden en heb groot vertrouwen in een goede afloop. In Harlingen zelf nog een kluunplaats over het spoor. Hier zie ik Emilie en Diederik weer. Haal de achtste stempel om 16.05 uur en pauzeer bij Henriëtte, Lia en Ria, die wat appelsap en koeken hebben. Ik voel me opperbest. Zij zijn echter zeer bezorgd dat ik te laat binnenkom in Leeuwarden.

Besluit wat harder te gaan rijden en vertrek om 16.25 uur. De rit naar Franeker gaat zeer hard voor mijn doen. Ik word nu niet meer ingehaald, maar haal wel zelf een paar groepen in. Om 17.10 uur in Franeker voor de negende stempel. De hele stad staat op z’n kop. Overal zijn tribunes gebouwd, hangen vlaggen uit en over bruggen, kaden enz. staan de mensen te zingen en aan te moedigen. Iedereen voelt zich hier winnaar. Het is fantastisch. Er spelen muziekkorpsen en hele klassen kinderen schreeuwen zich schor : "zet ‘m op naar Dokkum " ; "jongens ga door, jullie gaan nog heel goed ". Je krijgt tranen in je ogen van emotie. Iedereen zwaait terug.

De mensen zijn door het dolle heen. Dit gevoel is gewoon niet te beschrijven. Er hangt wat mist en het wordt al schemerig. Wat een sfeer. Nu begint voor mijn gevoel de 11-steden pas echt. Verlaat mentaal nog meer gesterkt deze fantastische stad en race hard door richting Berlicum. Zie mijn broer Menno onderweg met de auto en hoor dat Hans 10 km verderop wacht. Ik haal nog een paar groepen in en rijd nu als een bezetene. Hoe het kan met deze voorbereiding begrijp ik niet, maar niets lijkt me meer tegen te kunnen houden. Ik voel me echt heerlijk, ijzersterk en wordt door niemand meer ingehaald. Ben om 17.45 uur bij mijn broers. Krijg warme thee en chocola.

Om 18.05 uur weer door. Kom in het schemer aangereden bij de geheime controle. Er komt steeds meer water op het ijs. Dan kom ik in het pikkedonker, met mist. Je ziet geen twee meter voor je. Mijn snelheid wordt nu veel minder. De slootjes smaller en de plassen dieper. Na tien minuten in de file rijden plotseling een gil. We rijden met een grote groep een plas in van meer dan twintig centimeter diep. Het water stroomt door onze schaatsen en iedereen begint te mopperen. "dit heeft niets meer met schaatsen te maken ", anderen zeggen dat dit juist de 11-steden is. Ik moet nog 62 km door de duisternis. Stop en trek droge sokken aan. Doe plastic zakken om mijn schaatsen en ga door. Met vorst had dit niet gekund.

Het is bijna niet te doen. Iedereen rijdt dicht achter elkaar en we moeten regelmatig bij tunneltjes de kant op om te klunen. Af en toe staan er mensen te roepen : pas op wak; veel water op het ijs; zand op het ijs; rechts of links aanhouden; klunen. Deze aanmoedigingen en aanwijzingen zijn hartverwarmend. De omstandigheden verschrikkelijk. Zie veel mensen huilend, gedeprimeerd, moedeloos langs de kant zitten. Schiet niet meer dan 7 km op in een uur! Wanneer zou het ijs beter worden? Wanneer is er weer een dorpje of enige verlichting? Had ik maar een zaklamp bij me. Ik zie helemaal niets. Af en toe komt er een groepje met een zaklamp; deze schieten nog wel redelijk op. Bijna niet te volgen door al dat water en die scheuren. Dan plotseling een zee van licht, Bartlehiem! Een gat van vier boerderijen! Maar wat een mensen en wat een gejuich. Als helden word je hier binnen gehaald. Dit is een belangrijk kruispunt. Rechtdoor is naar Leeuwarden, linksaf naar Dokkum. Ik schaats tussen de mensen de bocht door en verdwijn weer in de duisternis. Nog 13 km naar Dokkum hoor ik ze roepen.

Voor me zie ik iemand rijden, er bewegen witte sokken. Dan zie ik hem niet meer. Mijn schaats haakt plotseling ergens achter en ik sla over de kop. Wat er precies gebeurd is me niet duidelijk. Ik hang met mijn schaatsen omhoog in een prikkeldraad hek. Mijn benen spannen zich en ik krijg vreselijk kramp in beide benen. Ik gil van schrik en pijn. Roep om hulp. Zie niets. Er komt iemand aansnellen met een zaklamp. Mijn schaats-beschermers zijn ook weg en mijn rechtercontactlens is verschoven. Een man bevrijdt me en leidt me naar een EHBO-post 100 meter verder in een boerderij.

Hier zitten vele slachtoffers; gewond, maar meestal gewoon uitgeput. De mensen in de boerderij zijn vriendelijk en ze proberen me over te halen om hier te blijven slapen. Ik heb immers geen schijn van kans meer om Leeuwarden op tijd te bereiken. Het bijna 21.10 uur en ik moet nog 37 km door de duisternis en dat zonder zaklamp; gekkenwerk dus. Bovendien gaat Bartlehiem ca 1 km terug om 21.15 uur de mensen van het ijs halen en Dokkum zal ook wel snel sluiten. Mijn lens zit ondertussen weer goed. Ik moet dus opschieten anders ben ik de achterste. Bedank voor de gastvrijheid en vertrek.

Zie een groep rijders met twee zaklampen aankomen. Sprint erachter aan en krijg zowaar aansluiting. Het gaat voor mijn doen wel hard. Er rijden 2 man op kop en 6 man volgen. Ik zit achteraan en kijk waar zij rijden. Kom zelden in een scheur; het ijs is hier ook een stuk beter ( de Dokkumer Ee vond ik een van de beste stukken van de hele dag). Dit was een enorm geluk, omdat deze breed is en bovendien rijd je deze heen en weer en dat is ca 20 km goed ijs. We halen nog heel wat groepjes in, maar ook enkelingen, die strompelend proberen nog een eind te komen. Dan na een zeer snelle race (het hoogste gemiddelde voor mij van de gehele dag) stormen we het juichende Dokkum binnen. Zien de schitterende verlichte molen.

De mensen zijn ook hier heel uitbundig. Wat een feest. Iedereen blijft aanmoedigen. We moeten nog even klunen door de stad en dan nog 500 meter. Via een erehaag naar de tiende ! stempelpost. Mijn dag kan echt niet meer stuk. Het is 21.40 ! Zwaaien naar het publiek. Terug naar de kluunplaats en dan weer richting Bartlehiem. We halen ontzettend veel mensen in. Zien overal zaklampen, ook mensen, die nog op weg zijn naar Dokkum, die we wellicht heen al ingehaald hebben. Er zullen veel rijders bij zijn, die Dokkum niet meer voor 22.00 uur zullen bereiken en zoals later bleek hun stempel niet meer hebben bemachtigd. Oorspronkelijk was 23.00 uur de sluitingstijd, maar door de toenemende hoeveelheid water op het ijs dreigde de stempelpost ten onder te gaan.

Vlak voor Bartlehliem nog een kop lauwe thee met z’n allen. Ik ben waarschijnlijk de zwakste van deze sterke groep en verwacht elk moment te moeten lossen bij dit voor mij moordende tempo tegen de wind in. Je gokt erop dat er ijs is, maar je ziet niets. Af en toe spuit je door een behoorlijke hoeveelheid water. De meeste rijders, die bij ons proberen aan te haken zijn er binnen een paar honderd meter al weer af; het gaat heel hard door de duisternis. In Bartlehiem nog meer gejuich dan de heenweg. De mensen zijn hier stapelgek; wij waarschijnlijk nog veel erger.

Het idee om nog 64 km door een volstrekte duisternis te gaan schaatsen, na al elf uur bezig te zijn geweest met 138 km is natuurlijk volstrekt belachelijk, maar voor de Tocht der Tochten heel normaal. Het gerucht gaat bij de kluunplaatsen, dat ze ons in een bus willen stoppen, vanaf Bartlehiem en ons toch " het kruisje " geven. Ik peins er niet over om van het ijs te gaan en zal zeker het kruisje op deze manier niet accepteren. Er zijn er echter, die er anders over denken hoor ik bij het laatste stukje klunen en die blij zouden zijn als het zo zou gaan. Gelukkig mogen we nog door. De laatste 15 km zijn ingegaan. Wat gaat het hard! Hier is het weer pikdonker. Dreig zeker twee keer af te haken, maar kom er wonderwel weer bij. Waar die kracht vandaan komt is me een volslagen raadsel, maar het gaat fantastisch. Het beest, de eerzucht, prestatiedrang en het zo genieten van dit heel bijzondere evenement komen waarschijnlijk samen tot uiting.

Dan wordt het ijs toch weer slechter, raak een paar keer een scheur, maar blijf gelukkig toch net overeind. Nog een paar plassen, en een keer klunen bij een bruggetje. Ook hier staan mensen met een auto het ijs te verlichten en ons aan te moedigen. Halen nog een aantal rijders in. De slootjes worden weer smaller. Er wordt geroepen : 6 km naar Leeuwarden. Het blijft pikdonker.

Een kwartier later weer mensen langs de kant: nog " maar " 8 á 9 km roepen ze. Dat valt toch wel even tegen. Zou ik zo lang bij deze groep kunnen blijven of toch nog alleen verder moeten? Het kost me nu steeds meer moeite om het tempo te blijven volgen. Even later ineens in het licht en ontzettend veel mensen, die schreeuwen en zingen. Ik dacht dat we er waren, maar nee, dat was Oudkerk.

Weer verdwijnen we in de duisternis, Nog 3 km! Nog 2.100 meter; nog 1.500; nog 800 wordt er achtereenvolgens geroepen. Nergens is nog licht van een stad te zien, zo donker is het. We gaan nog een bocht om. Dan een bord met nog 500 meter en gelijk daarna komen we tussen een uitzinnige mensenmassa. De armen gaan omhoog, de zaklampen uit. We zien hekken op het ijs. We zijn er !!!!!Hard remmen. Zie helaas geen bekenden. De 11-stedentocht 1985 zit erop.

Mijn droom is geheel bewaarheid geworden. Ik heb hem meegemaakt en nog goed volbracht ook! Het is elf uur. Vijftien en een half uur onderweg geweest. Wat was het mooi. Het meest adembenemende, enerverende, mooiste sportevenement dat je je kunt voorstellen; achter ons vallen mensen uitgeput op het ijs en zijn drijfnat. Ze worden weggedragen. Ik heb vandaag situaties gezien, die je echt je hele leven zullen bijblijven. Eén van mijn maten blijkt een fanatieke triatleet te zijn. Deze groep trainde al vele jaren voor dit evenement. Ik ben blij dat ik ze 37 km heb bijgehouden. Het was mijn geluk ze op het juiste moment te ontmoeten.

Samen halen we ons elfde en laatste stempeltje. Het is 23.10 uur! Er komen nog steeds mensen binnen. Enkele jonge meisjes bieden aan om onze schaatsen uit te trekken. Ze zeggen, dat een aantal rijders niet meer in staat blijken om het zelf te doen. Geheel voldaan trek ik mijn schaatsen uit. Meedoen was dit keer niet verschrikkelijk. Het was gewoon een zware tocht, maar ik heb mijn verstand erbij kunnen houden. Niet meedoen was veel erger geweest!! Mijn kleding was perfect, de plastic zakken om mijn schaatsen een noodgreep die werkte. Tussen mijn lange onderbroek en trainingspak had ik schuim op mijn knieën voor het kruipen onder de bruggen door (werden daardoor ook niet koud en nat). Langs mijn heupen ook schuim voor bescherming bij valpartijen voldeed ook (Bartlehiem). Onderweg alle eetbare zaken dankbaar aangepakt, en ook gewoon lauw water uit enkele teilen gedronken.

Met de bus terug naar de Frieslandhal. Stempelkaart inleveren. Dan in de berg schoenen mijn eigen schoenen terugzoeken en naar huis bellen. Door een paar vriendelijke toeschouwers teruggebracht naar het logeeradres, waar ik in de armen van Henriëtte kan bijkomen. Met gejuich ontvangen. Iedereen heeft het gehaald! Hoe is het mogelijk dat ik hetook gehaald heb. Er werd op TV gezegd, dat in het donker de echte karaktermensen een kans hadden en de rest niet. Krijg een mooie 11-stedentrui van Henriëtte. Het is 02.45 uur als we naar bed gaan. Slaap nu voldaan als een roos.

Vrijdag 22-2-85 : Met de trein naar huis. Een prachtige schaatser en de kaart van Friesland eromheen door mijn vader getekend. Bloemen van bekenden, taart van de buren. Van de afdeling bloemen en van de NBT-directie 2 boeken over de Olympische Spelen van 1980. Mijn contactlenzen kon ik drie dagen niet dragen, vanwege koude en vermoeidheid op mijn ogen. Mijn schaatsen waren heel erg bot en er was er een zelfs zo krom, dat deze in een bankschroef rechtgezet moest worden. Dit verslag heb ik in maart 1985 geschreven en in een plakboek met foto’s en krantenartikelen verwerkt. Bijna 22 jaar later, begin 2007 alsnog uitgetypt. Deze dag leeft na al die jaren nog van uur tot uur in mijn herinnering.

Schaatsen vond ik altijd de mooiste sport die er was. Nog steeds vraag ik me af, hoe ik met mijn beperkte techniek erin geslaagd ben deze tocht in 1985 te volbrengen. Een jaar en 5 dagen later was ik veel beter voorbereid en had zelfs op kunstijsbanen getraind. Ik wist nu waar ik het beter en anders moest gaan aanpakken. Mijn eten was in 1985 niet optimaal. In 1986 had ik veel meer energierepen bij me in plaats van boterhammen. Door korter te rusten en een betere voorbereiding was ik ruim drie uur eerder in Bartlehiem. Dat bleek dat jaar doorslaggevend. De Dokkummer Ee was een week ervoor kapot gevaren en er waren veel slechte stukken. Doordat ik er nu met daglicht over kon schaatsen scheelde dat valpartijen. Nu kwam ik om 21.30 uur op de Bonkevaart aan, 5 minuten voor Prins Willem Alexander. Het laatste stuk duurde bijna twee keer zo lang als in 1985! De beleving was geheel anders, het was optimaal genieten, maar het geloof in een goede afloop was veel hoger.

Achteraf denk ik dat de drie belangrijkste factoren zijn om zo’n tocht te volbrengen: 1) geluk, geen zware valpartijen en geen materiaalpech. 2) mentaal in staat zijn om dipjes en vermoeidheid op te vangen. 3) een goede conditie om een fysiek lange inspanning vol te houden. Ik zal ook nooit vergeten de enorme warmte en gastvrijheid die van de bevolking uit Friesland over de rijders is uitgestrooid. Nog altijd hoop ik op natuurijs en wellicht nogmaals een ronde langs de mooie Friese steden.