Main Content

Dronken dakloze Cornelis de Gelder komt in Amsterdamse Gemeenteraad Gemeenteraadsverkiezingen: Had-je-me-maar en de Rapaillepartij in 1921

  • 24 februari 2010
Hadjememaar met sigarenkistje
Zoom
Hadjememaar met sigarenkistje

De bekendste anti-establishment parlementariƫr uit de geschiedenis was ongetwijfeld de Amsterdamse zwerver Cornelis de Gelder, alias Had-je-me-maar. Met zijn Rapaillepartij kreeg hij tot schok van de gevestigde partijen in 1921 een zetel in de Gemeenteraad. Had-je-me-maar werd een begrip voor "tegenpartijen". Polygoon maakte zelfs een (stomme) film over zijn leven.

Cornelis (Nelis) de Gelder, beter bekend als Had-je-me-maar (Amsterdam, 22 november 1856 – Amsterdam, 30 november 1931), was een zwerver, straatmuzikant en lijsttrekker van de "Rapaille Partij" die in 1921 in de gemeenteraad van Amsterdam werd verkozen.

Nadat metselaar en acrobaat De Gelder tot twee keer toe weduwnaar geworden was, kon hij de zorg voor zijn vijf kinderen niet meer aan en begon hij een leven op straat. In het begin van de twintigste eeuw werd hij een bekende verschijning in Amsterdam, waar hij meestal te vinden was op het Rembrandtplein. Daar probeerde hij met liedjes genoeg geld bij elkaar te sprokkelen om spiritus te kopen, de goedkoopste alcoholvariant die verkrijgbaar was. In 1916 werd De Gelder ingehuurd om reclame te maken voor de revue "Had-je-me-maar" van Louis Davids. Hiertoe zong hij het titellied uit de voorstelling tijdens zijn straatoptredens. Al snel kreeg De Gelder de titel van het lied als bijnaam. Zijn lokale bekendheid was in deze periode al groot; toen De Gelder in 1919 in het ziekenhuis lag vanwege een ontwrichte knie werd dat in de media gemeld.

In 1921 werd De Gelder door de Veelbelovers, een groep anarchistische bootwerkers, gevraagd om lijsttrekker te worden van de Vrije Socialistische Groep. Door te demonstreren dat zelfs een zwerver verkozen kon worden, wilden de anarchisten, onder leiding van Erich Wichman, ageren tegen de stemplicht en het parlementaire stelsel. Dit plan vond navolging, onder andere in Rotterdam, en de beweging raakte landelijk bekend als de Rapaille Partij. In een persconferentie op 12 maart 1921, vlak nadat hij zich officieel kandidaat stelde, maakte Had-je-me-maar de hoofdpunten van het verkiezingsprogramma bekend. "Jajempies" moesten vijf cent gaan kosten, brood elf cent en vet 35 cent. Afbraak van de urinoirs en in plaats daarvan grootschalige aanplant van bomen in de stad. Wat later maakte de partij een nieuw actiepunt openbaar: vrij jagen en vissen in het Vondelpark.

Had-je-me-maar en de tweede man op de lijst, Bertus Zuurbier, werden verkozen tot de gemeenteraad. Had-je-me-maar werd echter kort voor de verkiezingen gearresteerd vanwege openbare dronkenschap en zat tijdens de verkiezingen in Veenhuizen. Hij werd veroordeeld tot een kuur in een ontwenningskliniek. In de kliniek ondertekende hij een verklaring waarin hij afstand deed van zijn zetel. Omdat de lijst maar uit twee namen bestond, werd zijn plaats nooit opgevuld.

De ontwenningskuur deed Had-je-me-maar goed. Na terugkeer was hij niet meer dronken en zag hij er verzorgder uit. Hij verdiende wat geld met verschillende handeltjes en verbleef in een door de gemeente gesponsord logement, maar was nog steeds erg arm.

In 1931 werd Had-je-me-maar aangereden door een auto toen hij wilde oversteken bij het Leidse Bosje. Enkele dagen later overleed hij op 75-jarige leeftijd in het Binnengasthuis in Amsterdam.

Na zijn dood leefde Had-je-me-maar voort als politiek begrip voor politici met weinig politieke ervaring die zich anti-establishment opstellen ("Hadjememaars"). Met het leven van Nelis van Gelder als inspiratie schreef Jaap van de Merwe in 1984 de musical Hadjememaar, die vanaf dat jaar werd uitgevoerd door het Nooy's Volkstheater met Wim Wama in de titelrol.

(bron: o.a. Wikipedia)