Main Content

De eerste landverrader die ter dood veroordeeld werd Max Blokzijl, stem van het Nationaal-Socialisme

  • 26 februari 2010
<p>Een jonge Max Blokzijl in 1907</p>
Zoom

Een jonge Max Blokzijl in 1907

De 'Nederlandse Goebbels' werd hij wel genoemd. De radiopraatjes die Max Blokzijl tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte, werden door alle lagen van de bevolking beluisterd, van fout tot 'anti' en verzet. Wat maakte hem zo succesvol? En waarom werd hij na de oorlog als eerste landverrader terechtgesteld, en niet een van de kopstukken van de Nationaal Socialistische Beweging?

‘Temidden van de verschrikkingen, de beklemmingen en de duizend angsten die ons volk heeft moeten verduren, werd het staande gehouden door zijn geloof. En de stem van de duivel die het tot twijfel wilde brengen en die het zijn geloof wilde ontnemen, was de stem van Max Blokzijl.’

Het proces tegen de collaborateur Max Blokzijl is een van de opmerkelijkste uit de vaderlandse geschiedenis. De hele zitting, op 11 september 1945 in het paleis aan de Kneuterdijk, duurde maar een halve dag. Het was zo druk dat de vertegenwoordigers van de pers moeite hadden om een plaatsje in de zaal te vinden.

Veertien dagen na de zitting begon de president van het hof zijn uitspraak met de kernachtige zin: ‘Het hof heeft u ter dood veroordeeld.’ Niet Anton Mussert, vader van fout Nederland, maar Max Blokzijl werd na de bevrijding als eerste landverrader ter dood veroordeeld. Waarom juist hij? Waren zijn praatjes zo verderfelijk?

Verrechtsing
Blokzijl begon zijn carrière als redacteur voor het Algemeen Handelsblad. In de jaren ‘10 maakte Max Blokzijl na een uit de hand gelopen grap furore als muzikant met de bekende stichter van het levenslied, Jean-Louis Pisuisse. Als muziekspelende journalist trokken de twee door de wereld. Na terugkeer in Nederland in 1913 stopte Blokzijl met de samenwerking en pakte zijn werk als redacteur weer op. Hij ging als correspondent werken in Berlijn, waar hij met tussenpozen zou verblijven tot in 1940.

Lange tijd was Blokzijl fel gekeerd tegen de nationaal-socialistische partij. Na de verkiezingen in 1928 schreef hij over de NSDAP als ‘De rechtsradicalen – althans het groepje, dat nog altijd den Oostenrijkschen behanger Hitler naloopt...’ Over het antisemitisme van die partij zei hij in 1930: ‘Als in tijden van nood zoekt men een zondebok en meent men die in de joden gevonden te hebben.’

Maar na Hitler’s machtsovername veranderden Blokzijl's opvattingen. Hoewel zijn werkgever geen pro-Duitse propaganda toestond, slaagde hij er af en toe toch in om zijn tevredenheid over Duitsland kenbaar te maken: ‘De huidige regerende heren in Duitsland zijn ook maar mensen en naar ons gevoel grijpen ze erin vele gevallen niet minder naast dan de collega’s in het buitenland. Maar hun streven is, als geheel gezien toch eerbiedwaardig. Ze doen tenminste veel in plaats van kletsen.’ (Het Volk, 31 december 1937)

Max Blokzij werd in 1935 geheim lid van de NSB, en zijn sympathieën voor het nationaal-socialisme zouden toenemen. In 1940 werd Max Blokzijl daarom door AVRO-directeur Willem Vogt verzocht vanuit Berlijn een reeks radiovoordrachten te houden voor de omroep. De AVRO streefde ernaar ‘accenten aan te leggen die de Duitsers niet onwelkom zouden zijn’, aldus Lou de Jong in diens ‘Het Koninkrijk’.

Praatjes
Dit betekende het begin van Max Blokzijl’s beruchte radiocarrière. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sprak hij van 2 februari 1941 tot en met 5 mei 1945 in totaal ruim achthonderd keer voor de radio. Van zijn praatjes verschenen gedrukte versies, die na de oorlog nog van pas zouden komen.

Blokzijl startte in 1941 voor de AVRO met zijn serie wekelijkse radiopraatjes onder de titel ‘Ik was er zelf bij’, over zijn belevenissen in Duitsland. In de eerste aflevering blikt hij terug op de tijd ervoor, over de 'combinatie Pisuisse-Blokzijl'. Blokzijl toont zich hierin een uiterst bekwaam en boeiend spreker, maar ook valt op dat hij nogal ijdel was.

Gaandeweg de uitzendingen werpt hij zich op als een verdediger van het Duitse Rijk, iets wat steeds explicieter tot uiting zou komen. Zo schetst hij in de laatste van de acht praatjes een portret van de Duitse leiders en zegt de ‘volkomen valse beelden buiten Duitsland over die mannen’ te willen rechtzetten. Met trots spreekt hij over zijn ontmoetingen met Goebbels, Rudolf Hess (‘de meest sympathieke’), Hermann Goering (‘de meest populaire’) en Adolf Hitler. Blokzijl noemt Hitler een ‘geniale persoonlijkheid’, die volgens Blokzijl in de eerste plaats gezien moet worden ‘als kunstenaar en als architect’. Blokzijl vertelt met trots over zijn ontmoeting met Hitler: ‘Het is een dwaasheid aan te nemen dat hij deze oorlog heeft gewild’.

Op 12 mei 1941 startte Blokzijl met een nieuwe reeks praatjes, onder de titel ‘Politiek Weekpraatje’. Hiernaast was hij op 31 juli 1941 begonnen met zijn ‘Brandende kwesties’, eveneens wekelijks te horen. Hij maakte de luisteraar al snel duidelijk wat zijn bedoelingen waren: ‘…tusschen U en mij op den duur een vriendschappelijke en persoonlijke verhouding te doen ontstaan. Ik beken het eerlijk: ik wil pogen uw vertrouwen te winnen.’

Terugkerend waren zijn waarschuwingen voor het bolsjewisme. In het kielzog van Reichspropagandaminister Joseph Goebbels verhoogde Blokzijl het gevoel van urgentie in zijn praatjes. Aanleiding hiervoor was de Duitse nederlaag bij Stalingrad begin 1943 en Goebbels’ hierop volgende ‘Totale Oorlog’-redevoering. Blokzijl intensiveerde zijn boodschap onder de titel ‘De klok heeft twaalf uur geslagen’, waarin hij op 22 februari 1943 meldde: ‘Als Duitsland de oorlog verliest komt er een Sovjet-Nederland’.

Blokzijl genoot als radiospreker een grote populariteit. Deels kwam deze voort uit de bekendheid die hij als artiest met Pisuisse had opgebouwd, maar meer nog omdat hij zich een uiterst bekwaam radiospreker toonde. Hij stak met kop en schouders uit boven het opruiende geblaf van nationaal-socialistische collega's. Met rustige, gemoedelijke stem richtte hij zijn propagandaboodschap tot de 'geachte luisteraars'.

Haarfijn voelde hij aan wat er leefde in de samenleving. Hij wist maar al te goed dat een groot deel van de bevolking naar Radio Oranje luisterde, ook na de inbeslagname van radiotoestellen vanaf mei 1943. Zo schroomde Blokzijl niet om fragmenten van de verboden zender te gebruik, om kritische noten vanuit Londen één voor één te pareren.

Haatmail
Blokzijl zou zijn praatjes volhouden tot op de dag van de bevrijding, toen hij in een hoogst opmerkelijke uitzending nogmaals waarschuwde voor ‘de vijand Moskou’. Blokzijl had een breed publiek, ook veel niet-NSB-ers stemden hun radio af op Blokzijl. Dagelijks ontving hij zo'n veertig brieven, met opmerkingen en vragen, maar ook bussen vol hatemail bereikten hem:

'Bloedhond,
Van Uw misselijke praatjes, walgt het gehele Nederlandsche volk. En afschuw van Uw redevoeringen is zoo algemeen dat zoo wat niemand er meer naar luistert. Eenmaal zal het Nederlandsche volk met het addergebroed van NSB-tuig afrekenen. Ook met Max Blokzijl, zal de rekening worden vereffend, waar hij zich ook zal trachtten te verbergen.'

Waar de haat soms letterlijk van de brieven droop, waren andere reacties meer genuanceerd of was er zelfs plek voor humor. Een Groningse tegenstander reageerde met typisch noordelijke droogheid:

‘Blijkens nauwkeurige onderzoekingen kunnen aan de Marinitoren te Groningen 1027 NSB-ers tegelijk opgehangen worden. Voor jou, beste Max, is er ook nog wel een plaatsje.

P.S. Zou je nu langzamerhand maar niet eens uitscheiden met je geleuter voor de radio?’

Maar ook NSB-ers schreven brieven. Daarin verklaarden ze zich gesterkt te voelen door de radiopraatjes van Blokzijl. Een twintigjarige jongen uit Schiedam:

‘Ik heb U vele malen horen spreken en dat deed mij als SS-man weer al het leed vergeten wat ons wordt aangedaan door ons bloed eigen volk.’

Gevoelige snaar

Zowel bij aanhangers, als tegenstanders en 'zwevende stemmers' raakten zijn praatjes een gevoelige snaar. Dit werd na de oorlog dan ook een van de hoofdaanklachten tegen Blokzijl. Op 9 mei 1945 werd hij gearresteerd. Hiermee was Max Blokzijl de eerste collaborateur die werd berecht na de Tweede Wereldoorlog.

Blokzijl werd verweten dat hij 'veelvuldig propaganda heeft gevoerd, gericht op het breken van het geestelijk verzet van het Nederlandse volk tegen de vijand en ontrouw worden van dat volk aan zijn regering en de gemeenschappelijke geallieerde zaak...'

Procureur-fiscaal, mr J. Zaaijer vond wat Blokzijl had gedaan op het gebied van propaganda ‘duizendmaal erger dan het malle gedoe van de NSB’. Volgens mr Zaaijer kende Blokzijl de gevoelens van het volk door en door en wist hij hier listig op in te spelen.

Mr Zaaijer vond de zaak zeer eenvoudig: 'Temidden van de verschrikkingen, de beklemmingen en de duizend angsten, die ons volk heeft moeten verduren, werd het staande gehouden door zijn geloof. En de stem van de duivel, die het tot twijfel wilde brengen en die het zijn geloof wilde ontnemen, was de stem van Max Blokzijl.'

Dat Blokzijl in staat werd geacht om het 'geestelijk verzet te breken' zegt veel over zijn kwaliteiten, maar meer misschien nog over de naoorlogse behoefte een schuldige aan te wijzen. Al tijdens de rechtszaak verbaasde dit hem zeer, wat met name in het laatste deel van zijn proces te horen is. Ook in zijn dagboek zou Blokzijl later schrijven:

'Het heeft mij verwonderd, dat de machthebbers van mei 1945 naast Mussert en mij, als een der 'hoofdschuldigen' naar voren hebben gebracht. Mogelijk, dat ik door mijn radiogesprekken een tamelijk uitgebreide bekendheid heb gekregen. Maar ik was volstrekt geen vooraanstaand figuur.' (Dagboek Blokzijl, 4 februari 1946)

Niet aan zijn bekendheid, maar aan de betekenis die Blokzijl had voor bezetter werd uiteindelijk zwaar getild in het eindoordeel van de rechter. Als fanatiek pleitbezorger voor de Duitse zaak had hij de hoop onder de Nederlandse bevolking doen knakken. De Duitsers hadden geen betere samenwerking kunnen wensen. Blokzijl had de vijand een dienst bewezen en hierdoor verdiende hij de zwaarste straf.

In een documentaire van OVT-voorganger 'Het Spoor Terug' uit 1987 werd deze gang van zaken nog eens onder de loep genomen: waarom was het Blokzijl die als eerste werd berecht en niet een van de voormannen, met Mussert als eerste gegadigde?

'Omdat het juridisch heel eenvoudig was. Als er iemand is die zich in de oorlog erin gepraat heeft dan is Blokzijl 't wel', zo blikte aanklager Zaaijer terug. Alle bewijzen waren er: de radio-uitzendingen, en de boekjes die ervan uitgegeven waren. De zaakwas daardoor snel voor te bereiden, en bijvoorbeeld eenvoudiger dan die van NSB-kopstukken. Voor Zaaijer was de moeilijkheid een keuze te maken uit het materiaal. 'Ik koos 13 citaten, het hadden er ook 113 kunnen zijn.'

Werd de invloed van de radio te hoog ingeschat? Zaaijer beschouwde de macht die Blokzijl met zijn praatjes had uitgeoefend als het zwaarste vergrijp. 'Een man die voortdurend vertelt dat de Duitsers gelijk hebben, dat vonden we zo erg....Er waren genoeg mensen die hem geloofd hebben. Het feit dat hij zo goed was heeft de strafmaat bepaald.' Bewijs was er niet nodig voor deze aanklacht: er werd bijvoorbeeld niemand gehoord die toegaf Blokzijl's propaganda te geloven.

Uiteindelijk achtte de jury de ernst van de zaak onomstotelijk bewezen, en was er maar één oordeel mogelijk: de zwaarste straf.

Aangeslagen
Blokzijl was aangeslagen door het oordeel. Voor hem kwam zijn straf volkomen uit de lucht vallen: 'Ik had deze manier van wraak nemen niet verwacht. Ik heb gedacht aan vestingstraffen, desnoods jarenlang. Maar met de mogelijkheid van werken, liefst met een pijpje tabak erbij. Nu zijn wij de z.g.n. 'zware gevallen' gewone misdadigers, omdat we ons vaderland zoo innig lief gehad hadden en hebben, en er alles voor over hebben gehad. Ik vergeef mijn rechters, dat ze tot zo iets hun steun hebben gegeven. Maar het is en blijft gruwelijk.' (Dagboek Blokzijl, 24 januari 1946)

Hij bleef volhouden slachtoffer van de omstandigheden te zijn. 'Het is mijn pech geweest, dat ik om zoo te zeggen den eersten stoot moest opvangen. Mijn strafmaat werd in juli en augustus 1945 voorbereid, dus nog onder onmiddellijke invloed van de bevrijdingskoorts. Was ik in september 1946 aan bod gekomen i.p.v. september 1945, dan zouden de dingen er wel anders hebben uitgezien.' (13 februari 1946)

Waar Blokzijl de zwaarste straf ontving, ontsprongen propagandabreinen in andere landen de dans. Zo werd in Duitsland de verantwoordelijkheid in de schoenen geschoven van Goebbels, en die was inmiddels dood. In Nederland droeg Blokzijl bij lange na niet dezelfde schuld als zijn Duitse voorbeeld. Bovendien doodde hij nooit iemand.

Blokzijl's verzoek tot gratie werd niettemin afgewezen door de koningin. Op 16 maart 1946 werd hij op de Waalsdorpervlakte in Den Haag na een kort salvo ter dood gebracht.


Bekijk en beluister:

  • Het volledige proces, zoals opgenomen in 1945!
  • Het Spoor Terug - Het proces Blokzijl, ruim veertig jaar na dato.
  • Filmfragmenten met daarin beelden van Blokzijl
  • Een selectie van zijn radiopraatjes, inclusief afleveringen van 'Ik was er zelf bij'


    Bronnen

    René Kok - 'Max Blokzijl, stem van het nationaal-socialisme' (Amsterdam, 1988)
    NIOD - Het proces Blokzijl. Ingel. door A.H. Paape; gecorr. en vervoll. door René Kok en Erik Somers.
    Het Spoor Terug - Het proces Blokzijl
    Max Blokzijl - div. van zijn causerieën.

Audio en Video