Ingelaste uitzending Andere Tijden over val van Lubbers II VVD was door het dolle heen
Net als in 1989 is een regering gevallen na veel geruzie. Afgelopen week ging Balkenende IV ten onder, waar het toen Lubbers II was. Andere Tijden maakt een reconstructie van de gebeurtenissen van toen, waarin de nog jonge Frank de Grave een cruciale rol speelde. Toenmalig fractievoorzitter van het CDA Bert de Vries: “De VVD was door het dolle heen.”
Het kabinet Balkende IV is gevallen. Wat er na vele incidenten nog over was aan vertrouwen tussen de partners verdween afgelopen vrijdagnacht definitief.
In mei 1989 ging het tweede kabinet Lubbers van CDA en VVD ook ruziënd ten onder. Officieel struikelde het over het reiskostenforfait, maar in feite had de VVD schoon genoeg van het CDA. Maar ook het CDA wilde wel wat anders. In het geheim praatte de partij al met de PvdA over samenwerking.
Andere Tijden reconstrueert donderdag met de toenmalige hoofdrolspelers deze gebeurtenissen. Onder andere premier Lubbers, vicepremier De Korte en kamerlid Frank de Grave vertellen over de emotionele breuk en de achterliggende motieven. Volgens minister-president Lubbers zocht de VVD-fractie een stok om de hond mee te slaan en forceerde de crisis: “Ze waren klaar met het kabinet. Jammer!”
Al bij de start van het kabinet Lubbers II kwam het tot een aanvaring. Vicepremier De Korte kreeg in het openbaar een reprimande van Lubbers toen hij voor zijn beurt en zonder voorafgaand overleg in de ministerraad het bezoek van Beatrix aan de Japanse keizer Hirohito afkeurde. Lubbers: “Eens maar niet weer.” De toon was gezet.
In de loop van de jaren verslechterden de onderlinge verhoudingen. De VVD worstelde vooral met de dominante positie van het CDA en de ‘partijdigheid’ van Lubbers. VVD-kamerlid Frank de Grave zegt hier nu over: “Het sterke gevoel in onze fractie was dat Lubbers helemaal geen premier van een kabinet was. Hij gedroeg zich puur als aanvoerder van het CDA. Hij spande zich totaal niet in om de partijen bij elkaar te houden.”
Fractievoorzitter van de VVD, Joris Voorhoeve, zag in het kabinet de spanningen toenemen: “Ik herinner me dat ik de laatste zes maanden voor deze kabinetscrisis vaak uit het bewindsliedenoverleg naar huis ging met het gevoel: Dit kan niet lang zo doorgaan. De verhouding was buitengewoon slecht. De vermoeidheid was groot.”
Toch waren het niet de bewindslieden van de VVD of de fractievoorzitter, die de bom definitief lieten barsten. Motor achter de breuk was namelijk Frank de Grave, de jonge hond. Hij souffleerde Voorhoeve tijdens het cruciale Kamerdebat over het reiskostenforfait.
Voorhoeve liet zich haast euforisch meeslepen: “De fractie vond: We zijn zo vaak door de knieën gegaan, nu is het genoeg. De streep in het zand van meneer De Grave, dat was een overweldigend gevoel. Fractieleden waren daar heel emotioneel over. Het is net als in persoonlijke verhoudingen: op een gegeven moment barst een vriendschap of een huwelijk door een kleinigheid.”
Fractievoorzitter van het CDA Bert de Vries constateert echter nuchter: “De VVD was door het dolle heen.” Ook vicepremier De Korte zag de boel in de fractie uit de hand lopen en geeft nu nog de schuld aan zijn eigen partijgenoot: “Wat mij betreft is de hoofdoorzaak van de crisis toen het falend fractievoorzitterschap van Joris Voorhoeve.”
Frank de Grave is echter nog steeds overtuigd van de noodzaak van de toenmalige breuk: “Als je politiek niet meer in staat bent om voldoende tegenspel te bieden dan heeft het ook niet meer zoveel zin. Dus dat heeft bij mij uiteindelijk de doorslag gegeven. Het gevoel dat de VVD moest hergroeperen en de volgende oorlog voorbereiden.”
Na de verkiezingen verloor de VVD fors en werd Lubbers III geformeerd: een kabinet van CDA en PvdA. Het geheime overleg tussen deze partijen had dus eindelijk zin.
