Verslag van een gelijmd leven Auschwitzoverlevende Frieda Menco vertelt

- Zoom
Frieda Menco
De joodse Frieda Menco werd in 1944 met het laatste transport gedeporteerd naar Auschwitz. Lange tijd kon ze niet praten over haar ervaringen. Documentairemaker Hasan Coskun maakte een korte documentaire over Menco. Daarin vertelt ze dat ze erg ziek was in het kamp. Ze lag in dezelfde barak als Anne Frank, een meisje met wie ze nog speelde in Amsterdam. Anne verdween, Frieda en haar moeder overleefden.
Haar aangrijpende verhaal begint wanneer haar vader besloot om met zijn gezin onder te duiken in Warmond. Ze moesten wel, want ze kregen een oproep van de Duitsers om zich te melden voor het transport richting Westerbork. Voor dag en dauw vertrekt het gezin per boot uit Amsterdam. Haar moeder, Rebecca Brommet had vlak voor vertrek de Jodensterren afgedaan. Bij het aankloppen aan de deur in Warmond, zei de man: “zijn jullie joden? Jullie zien er net zo uit als gewone mensen’’.
Het was snel duidelijk dat ze het slecht getroffen hadden. De vader van Frieda, Jo Brommet, moest elke maand 125 gulden per persoon betalen voor bonkaarten. In een klein kamertje van een fietsenwinkel brengen ze twee jaar door.
Het was ondraaglijk, de angst om verraden te worden en de honger was constant aanwezig. Het ondenkbare gebeurt dan toch, ze worden verraden. Ze worden opgepakt en vertrekken richting Westerbork. Het klinkt vreemd, maar het was bijna een verademing voor Frieda om na een ellendige onderduikperiode aan te komen op Westerbork. De angst was verdwenen en de honger ook. Voor eventjes had ze haar vrijheid terug en was er regelmatig eten, ook al was het onsmakelijk. Op het kamp ontmoette ze vrienden en bekenden uit Amsterdam, ze vergat voor even de beroerde situatie waarin ze zat. Westerbork was een paradijs in vergelijking met de onderduikperiode, ze kon weer lachen.
Dit was van korte duur. Elke dinsdag vertrok er een trein richting het oosten, bestemming onbekend. De kampbewoners leefden van dinsdag op dinsdag. Tot de namen van de familie Brommet werden opgenoemd op het perron. Het gebeurde op een zondag en niet eens op een dinsdag. Ze stappen de trein in en zonder dat ze het weten maken ze deel uit van het allerlaatste transport richting Auschwitz. Frieda herinnert zich niet veel van de reis. Het was erg donker in de wagon, je hoorde mensen fluisteren, kreunen en huilen. Af en toe keek iemand uit een spleetje om enig beeld te krijgen van waar ze waren.
Na een lange tocht stopte de trein in Auschwitz-Birkenau. Frieda stapte uit en was eerst verblind door het licht en zag daarna in de verte een menigte in beweging. Gillend renden mensen alle kanten op. Ze waren net getuige geweest van een openbare executie. Er was kennelijk iemand opgehangen, als afschrikwekkend voorbeeld bij ongeoorloofd gedrag.
Maar alles overheersend is het beeld van het perron van Birkenau: de selectie. Vier rijen ziet Frieda voor zich, twee rijen mannen en twee rijen vrouwen. Langs de rijen lopen gevangenen die roepen: “Hebben jullie iets van waarde? Geef het ons, want jullie mogen het toch niet houden”. Later wisten ze dat één rij van de mannen en één rij van de vrouwen direct naar de gaskamers ging.
Frieda heeft haar vader na die dag nooit meer gezien. Later hoorde ze dat hij het kamp wel had overleefd, maar de ‘dodenmars’, de massale evacuatie van Auschwitz toen de geallieerden het kamp naderden, niet had overleefd. Zijn lichaam is nooit teruggevonden.
Het leven op het kamp was onmenselijk zwaar. De vrouwen op het kamp moeten werken, hard werken. Frieda en haar moeder moesten uren achter elkaar zware stenen sjouwen, in de kou en in de regen. Om het werk vol te houden zingen ze Nederlandse liedjes, tot ergernis van de vrouwelijke kampbewakers. Frieda had alleen maar een zomerjurkje aan en twee linkerschoenen die nauwelijks pasten. Haar eigen kleren moest ze inleveren. Als eten kregen ze een halve liter waterige koolsoep. De uithongering van de gevangenen was deel van het systeem in Auschwitz. Frieda en haar moeder Rebecca deden alles om in leven te blijven. Rebecca verloor haar dochter geen moment uit het oog.
Het moet overlevingsinstinct geweest zijn, zonder elkaar hadden ze geen schijn van kans. Door verwaarlozing, gebrek aan hygiëne, aan medische zorg, aan voedsel, door uitputting en ook door excessief geweld bezwijkt Frieda. Ze krijgt roodvonk en wordt verplaatst naar de ziekenbarak. Hierdoor is ze afgescheiden van haar moeder, die zich ten volle realiseert dat dit voor beiden het einde kan betekenen. Rebecca is wanhopig, ze kan geen hap meer door haar keel krijgen. Edith Frank, de moeder van Anne Frank, is even wanhopig. Haar dochters Margot en Anne zaten in dezelfde ziekenbarak als Frieda. Beide moeders besloten om een gat te graven onder de ziekenbarak. Door het gat communiceerden ze en gaven ze, zo ver dat kon, voedsel door aan hun zieke dochters.
Op een dag doet Frieda samen met een vriendin een belangrijke vondst: er ligt een platina horloge in het matras, verstopt door een vorige gevangene. Opeens kan er ook iets de andere kant opgesmokkeld worden, onder de barakwand door. Rebecca en Edith Frank slagen erin het horloge om te zetten in wat extra eten, bestemd voor hun dochters. Margot en Anne worden allebei ontslagen uit de ziekenbarak. Frieda blijft achter, ze is nog veel te ziek. Ze heeft inmiddels ook tyfus. Later worden moeder en dochter herenigd doordat Rebecca ook ziek wordt. Ze krijgt ‘Durchfall’ (diarree), de ziekte die veel kampbewoners kregen.
Frieda werd alsmaar zieker en zieker, ze kreeg ook nog pleuritis. Frieda weegt nog maar 45 kilo. Haar moeder is eigenlijk niet ziek meer, maar ze doet alsof ze niet kan lopen en klaagt voortdurend over haar gezondheid. Dit houdt ze net zo lang vol totdat er een Duitse soldaat de barak binnen komt stormen.
In januari 1945 vrezen de Duitsers in Auschwitz de nadering van de Russische troepen. Ze bereiden het kamp voor om te ontruimen en de sporen van de misdaad uit te wissen. De soldaat schreeuwt in het Duits: “Iedereen die achterblijft wordt doodgeschoten”. Frieda is veel te zwak om te vertrekken, ze kan geen stap zetten. Rebecca weet dat en besluit, ondanks de dreigementen, bij haar dochter te blijven.
Het kamp is al snel verlaten, alleen maar lege barakken, met hier en daar het levenloze lichaam van een kampbewoner. Alles is wit, er ligt een dikke laag sneeuw over het kamp. Het is muisstil, de sneeuw heeft een dempende werking op het geluid. Negen dagen lang leven Rebecca en Frieda van een beetje kool en sneeuw. In de verte horen ze een onbekend geluid. Het zijn de Russen, de voorposten van de Russische bevrijders komen op ski’s het kamp binnen. Een grote Rus komt de barak binnen en staart verwonderd de moeder en dochter aan. Het is 27 januari 1945. Het kamp is bevrijd.
Bekijk een korte en aangrijpende documentaire over Frieda Menco.
Hasan Coskun
Bron: Ad van Liempt - 'Frieda: verslag van een gelijmd leven'