Main Content

Ook CIA weet van niets Het eeuwige verhaal van de stadhoudersbrief van Prins Bernhard

  • 21 januari 2010
Zoom

Volgende week is de laatste uitzending van de miniserie 'Bernhard - Schavuit van Oranje' over het leven van prins Bernhard. VPRO Geschiedenis plaatst deze maand daarom veel historisch materiaal uit het leven van Bernhard. Dit keer kijken we naar de stadhoudersbrief, die in de serie een grote rol speelt.

Er gaan verhalen dat de CIA archieven heeft van prins Bernhard met explosief materiaal. Twee jaar geleden ging het verhaal dat de geheime dienst dat zou gaan vrijgeven. Het gaat hier dan om de zogenaamde stadhoudersbrief.

In 1942 zou prins Bernhard deze brief aan Hitler of Himmler hebben geschreven, waarin staat dat hij namens de Führer stadhouder van Nederland zou kunnen worden als de Duitsers na overleg met de Engelsen de bezetting van Nederland zouden beëindigen. Dit verhaal is in 1946 door dubbelspionne Leonie Brandt-Pütz als eerste verteld.

Het bestaan hiervan is nooit bewezen en altijd uiterst krachtig door Bernhard ontkend. Ook in zijn beroemde interview met de Volkskrant in 2004 sprak hij hierover. De brief is in ieder geval nooit gevonden.

Volgens Eric Hennekam van het Archief Forum gaan er veel geruchten rond over archiefstukken over Bernhard: ‘Eind 2006 kreeg ik van een Franse onderzoeker een tip dat er een brief van Prins Bernhard lag in het Archive Nationales. Erg concreet was deze tip niet en vluchtig onderzoek had dit geen enkel resultaat.’

En in 2007 kreeg Hennekam vanuit Moskou een anonieme tip over een dossier van het Koninklijk Huis zou liggen. ‘Als je al dit soort zaken bij elkaar op gaat tellen, ga je toch echt denken aan een broodje aap.’

Inlichtingenagent Jan Heitink zou ooit weer van de CIA hebben gehoord, dat die dienst een explosief dossier van Bernhard zou vrijgeven op 17 maart 2008- mitshij en koningin Juliana dan al minimaal drie jaar dood zouden zijn. Sindsdien zoemt dit gerucht hardnekkig rond, mede door de vermeende aanwezigheid van de stadhoudersbrief.

In de Volkskrant zei Heitink in 2008, toen al 86 oud, overtuigd te zijn van het bestaan van de brief. "Het was een heel klein document, gericht aan Hitler of Himmler. Het aanbod was handgeschreven, en eronder stonden de handtekeningen van Bernhard en Juliana."

In ieder geval is er nog nooit een historisch bewijs van gevonden, behalve door de creaties van Thomas Ross.