Main Content

Hoe Sinaida Pawlenko en Harm Greevink elkaar tijdens de oorlog in Berlijn ontmoetten Een Oekraïens-Twentse liefde (deel 1)

  • 14 juli 2010
<p>Sinaida en Harm (foto: familiearchief)</p>
Zoom

Sinaida en Harm (foto: familiearchief)

De liefde en de dood gaan in tijden van oorlog vaak hand in hand. Soms overwint de liefde. De Oekraïense Sinaida Fedorowna Pawlenko en de Drentse Twent Harm Greevink ontmoetten elkaar in mei 1942 in een Berlijnse munitiefabriek. Na de oorlog trouwden ze en vestigden zich in Almelo. Na de dood van Sinaida vond dochter Marian een dagboek van haar moeder. Dit zeer bijzondere dagboek heeft ze voor internet bewerkt en zal de komende weken op deze website worden gepubliceerd. bewerking en commentaar: Marian Kruijt-Greevink

DEEL 1: Jeugd in de Oekraïne (1921 - 1936)

Deel 2: Werk en opleiding (1937 - 1940)

Deel 3: Oorlog in de Oekraïne (1942)

Deel 4: Dwangarbeid in Berlijn (1942 - 1944)

Deel 5: Sinaida en Harm (Berlijn, 1944)

Deel 6: Bevrijding en huwelijk (1945 - heden)

Mijn naam is Sinaida Fedorowna Pawlenko en ik ben geboren op 26 september 1921 in Charkov, Oekraïne. Mijn moeder, Marva Jakoblevna Lebed, was de tweede vrouw van Fedor Stepanowitsj Pawlenko. Na de dood van zijn eerste vrouw had hij een nieuwe vrouw nodig om voor zijn dochter Olga te zorgen. Uit dit tweede, slechte huwelijk zijn twee kinderen geboren. Ik en mijn broer Wladimir. De situatie thuis was niet erg plezierig. Mijn vader was schoenmaker van beroep, maar hij was verslaafd aan wodka en dronk mateloos. Daardoor was er helaas niet altijd geld voor eten in huis.

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw zijn er in Oekraïne grote hongersnoden geweest door misoogsten (1921-1922) en de collectivisatie van de landbouw (vanaf 1928). Zelfstandige boeren, zoals die er al eeuwen waren geweest, werden gedwongen in grote gemeenschappelijke boerenbedrijven te werken, de z.g. kolchozen of in sovchozen, staatsboerderijen, en hun eigen oogsten moesten worden afgestaan aan deze kolchozen. De boeren kwamen daartegen in verzet en staken liever hun eigen oogst en vee in brand dan dat ze dat moesten afstaan.

Al het graan werd verzameld om naar de steden gestuurd te worden om het grote leger industriearbeiders te voeden. Industrialisatie was het grote toverwoord van Stalin, en de boeren, ook koelakken genaamd, moesten gehoorzamen of sterven. Elke vorm van tegenstand werd bestraft door verbanning naar goelags, straf– en werkkampen in ver afgelegen gebieden als Siberië, of door de kogel.

De boeren zelf kregen weinig tot niets van het voedsel dat zij hadden verbouwd. Op deze manier werd een hele boerenstand uitgeroeid. Het resultaat was een gigantische hongersnood, later bekend geworden als holodomor, waarbij mensen op straat dood in elkaar zakten, of gewoon thuis uitgehongerd raakten en stierven. Volgens verhalen vonden tussen de 5 en 10 miljoen mensen de dood. Over die periode heeft mijn moeder nooit veel verteld, alleen dat haar moeder al het eten dat er was aan de kinderen gaf.






Videoverslagover de hongersnood in de Oekraine in 1933, gebaseerd op de artikelen van de journalist Gareth Jones, die als eerste verslag deed van de "holodomor"

In de grote steden, Charkov was een grote stad met industrie, was nog wel wat eten te krijgen, maar alleen met voedselbonnen. Blijkbaar konden mijn grootouders wat eten kopen met die bonnen, maar toch denk ik dat Marva honger moet hebben geleden. Fedor was een prima vakman en als hij niet dronken was kon hij prachtig schoeisel maken. Misschien was dat ook wel de reden dat er bij de familie brood op de plank kwam. Ook voor zijn kinderen maakte hij mooie schoenen en laarzen.

Ik herinner me een paar rode laarzen waar ik bijzonder trots op was. Vader was een echte vrouwenversierder en deed erg zijn best om gezien te worden. Hij kwam oorspronkelijk uit een dorp in de buurt maar kon in de grote stad meer werk vinden. Hij had voor zichzelf eens een paar laarzen gemaakt en wilde in zijn dorp laten zien hoe goed en mooi hij dat kon. Hij vertrok met een koets naar zijn oude woonplaats en heeft een rondrit door de buurt gemaakt waarbij hij zijn nieuwe laarzen buitenboord hield. Volgens mij schaamde mijn moeder zich voor dit gedrag, maar het was wel een vroege vorm van reclame.

Likken aan een bevrorenlantaarnpaal

Mijn vader zal op zijn manier wel een goede vader zijn geweest, hij was streng maar hij had ook een sadistisch trekje over zich. Hij heeft mijn broer en mij een keer aan een bevroren lantaarnpaal laten likken. Dat zou lekker zijn! Toen onze tongen vastvroren had hij de grootste pret. Misschien was hij dronken toen hij ons dit aandeed. Ook sloeg hij mijn moeder en ons regelmatig, vooral als er iets niet naar zijn zin gebeurde of als we kattenkwaad hadden uitgehaald. En als het eten niet op tijd op tafel stond of als het hem niet smaakte, dan hadden mijn moeder en wij het zwaar te verduren. Toen ik wat ouder was heb ik hem echt gehaat. Door de grote hoeveelheden wodka die hij dronk had hij overigens weinig smaak meer want om nog iets te kunnen proeven van de traditionele borschjt prakte hij een complete rode peper in zijn bord fijn voordat de soep erop werd gegoten.

Doodsbang

Wladimir en ik konden niets goed doen en kregen dan regelmatig een pak slaag. Toen ik zestien jaar was pikte ik het niet langer en ik heb hem, toen hij me weer eens wilde afrossen, een flinke mep terugverkocht. Dat was de laatste keer dat hij mij heeft aangeraakt en eigenlijk was hij vanaf dat moment doodsbang voor me. Ik kon toen ook nog maar weinig respect meer voor hem opbrengen en ging hem uit de weg.

Met de familie van mijn vader hebben we geen contact gehad, maar bij de familie van mijn moeder kwam ik regelmatig. Een aantal jongere zusters van mijn moeder (zij was de oudste van het gezin) woonde rondom Charkov op het platteland en daar heb ik plezierige tijden meegemaakt, vooral als ik in de zomer tijdens de vakantie mocht logeren bij mijn ooms en tantes. Er waren ook neven en nichten waar ik erg op gesteld was.

Tijdens deze zomervakanties maakten we lange boswandelingen, zochten paddenstoelen en peuzelden die op nadat ze op een vuurtje waren geroosterd. De familie had clandestiene groentetuintjes, eigen teelt was streng verboden in die tijd, met daarin augurken, paprika’s, uien, tomaten, aardappelen, aardbeien en een aantal bessen– en frambozenstruiken. Dat was een welkome aanvulling, maar als je betrapt werd dan werd de oogst in beslag genomen en er volgden strafmaatregelen.

Piano

Mijn zus Olga was een stuk ouder dan Wladimir en ik. Ze is al snel uit huis gegaan en met haar heb ik niet meer zoveel contact gehad. Toen ik ongeveer 8 - 9 jaar oud was ging ik vaak bij de overburen spelen met hun dochter Lucy. De buren kwamen uit Leningrad (St. Petersburg) en het waren twee oudere dames met volwassen dochters en Lucy. Waarom zij in Charkov kwamen wonen weet ik niet, maar het waren mensen uit de hogere kringen want ze hadden een groot huis met vier kamers gekocht en erg mooi en duur ingericht. Iedereen had er zijn eigen kamer, in die tijd heel bijzonder, en er was een grote kamer, een “zaal”, waar een bank stond en een grote, mooie piano op kristallen voeten. Eén dochter was getrouwd met een ‘gewone’ man en dat was blijkbaar een waarborg voor hun veiligheid, want als je van adel was dan was je leven sinds de Oktoberrevolutie niet meer zo zeker.

Kinematografie

De vader van Lucy was directeur van de ‘kinematografie’, de voorloper van de bioscoop. Lucy was de oogappel van de hele familie, ze was van dezelfde leeftijd als ik. Mijn vader was een gewone man, een arbeider, en hij heeft ons streng opgevoed tot gehoorzame kinderen, zodat de buren daarop geen aanmerkingen konden maken. Daarom vonden deze mensen het goed dat hun dochter met mij omging. Lucy mocht ook bij mij thuis komen, maar ze bleef altijd maar vijf minuten. Ik, daarentegen, mocht alle dagen en alle uren bij de familie doorbrengen.

Het huis had twee ingangen. ’s Winters kwam je eerst in een hal en dan in de warme keuken, ’s zomers gingen we aan de andere kant het huis binnen. Eerst was er een veranda met glazen wanden en daarna kon je naar de woonkamer. Bij het huis was een grote tuin met een boomgaard en veel bloemen. Ik heb heel veel met Lucy gespeeld, gelachen en kattenkwaad uitgehaald. Maar allemaal in haar tuin en onder toezicht van de volwassen vrouwen van het huis.

Lucy en ik hadden altijd grote pret als we in hun fotoalbums gingen bladeren waarin foto’s stonden van knappe, rijke en goedgeklede dames. Ons spel was om zo snel mogelijk de hand te leggen op een mooie foto en “dat ben ik” te roepen. De ander probeerde dat ook, dus we hebben veel gelachen en hadden reuze plezier. Ook speelden we verstoppertje en allerlei andere spelletjes in de tuin. Dat ging zo door tot het eind van het achtste leerjaar, ongeveer 1935. Lucy ging toen naar een andere school en ik bleef op dezelfde school tot en met het tiende jaar en zo is Lucy uit mijn leven verdwenen.

Op straat schaatsen

‘s Winters hadden wij kinderen veel plezier in de sneeuw. Toen ik ongeveer 13 jaar oud was ging ik vaak op straat schaatsen. Er was een lange straat met aan het einde een sterk afdalende heuvel. Met een stel vrienden ging ik op schaatsen naar beneden, midden tussen het tram- en vrachtverkeer, want personenauto’s waren er toen nog niet. We hadden dikke pret om met grote snelheid schaatsend de heuvel af te denderen. Ik vloog als een vogel zonder vleugels over de harde sneeuw. Maar als er verkeer van de andere kant kwam moest je wel zorgen dat je snel weg was! Tussen de weg en het trottoir lagen hopen sneeuw en dat was de enige plek waar we met grote snelheid naar toe konden. Halsoverkop in een berg sneeuw! Daarna klopten we de sneeuw van ons af en vlogen met grote snelheid weer verder naar beneden tot het rechte, horizontale gedeelte. Daarna moesten we weer naar boven toe en dat was een flinke klauterpartij. Dus wachtten we tot er een vrachtwagen voorbij kwam, we hielden ons ergens aan vast en de auto bracht ons weer naar boven. Dan kon de afdaling weer opnieuw beginnen. Toen ik puber was, was dat mijn winterpret.