Main Content

Hoe Sinaida Pawlenko en Harm Greevink elkaar tijdens de oorlog in Berlijn ontmoetten Een Oekraïens-Twentse liefde (deel 2)

  • 21 juli 2010
Sinaida in ca. 1937 (foto: familiearchief)
Zoom
Sinaida in ca. 1937 (foto: familiearchief)

De liefde en de dood gaan in tijden van oorlog vaak hand in hand. Soms overwint de liefde. De Oekraïense Sinaida Fedorowna Pawlenko en de Drentse Twent Harm Greevink ontmoetten elkaar in mei 1942 in een Berlijnse munitiefabriek. Na de oorlog trouwden ze en vestigden zich in Almelo. Na de dood van Sinaida vond dochter Marian een dagboek van haar moeder. Dit zeer bijzondere dagboek heeft ze voor internet bewerkt en zal de komende weken op deze website worden gepubliceerd.

bewerking en commentaar: Marian Kruijt-Greevink

Deel 1: Jeugd in de Oekraïne (1921 - 1937)

Deel 3: Oorlog in de Oekraïne (1942)

Deel 4: Dwangarbeid in Berlijn 1942 - 1944)

Deel 5: Sinaida en Harm (Berlijn, 1944)

Deel 6: Bevrijding en huwelijk (1945 - heden)

DEEL 2: Werk en opleiding (1937 - 1940)

In 1937 was ik 16 jaar en zat in de tiende klas toen mijn zus Olga liet weten dat er een plaats voor mij was op de fabrieksschool, op voorwaarde dat ik een cursus organische scheikunde zou volgen. Dan zou ik in het laboratorium worden aangesteld. Olga werkte op de boekhoudafdeling van een snoepfabriek met o.a. een biscuit-, een chocolade- en een marmeladeafdeling. Olga was toen al getrouwd met Vassili.

Ik kwam op de karamelafdeling in het laboratorium terecht. De collega’s hadden allemaal een hogere opleiding en ik voelde me zo onbekwaam, dat ik besloot om de middelbare avondschool te gaan volgen. Ik werkte daarnaast in ploegendienst, maar gelukkig had de school aangepaste tijden. In mijn vrije tijd moest ik huiswerk maken, en dat heb ik ook braaf gedaan, alleen niet thuis maar in vergaderruimtes van het bedrijf of in het stadspark op een bank in de schaduw. Thuis zou ik niet hebben kunnen werken. Als je studeerde zou niemand het in zijn hoofd halen om je daarbij te storen. Drie jaar lang ging ik om 7 uur van huis en kwam pas ‘s avonds rond 11 uur terug.

Politbureau

Mijn vader, als kortzichtige en heerszuchtige man, schold me vaak uit omdat ik nooit meer thuis was en dat ik nog eens op het slechte pad zou komen. Hij had er totaal geen besef van dat ik studeerde en bij mijn chefs en collega’s van het bedrijf grote waardering genoot. Ik had het erg naar mijn zin en op een dag vroeg een secretaris van het politbureau van het bedrijf of ik tijdens een vergadering kon komen notuleren. Ik was helemaal verbijsterd, want in de tijd moest je lid zijn van de communistische partij om iets te kunnen bereiken en ik was geen lid van de partij en wilde dat ook niet worden. Maar de secretaresse van die afdeling was ziek en het was natuurlijk altijd goed om te laten merken dat je een loyale en bereidwillige werknemer was.

Het onderwerp van de vergadering was de Franse Revolutie. Ik had nog nooit zoiets gedaan en was dan ook erg onzeker. Maar de secretaris was een wat oudere, gemoedelijke en behulpzame man en hij beloofde me te helpen als ik hem zou helpen. Later bleek dat hij mijn notulen voor het grootste gedeelte had aangepast en ik hoefde ze alleen nog maar met twee vingers uit te typen en de taalfouten eruit te halen. Zijn zinnen en mijn grammatica gaven blijkbaar een bevredigend resultaat.

Zeer geheim

Ik merkte dat er meer personeelsleden waren die belangstelling voor me hadden. De chef van een z.g. geheim bureau van het bedrijf kwam op een gegeven moment bij me en vroeg of ik een uurtje bij hem wilde komen voor een klusje. Natuurlijk kon mijn cheffin daar niets tegenin brengen, maar ik begreep niet wat ik op het geheime bureau moest doen. Het bleek dat ik een brief moest typen, want de eigen secretaresse was die dag afwezig. Ik kreeg een blanco vel papier met daarop de tekst ‘zeer geheim’ en daarop werd ik verzocht een verslag te typen over inkomende materialen van verschillende bedrijfsafdelingen. Suiker, verpakkingsmaterialen en allerlei ingrediënten. Ik vroeg me in alle ernst af wat daar toch voor geheimzinnigs aan was.

In elk geval waren mijn chefs tevreden over mijn werk en personeelsleden die goed en betrouwbaar werk afleverden kregen van het bedrijf altijd voorrang als er vrijkaarten beschikbaar waren voor een theatervoorstelling, ballet, opera of operette. Het bedrijf kocht elke maand een aantal kaarten voor het eigen personeel. Ik heb vaak gebruik gemaakt van die vrijkaarten, maar toch ging ik bijna altijd alleen naar de schouwburg. Naast culturele activiteiten bestond er ook de mogelijkheid om in de winter ski’s te huren en dan gingen de jongere personeelsleden gezamenlijk skiën.

Amandelen

Tijdens deze periode heb ik vriendschap gesloten met een aardige jongeman Walodja genaamd. Hij was van mijn leeftijd en was chef elektromonteur bij het bedrijf. Zijn hobby was toneelspelen. Als elektromonteur mocht hij zich vrij bewegen door de diverse afdelingen van het bedrijf en als hij in het laboratorium kwam dan nam hij altijd versgebrande amandelen mee uit de chocoladeafdeling.

Maar als er niets kapot ging, dan kon hij niet op mijn afdeling verschijnen, dus daar moesten wij, de meiden van het laboratorium, iets op verzinnen en dat deden we ook. Als er analyses gemaakt moesten worden in glazen kolfflessen, dan werden die op een spiraalkacheltje verwarmd. Ik knipte een spiraaltje door, hield vervolgens de draadeindjes tegen elkaar zodat het ging vonken en een prachtige kortsluiting was het resultaat. Vervolgens belden we de technische dienst dat het kacheltje het niet meer deed en dat Walodja moest komen. Hij begreep direct hoe laat het was, ging eerst langs de chocoladeafdeling voor de gewenste amandelen en kwam daarna in het laboratorium.

Er werd veel gesnoept door het personeel, maar dat ging altijd in het geheim. Ook werden lekkere dingen tussen de afdelingen uitgewisseld. De een wilde graag wat confituur hebben, de ander gesuikerde vruchten, noten of chocolade. Iedereen kwam wel aan zijn trekken, vooral tijdens de avonddiensten. Dan werd er druk ’handel gedreven’.

Radiocentrale

Het bedrijf had een eigen radiocentrale waarop muziek werd gedraaid (arbeidsvitaminen) en bedrijfsnieuwtjes werden verteld. De directrice van de radioafdeling was een conservatieve, bazige Joodse vrouw met een lichamelijke afwijking waardoor ze geen aangename vrouw was. Ze had een kromme rug, uitpuilende ogen en haar werk moest het toppunt zijn van perfectie, heel stipt en punctueel. Ze was letterlijk als de dood als er ergens iets fout zou gaan.

Op een dag was ze vreselijk verkouden en ze was zo schor als een kikker. Ze belde mij op in het laboratorium en vroeg of ik even een half uurtje wilde komen helpen. Ze kon het nieuws niet zelf voorlezen en dat moest ik dus doen. Zij gaf me de papieren en die mocht ik één keer doorlezen voordat de microfoon werd ingeschakeld. Ze stond als een dwerg naast me te stampvoeten, bang dat ik ergens een fout zou maken. Ik stikte inwendig van het lachen omdat ze er zo komisch uit zag. Toen drukte ze op een knop en maakte duidelijk dat ik moest beginnen met voorlezen. Een paar regels gingen goed, maar door haar ongeduld en mimiek en die uitpuilende ogen kon ik mijn lachen niet houden. Snel drukte ik de knop in waardoor de microfoon werd uitgeschakeld. Ze zei: "Wat doe je nou, ze hebben in het hele bedrijf kunnen horen dat je zat te lachen!" Ze tierde als een bange haas en dat maakte de zaak alleen maar erger. Ik begon zo hard te lachen dat ik niet meer kon ophouden. Ik ging dus maar zitten denken aan treurige dingen zoals begrafenissen, een dodenmars en de lachbui zakte weg. De rest heb ik daarna goed en duidelijk voorgelezen, de muziek aangekondigd, verontschuldigingen aangeboden voor de ‘technische storing’ en afscheid genomen. De boel was gered. Toen ik weer terugging naar mijn plaats, keek iedereen me na en diegenen die ik in de gang tegenkwam lieten merken dat ze mijn stem hadden herkend. Ze vroegen me later wat er was gebeurd, maar ik zei alleen: O, gewoon een technische storing.

Moederskindje

Het laboratorium en de boekhouding hadden regelmatig overleg over de facturering van inkomende en uitgaande goederen van de hele afdeling. Enkele collega’s van de boekhouding probeerden me te koppelen aan een jonge man van hun afdeling. Hij was een leuke, knappe man, altijd goed gekleed en verzorgd en ik had niets tegen een dergelijke vriendschap. We hadden al een aantal keren met elkaar gesproken en zijn daarna een keer samen naar de schouwburg gegaan.

Toch klopte er iets niet helemaal. Hij was de enige zoon van een alleenstaande moeder en was als moederskindje erg door haar verwend. Hij praatte alleen maar over zijn moeder, hoe goed ze was, wat ze deed en niet deed. Ik, die door mijn studie tot dan toe weinig vrije tijd had gehad, was nog niet zo vaak uit geweest met mijn leeftijdsgenoten en verlangde naar een heel ander soort gesprekken. Meer over onze eigen generatie, over theater, opera’s, muziek. Maar dat deed hij niet.

Geruchten

De directrice van mijn avondschool had altijd veel belangstelling voor mij en mijn studie. Ze ging er ook helemaal van uit dat ik mijn studie zou afmaken. Ze zag de vriendschap met de boekhoudcollega dan ook met argusogen aan en zei me in vertrouwen dat ik niet alleen naar de buitenkant van de dingen moest kijken, maar vooral ook moest luisteren! Deze vrouw zag dat onze vriendschap mijn studie in de weg zou komen te staan, maar ze gaf me ook een waarschuwing voor de man in kwestie. Dat maakte indruk op me en daarop besloot ik, op de helft van mijn derde en laatste studiejaar, te stoppen met werken en me helemaal in te zetten voor mijn eindexamen en toelatingsexamen van de universiteit. Want mijn grootste wens was om op de medische universiteit een studie als kinderarts te beginnen. Ik slaagde zowel voor mijn eindexamen als voor het toelatingsexamen van de universiteit in 1941.Vanaf 1940 waren er al allerlei geruchten over een op handen zijnde oorlog en in 1941 bezetten de Duitsers Charkov. Een heel moeilijke tijd. Ik heb nog een aantal weken op de universiteit anatomielessen bijgewoond, maar het was te laat.

(Duitsland had arbeidskrachten nodig voor de oorlogsindustrie en uit alle bezette gebieden in Europa werden gezonde mannen en vrouwen, jong en oud en later zelfs zieken en gehandicapten, opgepakt en naar Duitsland getransporteerd in het kader van de ‘Arbeitseinsatz’: zie volgende deel).