Main Content

Padvinderij begon na een fietstocht in augustus 1910 Het begin van de Nederlandse Boy-Scouts

  • 27 juli 2010
Een heitje voor een karweitje.
Zoom
Een heitje voor een karweitje.

Scouts uit de hele wereld vieren deze week in Roermond het honderdjarig bestaan van Scouting Nederland. Het is exact een eeuw na een fietstocht van ‘eenige Engelsche Boy-Scouts’ door Nederland en België. Tijdens dit bezoek werden namelijk de eerste kernen van ‘Hollandsche Scout-boys’ gevormd, zoals de kranten toen schreven.

Zowel het Nieuws van den Dag als de Nieuwe Tilburgsche Courant schreven op 9 augustus 1910 over ‘leden van 't Engelsche Jongelingen Verkennerskorps’, die Nederland en België aandeden voor een fietstocht. Het was de eerste keer dat werd geschreven over Scouting in Nederland. Tevens werd melding gemaakt van de oprichting van de eerste kernen in Nederland van deze organisatie.

Als we nu die oorspronkelijke artikelen teruglezen, krijgen we een mooi historisch beeld hoe er in 1910 tegen deze nieuwe beweging werd aangekeken. Bij deze een kort overzicht van enkele interessante artikelen:

  • De Boy-Scouts, Nieuws van den Dag, 9 augustus 1910 - hier
  • Boy-Scouts, Nieuwe Tilburgsche Courant, 9 augustus 1910 - hier
  • De Nederlandsche Boy-Scoutbeweging, Nieuws van den Dag, 14 december 1910 - hier
  • De Nederlandsche Padvinders-beweging. Ook een nationaal belang, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 14 februari 1911 - hier

    Een leuk verhaal over de aard en oorsprong van de Scout-Boys stond in de Nieuwe Tilburgsche Courant. We lezen onder meer:

    ‘Naar wij in verschillende bladen lezen, zal onze stad dezer dagen waarschijnlijk het bezoek ontvangen van eenige Engelsche Boy-Scouts, leden van 't Engelsche Jongelingen Verkennerskorps (Boy Scouts Troop XVI Oxford), die Donderdag met hun instructeur, Bernard S. M. Blythe uit Hull per s.s. Whitby Abbey te Rotterdam zijn aangekomen. De jongens vormen een patrouille en maken met hun instructeur op rijwielen een oefeningstocht door ons land. Zij koken hun eigen eten en slapen op stroo. Het zijn meest leerlingen van H B.S. en Gymnasia.

    De boy-scouts zijn gekleed met korte broek en kousen, kleedend tot onder de knieën, dragen verder bruine, sluitende jasjes, gele dasjes en slappe hoeden, alles eenigszins overeenkomend met de kleeding der Transvaalsche boeren. Voorts zijn ze volledig uitgerust met veldflesch, ransel, trompet en kampementsgereedschappen.

    Ieder heeft zijn fiets, waarop in hoofdzaak de tocht, een van tweeduizend kilometer afgelegd wordt. Zij zijn uit Engeland vertrokken met de opdracht om zulk een langen tocht te maken, waarbij zij twee landen moesten doortrekken. Hun keuze viel toen op Nederland en België, en de reis-route werd als volgt vastgesteld: Oxford, Hull, Rotterdam, Den Haag, Leiden, Haarlem, Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, 's Hertogenbosch, Tilburg, Turnhout, Antwerpen, Mechelen, Brussel, terug Gent, Goole en Leichester.

    De „Telegraaf" meldde een dezer dagen dat hier te Tilburg reeds, onder deskundige leiding, een goedgeslaagde poging is gedaan om een kern van Hollandsche Scout-boys te vormen.

    Daarom deelen wij nog het volgende mede over de organisatie der Boy-Scouts waarover Gos de Voogt, die bezig is met een werk over deze organisatie, in de Telegraaf een artikel heeft geschreven: “De organisatie der Boy-Scouts telt 200.000 jongens. Het is een met groot succes bekroonde stichting van luit.-generaal Baden Powell.

    Wat zijn eigenlijk die boy-scouts? vraagt G. d. V. Wat is scouting?

    Feitelijk zijn het, volgens de letter, menschen die militairement of in eenig onderling verband: verkennen, pionieren. Maar dit scouting d. w. z. het werken der scout-boys, is toch in geen enkel opzicht soldaterij of soldaat-spelen. De pioniers van Oud-Amerika, de reizigers, die onbekende wereldstreken, binnendrongen, Sven-Hedin, Stanley, de Poolreizigers, zij allen deden eigenlijk ook scout-werk.

    De Engelsche scout-boys leeren zich zelf helpen onder alle omstandigheden; zij leeren strenge plichtsbetrachting, opofferende steeds tot hulp in staat zijnde naastenliefde; zij leeren de handen uit de mouwen steken, practisch zijn en practisch doen, gehoorzamen zonder vragen, tucht- en ordezin.

    En dat alles niet uit boeken, niet door zedenpreeken, niet als theorie, maar op aantrekkelijke, voor jongens „leuke'' manier. Men hechte dus niet te veel aan het woord „scouting", een woord in heel het Britsche rijk populair en in hoog aanzien.

    Binnen twee jaar heeft zich die beweging niet alleen over Engeland, maar ook over al haar koloniën verspreid en aardig is 't te zien, hoe de jongens er eigenlijk mee begonnen zijn om in hun woonplaatsen scout-corpsen op te richten, die zich natuurlijk allen om de hoofdleiding schaarden en aan de scout-wetten trouw zwoeren.

    Elke Engelsche jongen, die scout wil worden, heeft voor een scout-master (een geoefend jongeling van ouderen leeftijd) de plechtige belofte af te leggen: 1e trouw te zijn aan godsdienst en vaderland; 2e. altijd en overal zijn medemensch te helpen; 3e de scout-wetten te gehoorzamen.

    Hun werkterrein ligt voornamelijk buiten in het open veld maar ook in stad en dorp hebben ze reeds herhaaldelijk groote diensten bewezen, o.a. bij branden, terreinafzettingen, reddingen enz. Buiten leeren zij signalen, met vlaggen of lichten, met armen of stokken, en overdag of 's nachts. Zij moeten allen het Morse-alphabet kennen, en zij staan daartoe boven de menigte, daar zij op elken afstand met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Zij oefenen zich in practische aardrijkskunde, terreinkennis, kampeeren, bruggen slaan, vuren aanmaken, transport-diensten, spoorzoeken, weg vinden door middel van zon of sterren, op 't kompas loopen, lange marschen maken, padvinden, plantenkennis, dierenkennis, etc.

    Zij hebben hun eigen herkenningsteeken en aanroepen. Zij kunnen door een bepaald teeken op een muur of in een boom weten wie hunner daar, gepasseerd is; zij maken van de eenvoudigste hulpmiddelen (een zak, een jas, takken en bladen) draagbaren of reddingstoestellen. Zij werpen hun touwen na lange oefening, met dezelfde juistheid naar of over of om een voorwerp, als de cow-boys. Zij kennen de manier om een noodverband te maken, om brandwonden te behandelen, bewusteloozen bij te brengen en drenkelingen te doen herleven. Maar wordt hun door ouderen bevolen of verzocht om direct medicijnen of een dokter te gaan halen, dan gehoorzamen zij onmiddellijk en draven met hun specialen scout-pas mijlen ver.’

    Aldus de Nieuwe Tilburgsche Courant. Kijk ook naar de oude filmbeelden voor een glimp op honderd jaar Scouting in Nederland.