Main Content

Groot ontvangst voor president Zuid-Afrika in 1900 Paul Kruger in Nederland

  • 8 juli 2010
Paul Kruger in 1901
Zoom
Paul Kruger in 1901

In december 1900 bracht Paul Kruger, president van Zuid-Afrika, een bezoek aan Nederland. De ontvangst was gigantisch: vanaf het moment dat hij per trein aankwam in Zevenaar stonden duizenden en duizenden mensen hem toe te juichen. Het leek wel een huldiging van Oranje, maar dan iets politieker. We hebben zelfs nog filmbeelden uit 1900!

Paul Kruger was in 1900 als president van Zuid-Afrika verwikkeld in de tweede Boerenoorlog. Aan het einde van dat jaar vertrok hij naar Europa, om hier op 6 december aan te komen bij koningin Wilhelmina. Daarvoor had hij een glorieuze tocht gemaakt vanaf Zevenaar. Overal stonden enorme massa’s hem op te wachten, met daarbij een lange stoet prominenten.

De Nieuwe Tilburgsche Courant schreef op 8 december 1900 een gigantisch artikel over dit bezoek. Een deel hiervan staat hieronder; de rest kunt u hier lezen. Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië had op 9 januari 1901 ook een groot artikel - hier. Het wordt duidelijk dat Nederland op zijn kop stond op 6 december 1900.

De Nieuwe Tilburgsche Courant schreef:

Zooals ons reeds gisteren uit Zevenaar werd geseind, heerschte aan dit station, het eerste waar de President der Z. A. Republiek bij zijn komst in Nederland zou worden begroet en gehuldigd een ongekende drukte.

Van het stationsgebouw wapperde de vierkleur van Transvaal naast de Nederlandsche vlag.
Van den kerktoren, het gemeentehuis en van schier alle woningen in de nabijheid van het station wapperden vlaggen, Nederlandsche en Transvaalsche. Toen de trein, waarin zich pres. Kruger met zijn gevolg bevond, het station naderde, steeg een luide jubelkreet op.

Op het perron bevonden zich behalve het gemeentebestuur van Zevenaar deputaties van de gemeenten Lobith, Terborg, Didam en Doetinchem, de president van den Alg. Nederl. Boerenbond, Jhr Louis Ridder de van der Schueren, afgevaardigden van Kerkraden enz.

De fanfares van Didam en Zevenaar speelden het Transvaalsche Volkslied, waarna de burgemeester van Zevenaar baron van Voorst tot Voorst, die met de leden van den gemeenteraad, den president kwam verwelkomen, het woord nam, om het eerst in Nederland de gevoelens te vertolken, die geheel ons volk bezielen. Z.H.E.geb. sprak als volgt:

“Mijnheer de President! Namens den gemeenteraad der gemeente Zevenaar, die ik de hooge eer heb, aan U voor te stellen, en waarvan ik de eer heb voorzitter te zijn, zij het mij vergund, ook namens Zevenaars ingezetenen U rechtmatige en eerbiedige hulde aan te bieden en een welkomstgroet tevens op Zevenaars bodem.

Wij roepen U toe: Welkom ! op Nederlands grondgebied, welkom ! in het gastvrije Nederland, en wij knoopen daaraan vast den diepgevoelden wensch, dat het doel dat U, mijnheer de President naar Europa voert, weldra onder Gods zegen met den besten uitslag bekroond moge worden, en dat de strijd die met heldenmoed door het dappere Boerenvolk voor zijn bestaan en onafhankelijkheid wordt gevochten, ten spoedigste een einde moge nemen, en dat de rust en de vrede mogen terugkeeren in het land dat U zoo dierbaar is.

Mijnheer de President, gelieve te aanvaarden de betuigingen van onzen diepen eerbied en onze overgroote sympathie onder onbegrensde bewondering voor Uw persoon en voor het dappere Boerenvolk, waarvan gij zijt de koene en heldhaftige vertegenwoordiger."

Na deze mooie woorden, met veel zeggingskracht uitgesproken, barstte een jubelkreet los, welke schier niet kon bedwongen worden, totdat de grijze Boerenpresident zelf om stilte riep. Toen het gejuich eenigszins tot bedaren was gekomen, zeide president Kruger, dat hij hartelijk dankt voor den welkomstgroet. De zaak van Transvaal is een rechtvaardige zaak en God is altijd met de rechtvaardigen.

Hij dankt het Nederlandsche volk, waar de couranten altijd de rechtvaardige zaak krachtig verdedigd hebben. Hij brengt van harte zijn eerbiedigen dank.

Na deze woorden kwam aan het geweldig jubelen geen einde.

De president van het Transvaalcomité te Zevenaar, dr. Honig, hield nu een geestdriftige toespraak, waarna door freule van Voorst tot Voorst, de twee freules van Nispen tot Zevenaar, de dames Honig, mevrouw Losekaat Vermeer en Mevrouw Abbing van Terborg bouquetten en bloemstukken vanwege de gemeente Zevenaar, van het Transvaalcomité en anderen, werden aangeboden.

Alsnu ontstond een vreeselijk gedrang, maar gelukkig liep alles af zonder ongelukken.

De zangvereeniging „Arti Ssorum" van Terborg zong daarna : „Aan het Vaderland" van Giese. Te 12.15 zette de trein zich in beweging onder het luide gejubel der menigte en het spelen der fanfares.

Nu begon een ware zegetocht.

Bij Arnhem wapperden uit alle villa's en huizen langs den spoorweg gelegen de nationale en Transvaalsche vlaggen. Langs het spoor en door geheel de stad stonden duizenden en duizenden, die donderende hoera's uitstootten, en geestdriftig hoeden en zakdoeken wuifden. Op de steigers van in aanbouw zijnde huizen, op de daken, op de ledige wagons op het emplacement stonden massa's menschen, op de spoorbrug, langs den geheelen Amsterdamschen weg hadden zoovele duizenden zich geschaard om geestdriftig den president in den langzaam voorbij stoomenden trein hunne hulde te brengen.

De gele rijders in hun kranige uniform en maréchaussée te paard kunnen slechts met moeite voorkomen dat niet alle afrasteringen bezwijken voor het gedrang der menigte. Bij het binnenrijden in het station waren de Hoera's overweldigend, wuivende hoeden en zakdoeken maakten een indruk die niet te vergeten is.

Op het perron bevinden zich: een deputatie van den gemeenteraad van Oosterbeek, eene van den raad van Westervoort, de geheele gemeenteraad van Arnhem, de vereenigingen Oranjedag, Vitesse, twee vereenigingen van Typographen, Patrimonium, het gemengd Ziekenfonds, de R. K. Volksbond, de Chr. Jongelieden vereeniging, de Protestantsche Volksbond, de Schietvereeniging Oranje Nassau, het Arnhemsen mannenkoor, de Landbouwvereeniging, de Schoenmakersvereeniging Sr. Crispinus, de Wielrijdersvereeniging, de Sociaal Democratische Arbeiderspartij, het Kruisverbond, verschillende deputatien, generaal Prins met verschillende officieren van leger en schutterij met een veertigtal banieren.

De grijze president is blijkbaar getroffen door dit grootsche huldebetoon, en dankt zwaaiend met zijn hoed. Slechts met moeite kan het telkens opnieuw aangeheven gejuich worden gedempt en kan de waarnemende burgemeester zijne redevoering uitspreken. Kruger antwoordde dat hij diep was aangedaan door de geestdrift van het Nederlandsche Volk, welke hem sterkte en vertrouwen gaf.

Namens de Vereeniging Oranje- Dag werd den President eene oorkonde aangeboden, die door de zusters van Insula Dei op perkament is gebracht.

Door de leerlingen der christelijke scholen werd daarna een koorzang uitgevoerd en gezongen psalm 127. Toen de trein zich in beweging zette speelde het muziekkorps het Wilhelmus, dat overstemd werd door de luide hoera's der menigte, welke tot voorbij het station met den langzaam voortstoomenden trein medeloopt, en aldoor blijft juichen en roepen: Leven Kruger! Leve de Boeren!

Eene typische bizonderheid: de enthousiaste stemming der menigte sloeg over op de vertegenwoordigers der pers, die tot nog toe tamelijk wel de kalmte van hun beroep hadden behouden. Een onzer Fransche collega's riep vol bewondering over de houding van het Hollandsche volk: „Vive la Hollande", waarop dames en heeren terugriepen: Leve de Pers!

Aan de verschillende stations werd nu de kreet „Vive la Hollande” herhaald, waarop telkens het volk in nog grooter geestdrift terugjuichte. Aan het station te Ede was dezelfde drukte en een eindeloos gejubel. Hier staat behalve het gemeentebestuur van deze plaats ook de gemeenteraad van Wageningen met den burgemeester Mr. Hesselink van Suchtelen.

Daarna voert baron Hesseling namens Wageningen het woord en de derde toespraak werd gehouden door den heer Broekema, directeur der landbouwschool te Wageningen.

President Kruger dankt hartelijk voor de gulle en enthousiaste ontvangst. Wij menschen, zegt hij, moeten vertrouwen op God, die zijn kinderen zeker zal helpen. Overal langs den weg klinken hoera's en de geestdrift is enorm.

Te Zeist was alweder dezelfde ontvangst. Op het station te Zeist-Driebergen, waar de trein slechts enkele minuten stilhield, was een groote menigte aanwezig. Op een weiland tegenover het perron, waar de presidentswagen stilhield, was een ruime tribune opgericht, die geheel gevuld was met een groote schare kinderen der christelijke soholen van de beide gemeenten, die den aankomenden trein met het zingen der volksliederen begroetten. Uit de van 't station zichtbare villa's in den omtrek wapperden overal de vlaggen.

President Kruger antwoordde hier, dankend voor de hulde hem gebracht, “dat God rechtvaardig is en de zijnen niet verlaat, en wijl de Engelschen vechten voor een onrechtvaardige zaak, en wij voor eene rechtvaardige, zullen wij met Gods hulp overwinnen. Wij vechten niet tegen beschaafde menschen, maar tegen barbaren, die vrouwen en kinderen verjagen. God zal deze barbaarschheid te keer gaan en wreken. Op Hem en in Hem vertrouwen wij.”

Aan het station stonden twee harmonica en verschillende corporaties, waaronder een met een groot schild, met een kruis, waarboven stonden de woorden: “In dit teeken zullen wij overwinnen”. De burgemeesters van Zeist en Driebergen spraken achtereenvolgens den president toe.

Ook te Utrecht stonden duizenden aan het Centraalstation om getuige te zijn van de aankomst van President Kruger. Hier heerschte een onbeschrijfelijke drukte. De politie had een moeielijke taak om de orde te handhaven en slechts met moeite konden de burgemeester Reiger, de directeur der R. H. Burgerschool Dr. Jonckman, generaal Verspijck en de heer Fabius, rector van het studentencorps, die achtereenvolgens den president toespraken, den salonwagen naderen en als zij spraken werden zij telkens door het galmende hoerageroep, overstemd. De geestdrift was hier kolossaal en kan niet grooter. Meer dan 50 deputaties van vereenigingen, met banieren waren aanwezig. Onder de aanwezigen was jhr. mr. Van Eys van Lienden, secretaris der vredesconferentie leden der Provinciale Staten, van den Gemeenteraad, enz.

De President antwoordt bewogen: “Ik heb geen woorden, om mijn dank te betuigen aan dit Hollandsche volk, voor al de bewijzen van belangstelling in onze rechtvaardige zaak. Wij vertrouwen dat God alle ding bestuurt, ook de strijd tegen den grooten man die ons wil vermoorden; zegene de Heere al de wegen die wij nu moeten inslaan. Wij vertrouwen op God en laten aan hem onze zaak over.”

De rest van het artikel staat dus hier.