De KLM en Schiphol als trots der natie Twintig jaar luchtvaart in Nederland

- Zoom
- Schiphol ca. 1936
In 1939 werd een film gemaakt ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van het luchtverkeer in Nederland. Hierin zitten onder meer beelden van verschillende vliegtuigtypen uit de jaren twintig, historische gebeurtenissen zoals bezoeken van koningin Wilhelmina en prinses Juliana aan Schiphol en de eerste KLM-vlucht Londen - Amsterdam op 17 mei 1920.
In april 1916 werd door de minister van Oorlog goedkeuring verleend voor de aankoop van grond in de buurt van het Fort Schiphol om hier, aan de rand van de Stelling van Amsterdam, een militair vliegveld in te richten. In augustus van dat jaar was het terrein van 16,5 hectare geschikt gemaakt om als vliegveld te dienen en waren vier houten loodsen geplaatst. Op 19 september landden drie vliegtuigen van de LVA op Schiphol, waarmee het vliegterrein in gebruik werd genomen. Het veld bleek al gauw te klein en gedurende de Eerste Wereldoorlog werden aanliggende percelen gevorderd. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was de oppervlakte van Schiphol toegenomen tot 76 hectare.
Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was ging men al gauw post, vracht en zelfs passagiers vervoeren met enigszins verbouwde en afgedankte oorlogsvliegtuigen. Nederland wilde hier natuurlijk ook aan meedoen, en vooral door het toedoen van luitenant-vlieger Albert Plesman werd in oktober 1919 de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën N.V. (KLM) opgericht. Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam-Londen. Schiphol deed dienst als landingsplaats voor Amsterdam. Dat jaar waren er 440 passagiers.
In 1921 werd de accommodatie voor passagiers op Schiphol verbeterd, doordat men de beschikking kreeg over een volledige loods. Er kwamen meer lijndiensten en er kwamen grotere en zwaardere vliegtuigen. Dit leidde af en toe tot problemen, doordat het terrein onvoldoende gedraineerd was, waardoor vliegtuigen vaak uit de modder moesten worden getrokken.
Als militair vliegveld verloor Schiphol aan betekenis, maar voor de burgerluchtvaart werd het vliegveld steeds belangrijker. Op 1 april 1926 werd Schiphol gekocht door de gemeente Amsterdam. De gemeente ging meteen aan de slag: de drainage van het veld en de toegangswegen werden verbeterd. Er werd een betonnen platform aangelegd van 50 bij 100 meter, en op het in inmiddels tot 30 hectare gegroeide bebouwde gedeelte werden een stationsgebouw en een verkeerstoren gebouwd.
Het stationsgebouw werd geopend in 1928, op tijd voor de Olympische Spelen van datzelfde jaar in Amsterdam, en in 1940 door een bombardement verwoest. Een replica van dit gebouw staat sinds 2005 op Aviodrome te Lelystad.
In 1935 werd het landingsterrein vergroot tot driemaal de bestaande oppervlakte en in het nu 180 hectare grote terrein werden 200 kilometer drainagebuizen verwerkt. Er kwam een nachtlandingsinstallatie en er kwamen 4 asfaltbetonnen landingsbanen.
KLM
Op dinsdag 7 oktober 1919 wordt de 'Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën' opgericht bij acte in het notariskantoor van mr. H. Stoop in Den Haag. Het startkapitaal van 1,2 miljoen gulden werd gefourneerd door acht zakenlieden, onder wie Frits Fentener van Vlissingen. De luitenant-vlieger Albert Plesman werd administrateur, en later directeur. Koningin Wilhelmina verleende de maatschappij bij oprichting het predicaat koninklijk. Hiermee is de KLM de oudste onder zijn oorspronkelijke naam opererende luchtvaartmaatschappij.
Hoogtepunten uit de geschiedenis van de vooroorlogse KLM