Main Content

Zorgen over toestand van Leo Halle De keeper van Oranje ligt in het ziekenhuis!

  • 30 juni 2010
<p>Leo Halle krijgt bezoek van officials van de KNVB - een mooi persmoment.</p>
Zoom

Leo Halle krijgt bezoek van officials van de KNVB - een mooi persmoment.

Een beroemde voetballer hoeft maar iets te zeggen of het is hoofdnieuws. Net als in 1936, toen doelman Leo Halle naar het ziekenhuis moest. De kranten schreven hier dagelijks over – tot frustratie van columnist Eduard Elias. ‘In een mijner dagbladen nu vind ik een verhaal over Leo Halle, hoe-d-ie teruggekeerd is uit het ziekenhuis; hoe hij weer thuis kwam; wat-ie het eerste deed en allemaal van die belangwekkende nieuwsberichten méér, die voor velen het manna zijn, voor sommige journalisten de hoogste plichtsvervulling.’

Leo Halle speelde in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bij Go Ahead uit Deventer (pas sinds 1971 heet deze club Go Ahead Eagles). Hij was één van de beste keepers van het land, zodat hij van 1928 tot en met 1937 vijftien keer werd opgesteld in het nationale elftal. In 1936 werd hij opeens opgenomen in het ziekenhuis, en stond hij volop in de schijnwerpers.

Het begon op 30 januari 1936, toen Het Vaderland schreef: ‘Leo Halle, de doelman van Go Ahead en van het Nederlandsch elftal, is ernstig ziek. De aard van zijn ongesteldheid is nog niet vastgesteld, zoo meldt men ons uit Deventer.’

Vanaf dat moment werd een week lang een stukje geplaatst over de voortgang van de voetballer.

‘Toestand op het oogenblik niet zorgelijk’.

‘Toestand gisteren bevredigend.’

‘Weinig verandering in toestand.’

‘Een rustigen nacht gehad.’

‘Toestand is vooruitgaande.’

‘Toestand blijft vooruitgaan.’

Pas op 21 maart, na zeven weken, verliet Halle eindelijk het ziekenhuis. In die tijd had hij honderden brieven ontvangen uit binnen- en buitenland - tot aan Java en Borneo toe! Hij had zelfs briefjes van oude vrouwen gekregen, die altijd naar radioverslagen van het voetbal luisterden.

Zijn ontslag uit het ziekenhuis was opnieuw groot nieuws, waar ook Polygoon zich op stortte. Op 25 maart spraken de filmmakers met Halle, die de kijkers persoonlijk toevertrouwde dat hij nagenoeg genezen was van zijn ziekte. En toen werd het columnist Eduard Elias te dol, en hekelde in zijn rubriek Hendrik Hagenaars Hoek al die aandacht voor een keeper. Hij schreef:

‘Leo Halle, die een normaal en zelfs verdienstelijk burger is — ik heb alle respect voor uitblinkers op welk gebied des openbaren levens ook — wordt door sommige even welmeenende als zwakzinnige publicisten „de reus van Deventer" genoemd. Het is mij wel, ik gun den burger wat des burgers is en dus ook den zwakzinnigen hun overdrijvingen en Halle zelf ziet er niét naar uit, dat hij het slachtoffer van die idioten wordt.

Leo Halle is erg ziek geweest en wij zijn allemaal blij, dat hij nu weer uit het ziekenhuis ontslagen is.

In een mijner dagbladen nu vind ik een verhaal over Leo Halle, hoe-d-ie teruggekeerd is uit het ziekenhuis; hoe hij weer thuis kwam; wat-ie het eerste deed en allemaal van die belangwekkende nieuwsberichten méér, die voor velen het manna zijn, voor sommige journalisten de hoogste plichtsvervulling en voor Halle zélf, dunkt me, ondraaglijk, want Halle is een veel te goed sportsman om al dezen nonsens over zich zelf zoo maar te slikken.

Er bestaat buitengewoon weinig kans op, dat ik nog eens een reus zal worden, ik ben daar niet naar gebouwd en ik stel mij tevreden met de vervulling van mijn bescheiden menschentaak in de schaduw van Leo.

Maar als ik reus was en als er zoo’n meneer van zoo’n bepaald soort krant bij me over den vloer kwam, om mij te besnuffelen en allerlei dingen uit mijn particuliere leven op te visschen, nou....

Dan zou zich waarschijnlijk het volgende gesprek ontwikkelen:

— Dag meneer Reus van den Hoek, mijn naam is Mulder, redacteur van De Telefoon en voelt u zich wel weer heelemaal goed?

— Bonjour meneer Mulder, dat mag ik wel aan u vragen, want van al die flauwe praatjes, die u houdt en die u nog opteekent ook, zult u langzamerhand wel danig misselijk zijn geworden.

— Haha, m'neer de Reus en wat hebt u het eerste gedaan toen u weer thuis kwam?

— 't Eerste meneer Mulder heb ik een sigaret opgestoken, toen heb ik een kopje thee gedronken — ja, schrijft u dat vooral nauwkeurig op: een kopje thee en geen flesch triple-sec, en daarna heb ik mijn vrouw een kus gegeven... luister, meneer Mulder: op haar r e c h t e r wang; dat moet u d’r bij zetten, op haar r e c h t e r wang; ik kus mijn vrouw nóóit op haar linkerwang, vindt u dat niet kasuweel, meneer Mulder, dat is een atavistische handeling, voorzoover bekend kussen alle Hoek- Reuzen hun vrouwen op de rechter-wang; dat is begonnen met mijn voorvader Dirk den Krachtpatser, die nog in den 30-jarigen oorlog heeft meegevochten aan den Chineeschen kant onder Stanilslaus Leszinsky, die kuste zijn vrouw — u schrijft 't toch op meneer Mulder? — óók al op de rechter wang, zij was een dochter van Anna Boleyn uit haar eerste huwelijk met Philips den Schoone, ja juist, die aan het waterdrinken gestorven is, daarom wordt er in mijn familie principieel nooit water gedronken, ik doe het met thee, vandaar dat ik reus ben geworden, doch mijn grootvader deed het met wat anders en er staat neg een borstbeeld van hem in Veenhuizen, u moet dat maar eens gaan bekijken, meneer Mulder, misschien kunt u daar een aardige foto van maker, voor bij het artikel in de krant. ‘

En zo raasde Elias nog een paar alinea’s door, zoals hier is te zien – helemaal rechts op de pagina.

Het herstel van Halle sleepte zich nog enkele maanden voort. Begin augustus speelde hij weer mee met Go Ahead. Een kleine twee maanden later meldde hij zich bij de trainingen van Oranje om op 1 november weer in het doel te staan tijdens een officiële interland.

Nederland haalde opgelucht adem. Net als in 2010 - als alles uiteindelijk blijkt mee te vallen.

(Jurryt van de Vooren)