Andere Tijden Special Tuan Papa, donderdag 1 juli 2010, 20.55, Ned. 2 Waar is mijnheer de vader?

- Zoom
Oorlogsliefde. De verlovingsfoto van Jack en Els.
Een verzwegen hoofdstuk uit onze koloniale geschiedenis: kinderen die door Nederlandse soldaten tijdens de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië zijn verwekt. Andere tijden komt donderdag 1 juli met de extra lange special 'Tuan Papa'.
Door Maarten van Bracht
Het moeten er minstens drieduizend zijn, het aantal kinderen tussen 1946 en 1949 geboren uit relaties tussen Nederlandse soldaten en Indonesische vrouwen. Annegriet Wietsma, mede-initiatiefnemer van het project ‘Oorlogsliefdekind’, leidt dit cijfer af van het kindertal dat door Duitse en Canadese soldaten in Nederland, en Amerikaanse in Vietnam is verwekt. Officieel is namelijk niets bekend over de ‘score’ van de 130.000 soldaten die na 1945 Nederlands-Indië als kolonie moesten zien te behouden. Het merendeel van die ‘liefdekinderen’ bleef in Indonesië achter, een deel van de kinderen die daar in weeshuizen werden achtergelaten kreeg toestemming om naar Nederland te komen – waar ze opnieuw in weeshuizen belandden. De vaders, voor zover niet overleden inmiddels in de tachtig, bleven al die jaren spoorloos, de kinderen zijn nu rond de zestig en hebben in de meeste gevallen nooit geweten wie hun vader is. Wat hun levens heeft getekend. In de Andere tijden-special Tuan Papa komen zulke kinderen aan het woord, die zowel in Nederland als in Indonesië werden opgespoord. Zo vertelt Elly, die tot haar achttiende nooit buiten het weeshuis kwam, dat haar moeder haar niet durfde op te zoeken uit vrees dat bekend werd dat ze een half-blank kind had. Johnny vertelt hoe zijn moeder zijn haar zelfs insmeerde met schoensmeer om hem donkerder te doen lijken. Ook enkele vaders-veteranen en moeders doen hun verhaal in Tuan Papa, vrij vertaald: ‘Mijnheer de vader’ – de koloniale aanspreekvorm ‘tuan’ komt in Indonesië nu niet meer voor. De kinderen blijven hun hele leven op zoek naar hun onbekende vader. Ze willen veelal geen blijvend contact met hem, geen geld of erkenning: ze willen alleen maar weten hoe hij eruit ziet en eindelijk een voorstelling krijgen van de ontbrekende schakel in hun leven.
Laatste kans
Annegriet Wietsma, die ook de extra lange uitzending Tuan Papa samenstelde: ‘Ik kwam al in 2004 op het idee voor het project door het boek Last van de oorlog van Stef Scagliola, waarin ook een foto van een Indonesisch weeskind dat door Nederlandse soldaten was geadopteerd. Dat bracht ons op het idee dat er ongetwijfeld kinderen verwekt moesten zijn door Nederlandse soldaten, een onderwerp waarover nog nooit was gesproken. We konden alleen gissen dat zulke kinderen en hun Nederlandse vaders bestónden, maar zie ze maar eens te vinden, want over hen was officieel niets bekend. Met een researchsubsidie van Erfgoed van de Oorlog hebben producent Jean Hellwig, Stef Scagliola en ik toen eenwebsite opgezet waarop een tweetal ons bekende verhalen is geplaatst, in de hoop dat zulke kinderen en hun vaders zouden reageren, zich zouden laten interviewen en op de site een zoektocht beginnen naar hun ouders of kinderen en andere betrokkenen. Als naam voor de site vonden we “soldatenkind” te beperkt, dat wekt associaties met kindsoldaten en bovendien wilden we ook de vaders en moeders erin betrekken. “Oorlogsliefdekind” is dan een vlag die de lading beter dekt. Het woord staat inderdaad nog niet in Van Dale, dus als je het googlet zit je ook meteen op de site. Het project kwam net op tijd, want de vaders-veteranen zijn al in de tachtig. Het is hun laatste kans. Maar ik schat dat een op de twintig kinderen wier vaders in Indië hebben gevochten, er vanuit mag gaan dat in Indonesië nog een halfbroer of halfzus rond loopt. Ik verwacht dan ook dat de belangstelling voor “Oorlogsliefdekind” nog wel even aanhoudt. Het project loopt uitstekend. En dan te bedenken dat we aanvankelijk nergens subsidie konden krijgen, lange tijd zag niemand het belang ervan in.’
Waarom heeft het zo lang moeten duren?
‘Vermoedelijk omdat de breuk tussen Indonesië en Nederland in 1949 zo radicaal is geweest. De soldaten moesten allemaal in korte tijd terug naar Nederland. En het taboe om over relaties met Indonesische vrouwen en de gevolgen daarvan te praten was enorm. Sommige soldaten wisten wel dat ze een kind hadden, waren misschien ook van plan om moeder en kind naar hier te halen, maar het thuisland was totaal niet geïnteresseerd. Nederland had het te druk met de wederopbouw. In Indonesië deden de aalmoezeniers en de legerleiding er ook alles aan om serieuze relaties met vrouwen te ontmoedigen. Soldaten werden dan vaak overgeplaatst. Eenmaal terug in Nederland kregen ze nieuwe relaties, en dan vertel je niet zo snel meer over je vorige liefde.’
Wat is er met die kinderen gebeurd?
‘In Indonesië zaten ze min of meer verborgen in de kampongs, of in weeshuizen. In de koloniale tijd was het al gangbaar dat Nederlandse vaders vrouw en kind achterlieten. De broeders en zusters vonden dat half-blanke kinderen in een kampong geen goede toekomst hadden, en vanaf 1945 werd de stemming daar ook anti-Nederlands, zodat zulke kinderen er gevaar liepen en hun moeders ze liever aan weeshuizen afstonden. Daar kregen ze in elk geval een goede verzorging en een opleiding. Daar stond tegenover dat ze er met z’n allen verschrikkelijk alleen waren, niet buiten het weeshuis mochten komen en nauwelijks contact meer hadden met hun moeders. Dat waren geen ontaarde moeders, maar vrouwen die, zonder man en met een half-blank kind, op weinig sympathie konden rekenen en vonden dat hun kind in het weeshuis nog het beste af was.’
In een OVT-uitzending zei je dat het om oprechte oorlogsliefdes ging. Kan dat wel, tijdens een koloniale oorlog, gelijkwaardige relaties uit vrije wil?
‘Nou, ik zei dat vooral omdat ik uit de hoek van de media steeds weer de behoefte bespeur aan zwartepieten en beschuldigende vingers, en dat wil ik voorkomen. Het ging daar niet omverkrachtingen of oorlogsmisdaden. Inderdaad zijn veel vaders met de noorderzon vertrokken, maar die relaties zijn met wederzijds goedvinden ontstaan, en beide partijen hebben daar voordeel van gehad. Die vrouwen waren op dat moment nog geen slachtoffer. In de garnizoenssteden bestonden altijd al contacten tussen inlandse vrouwen en Nederlandse mannen, Nederlanders werden lange tijd niet als bezetters beschouwd. En Indonesië is natuurlijk onmetelijk groot, niet overal was men steeds vijandig. In een guerrillaoorlog heb je ook lange periodes zonder vijandelijkheden, waarin het ontspannen toegaat.’
Al die kinderen zijn dus ongelukjes. Kregen die soldaten dan geen condooms?
‘Ik denk inderdaad dat niet één kind gewenst was. En het leger deed wel aan voorbehoedmiddelen, maar dan ter voorkoming van geslachtsziekten bij de soldaten. Daar hadden de gezondheidsofficieren ook hun handen vol aan. Maar men was niet bezig met het voorkomen van zwangerschap, dat was dan hetprobleem van de vrouw. Er werd gedacht dat die Indonesische vrouwen daar wel middeltjes voor hadden. Het was in feite onbespreekbaar.'
Andere Tijden, donderdag 1 juli 2010, 20. 55 uur, Nederland 2. De uitzending is hier terug te zien.
Kijk voor meer unieke archiefbeelden uit de documentaire op de website van het project Oorlog in Blik.