Daan Monjé was pijpfitter. In de jaren ’60 kiest hij voor het maoïsme en richt met Nico Schrevel het MLCN (Marxistisch Leninistisch Centrum Nederland) op. Monjé koketteert graag met zijn imago van arbeider tussen de studenten. Als zogenaamde ‘pronkproletariër’ kan hij omstandig uitleggen dat je geen ‘poepen’ maar ‘schijten en geen ‘vrouw’ maar ‘wijf’ moet zeggen. Maar in de zomer van 1971 spat het duo uiteen en de daaropvolgende herfst richt Daan met zijn aanhang de KPN-ml (Kommunistiese Partij Nederland) op. Precies een jaar later wordt die partij omgedoopt in SP (Socialistische partij).
De oprichter wordt geen voorzitter, die functie krijgt Hans van Hooft en hij blijft voor de buitenwereld een vrijwel onbekende figuur. Maar binnen de partij is Monjé de ongekroonde koning. Derk Sauer: “De partij draaide om Daan, zijn wil was wet.” Niet voor niets doet een variant op een uitspraak van Mao binnen de partij de ronde: ‘Waar komen de juiste ideeën vandaan? Van Daan!’ Monjé zelf maakt ook grapjes. Wie niet lacht, kan een veeg uit de pan verwachten. Departij wordt omschreven als “een stel makke schapen die zich alles van Daan laat welgevallen”. Toch wordt de SP onder zijn leiding geen starre organisatie. Hoewel het beginselprogramma van de partij zich in 1974 nog steeds op het marxisme-leninisme beroept “verrijkt met het denken van Mao”, lijkt Daan toch vooral z’n eigen weg te gaan.
De SP ontwikkelt zich in de jaren ’70 steeds meer tot actiecentrum. Achter de schermen regeert Daan Monjé . Hij wil ten koste van alles greep houden op de partij en daarbij vallen slachtoffers. De leider hanteert de ‘stalinistische’ methode van verdacht maken en doodzwijgen, op openbare vergaderingen worden mensen uitgemaakt voor ‘renegaat’ en gedwongen tot zelfkritiek. Theo: “Iedereen die wat kon, was een bedreiging voor Daan. Hij was voortdurend bezig met het handhaven van zijn macht”.
Maar Monjé was niet alleen een tiran. Joke, jarenlang zijn naaste medewerkster, omschrijft hem als “een intrigerend fenomeen”: “Daan was een ongelooflijke charmeur, hij stak iedereen in z’n zak. Hij was ook verschrikkelijk eigenwijs, als hij iets in z’n kop had dan kon je lullen als Brugmans maar dan ging het zoals hij wilde. Verder was het een zeldzame ijdeltuit. Hij verfde z’n snor en droeg van die, wat ik noem, maffiapakken. Hij hield zeker van macht en van het politieke spel. Maar toch was er bij hem ook sprake van oprecht idealisme. Hij was creatief en hield de partij overeind met steeds nieuwe ideeën. Verder was het natuurlijk een ouwe sjacheraar en een enorm goede moppenverteller.”
Het eind is voor Daan Monjé weinig glorieus. Er rijst een conflict tussen hem en de rest van het Dagelijks Bestuur naar aanleiding van de mijnwerkersstaking in Engeland. Voordat het geschil is opgelost, belandt Daan ernstig ziek in het ziekenhuis. Oktober 1986 overlijdt hij.