Tien jaar na de heropening van sportief monument De drie musketiers van het Olympisch Stadion

- Zoom
- Olympisch Stadion Amsterdam, de plek van de Olympische Spelen van 1928
Het gerenoveerde Olympisch Stadion viert 13 mei zijn tiende verjaardag. Door een publieksactie werd het van de sloop gered. “De actie had een hoog zeehondjesgehalte,” aldus de Amsterdamse wethouder Duco Stadig, die het onderspit had moeten delven.
Piet Kranenberg, Bram Mulder en Otto Roffel verwierven in de jaren tachtig en negentig de bijnaam De drie musketiers als aanvoerders van een grote reddingsactie voor het Olympisch Stadion. In 1985 had de gemeenteraad van Amsterdam namelijk besloten dat het stadion moest wijken voor woningbouw.
Roffel was in die jaren directeur van het Stadion, Kranenberg had als topman van Heineken in de stad een grote naam opgebouwd met zijn indrukwekkende netwerk en Mulder was de president-commissaris van de NV Olympisch Stadion. Ze voerden de lobby aan om de plannen van de stad tegen te houden. Hierbij kregen ze steun van architectuurhistoricus Maurits Nibbering.
Lobby met radicale vleugel
Paul Arnoldussen schreef hierover op 12 mei 2000: ‘Best mogelijk dat Kranenberg en Nibbering elkaar niet zo liggen. Nibbering vreest tot op de dag van vandaag de invloed van de commercie op het stadion meer dan Kranenberg, maar vast staat dat ze veel aan elkaar hebben gehad. Wat kan een lobbyist in de politiek zich beter wensen dan een tikje radicalere vleugel, wat moet een actievoerder zonder een beschaafde vertegenwoordiger in de betere kringen?’
De lobby forceerde in 1992 een doorbraak toen minister Hedy d'Ancona het stadionna vier jaar discussie op de monumentenlijst plaatste. Arnoldussen: ‘Ze volgde daarmee een advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, maar het was geen formaliteit; ze wilde in deze zaak zelfstandig beslissen.’ Kranenberg zei later in een terugblik: “Minister d'Ancona was onze redder, daar ben ik het volstrekt mee eens.”
Desondanks sprak de deelraad zich in 1995 uit vóór sloop ten behoeve van de bouw van 1250 woningen. Daarmee werd het eerdere besluit van de centrale gemeente bevestigd. De lange mars door de instituten was daarmee niet ten einde, maar Kranenberg gaf geen krimp: “Het neerhalen van een rijksmonument, dat is niet niks. In het verleden is dat maar een keer gebeurd, een woonhuis in Vlissingen.” Aldus Kranenberg, die voor de twijfelaars nog een nieuwtje had: “De generatie van mijn ouders heeft verdomd goed gebouwd.”
De provincie Noord-Holland had in 1996 de laatste stem, schreef Arnoldussen in zijn terugblik: ‘De zaak zou kunnen worden gered met particuliere investeerders plus 18 miljoen overheidsgeld - het werd uiteindelijk een miljoen meer - en vijf miljoen op te brengen door het publiek. Daarmee kon Kranenberg dan tonen dat het stadion draagvlak had, een eis van de gemeente.’
Renovatie
Het liep uit in de grootste publieksactie uit de Nederlandse geschiedenis voor behoud van een architectonisch hoogstandje. Het benodigde geld werd binnengehaald, waarna architectenbureau Van Stigt met de renovatie kon beginnen. Erica Terpstra kwam in november 1997 zelf langs om hiervoor het startschot te geven. Drie jaar later werd een accommodatie opgeleverd voor 22.500 toeschouwers, die 24 miljoen gulden had gekost.
Hiervoor werd het stadion grotendeels teruggebracht in zijn oude staat van 1928. De ringen werden eraf gesloopt en – tot verdriet van de wielerliefhebbers – de wielerbaan werd verwijderd. Hierdoor kregen de bedrijven in de voormalige catacomben een doorbraak naar binnen voor licht en een prachtig uitzicht. Onder het stadion werd een parkeergarage aangelegd.
Phanos is sinds de heropening de atletiekvereniging van het Olympisch Stadion. Twee toonaangevende standbeelden keerden terug als aandachttrekkers: het beeld van Prometheus uit 1947 en de Olympische Groet uit 1928.
Op 13 mei 2000 verrichten prins Willem-Alexander en IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch de heropening. Ook staatssecretaris Vliegenthart was hierbij, net als de toenmalige burgemeester Patijn en voorzitter Blankert van NOC*NSF.
Zeehondjes
In 2001 werd wethouder Duco Stadig van Ruimtelijke Ordening gevraagd of hij met terugwerkende kracht blij was dat het Olympisch Stadion was behouden, dat de gemeente Amsterdam haar besluit tot sloop niet had kunnen uitvoeren. Dat was niet het geval: “Ik weiger om, zoals al die mensen die hun jeugd rond dat stadion hebben doorgebracht, dat stadion van architect Wils heilig te verklaren. Als ik nu zie wat er is overgebleven van alles wat me is voorgespiegeld, zou ik een ander besluit hebben genomen. Die tribunes vreten ruimte. Op die plek hadden we 600 mooie huizen extra kunnen bouwen.”
Aldus Stadig, die het maar niet kon verkroppen dat sloop was uitgebleven. “Het had allemaal een hoog zeehondjesgehalte," zei hij over de reddingsactie. Kranenberg was – opnieuw – niet onder de indruk: “We hebben geen haast, de druk van een dreigend faillissement is er niet.”
In 2010, bij de tiende verjaardag van het gerenoveerde stadion, blijkt het gelijk van de oude biermagnaat. Alhoewel Kranenberg vorig jaar is overleden, heeft hij het met eigen ogen zien groeien tot waar het nu staat. Zoals hij altijd al zei: “Je breekt geen Olympisch Stadion af. Dat doe je niet als je jezelf als land respecteert.”