Main Content

Vuilnis halen om de ratten te bezweren Haagsche Reinigingsdienst had voorbeeldfunctie

  • 12 mei 2010
<p>Vuilnis ophalen in de negentiende eeuw</p>
Zoom

Vuilnis ophalen in de negentiende eeuw

Amsterdam stinkt. De staking van vuilnismannen in de hoofdstad geeft Napolitaanse taferelen, en ook Utrecht bezwijkt onder tonnen afval. Aan de techniek zal het niet liggen. We hebben een traditie van smetteloze straten, dankzij afvalscheiding, geavanceerde afvalboten en andere technische snufjes. Zo ook in Den Haag, dat in 1931 met trots zijn reinigingsdienst presenteerde in een bedrijfsfilm.

We mogen de reinigingsdiensten danken op onze blote knieën. We zijn immers niet ten onder gegaan in een rattenplaag, of zee van afval. Miljoenen mensen op een klein, dalend stukje aarde: alleen met een uiterst efficiënt systeem van afvalinzameling en -recycling kon Nederland al die jaren schoongehouden worden.

Aan deze - nu even niet zo - smetteloze straten ging een lange traditie van afvalverwerking vooraf, waarbij Nederland zijn tijd vaak ver voor was: afvalscheiden tijdens de Tweede Wereldoorlog (' Afval heeft nog waarde'), afvalboten met grote zeven voor de boeg, gloednieuwe vuilnisauto's in 1929. Zo maar een paar voorbeelden van Hollandse vindingrijkheid voor het algemeen nut.

Die techniek was niet weggelegd voor iedereen: in sommige steden was de situatie erbarmelijk, bewijst het filmfragment 'steegjes' uit 1927 wel: bevuilde gezichten van kinderen die opgroeien tussen het afval. En tegen het dumpen van afval blijft het ook moeilijk opboksen. Niet voor niets riep Polygoon nog in 1975 op tot het schoonhouden van Amsterdam: bewoners loosten hun vuil toen in grachten en onder de stoeptegels lagen nesten met jonge ratten.

Schoon 's-Gravenhage
Enkele steden wapenden zich echter al in de eerste helft van de twintigste eeuw met succes tegen vuil en ongedierte, en liepen ver voor met hun reinigingsdienst. Aan de top stond Den Haag. Het hyperhygiënische Haagse reinigingssysteem was lange tijd model voor Nederland, en de hofstad gold in 1941 zelfs als de schoonste stad van Europa.

Ter ere van het zestig jarig bestaan van de Haagsche Reinigingsdienst maakte Willy Mullens tien jaar eerder, in 1931, een exclusieve bedrijfsfilm. In zeven actes maakt u kennis met de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en dagelijkse praktijk van de Haagsche Reinigingsdienst. De historie wordt geïllustreerd met beelden uit het recente verleden, waarin al het vuil nog te paard werd opgehaald. En we leren over de vroege oorsprong van de Haagsche Reinigingsdienst, met het titelblad van het uit 1683 stammende Besteck ende Conditien, waarin de door het toenmalige Gemeentebestuur vastgestelde richtlijnen voor het regelmatig ophalen van huisvuil en het reinigen der straten waren neergelegd.

Kijk naar 'De Haagsche Reinigingsdienst in zijn ontwikkeling' voor een blik achter de schermen van de rijke afvalverwerkingsgeschiedenis.

Beschrijving van de Actes
In het eerste deel de ontstaansgeschiedenis van de reinigingsdienst, de voormalige hoofdkantoren aan de Varkenmarkt, de Prinsegracht en het huidige aan de Brouwersgracht. De werkplaatsen, genoemd Aschstaal aan de van Boecopstraat en de Visschershavenstraat en die in Loosduinen worden getoond. Het bedrijf gebruikte tot in de 30-er jaren vele paarden die gestald worden in de Van Boecopstraat, de werkzaamheden en de verzorging van de paarden worden uitgebreid vertoond.

In de tweede acte de veegdienst en zijn materieel in actie, van de handveger tot de auto-spoelmachine. De railreinigingstram in actie bij het schoonmaken van de HTM-rails. Verder een typische winteractiviteit als sneeuwruimen en het legen van straatkolken.

In het derde deel komen de sproeidienst, de faecaliendienst en de huisvuilophaaldienst aan de orde. De sproeidienst werkt zowel per auto als per tram. De faecaliendienst is belast met het legen van beerputten bij niet op de riolering aangesloten huizen, vroeger ging dit met de hand, tegenwoordig per zuigauto. Het bij de Haagse bevolking opgehaalde huisvuil wordt per auto, kar en vuiltram naar de Van Boecopstraat gebracht, waar het met de hand gescheiden wordt en vervolgens primitief verbrand, dan wel (metaal) voor hergebruik opgeslagen.

In het vierde deel komt het moderne verwerken van het huisvuil aan de orde. In de jaren 1913 - 1929 werd het huisvuil met schuiten naar Nootdorp gebracht en daar in een meer gestort. Tussen 1927 en 1932 werd het vuil gebruikt voor ophogen van de duinen en aanleg van heuvels in het Zuiderpark. Vanaf eind 1931 werd een deel van het vuil verbrand en de rest per trein naar de VAM in Wijster gebracht ter verwerking tot compost.

In het vijfde deel wordt uitgebreid ingegaan op het functioneren van de primitieve vuilverbranding tussen 1921 en 1929. Met behulp van veel mankracht wordt het aangevoerde vuil gesorteerd en in eenvoudige ovens verbrand. Per schuit stoomtram en paard-en-wagen worden de overblijvende slakken en vliegas afgevoerd. De slakken worden o.a. gebruikt voor woningbouw en padaanleg; de vliegas voor bodemverbetering.

In het zesde deel worden de magazijndienst en de werkplaatsen getoond. De goederen in de loodsen, de smederij, bankwerkerij, garage en benzinepomp worden behandeld.

In het zevende en laatste deel wordt de ontsmettingsdienst
getoond. Deze afdeling ontsmet huizen en/of inboedels van
ongedierte en besmettelijke ziekten. De huizen worden
uitgegast met cyaannatrium, meubels en kleding met formaline.