Drie musea willen één oorlogsmuseum in Nijmegen Nationaal museum Tweede Wereldoorlog?

- Zoom
- De huidige musea en de slagvelden uit WO2
De afgelopen anderhalf jaar hebben het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum (Overloon), het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 (Groesbeek) en het Airborne Museum Hartenstein (Oosterbeek) toekomstige samenwerkingsmogelijkheden onderzocht. De vraag lag daarbij voor hoe deze musea hun positie en relevantie, 65 jaar na de Tweede Wereldoorlog en in een sterk veranderende samenleving, kunnen versterken. Dit onderzoek, verricht door TiMe Amsterdam en gefinancierd door het Nationaal Fonds voor Vrijheid en Veteranenzorg, heeft geleid tot een innovatief concept voor Museum WO2.
Dit nieuwe instituut, waarin de drie bestaande musea hun krachten bundelen, krijgt één nieuwe centrale presentatie. De drie bestaande musea blijven op hun huidige locaties functioneren als zogenaamde site museums met presentaties over de oorlogshandelingen ter plaatse. Ze zijn gelegen in het gebied dat kan worden aangemerkt als ‘spil- en draaipunt’ tijdens de laatste twee oorlogsjaren, toen het een hoofdrol speelde op het wereldtoneel.
De samenwerkende musea verantwoorden hun samenwerking als volgt:
De Tweede Wereldoorlog: from memory to history.
65 jaar geleden eindigde de Tweede Wereldoorlog. De nog levende eerstelijns getuigen die de bezetting bewust hebben meegemaakt zijn inmiddels hoogbejaard. In de komende decennia zal hun aantal steeds verder afnemen tot het moment dat er niemand meer is die het meemaakte. Dan is de Tweede Wereldoorlog niet langer een herinnering maar blijvend geschiedenis geworden; dan is de transitie from memory to history een feit.
Deze verandering heeft gevolgen voor de instituten die zich in ons land bezighouden met het verzamelen, behouden, onderzoeken en presenteren van het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog. Immers: het toekomstige publiek zal zich op een andere manier verhouden tot dit ingrijpende onderdeel van onze geschiedenis dan dat tot nu toe gebeurde. De helende herinnering door ooggetuigen en nabestaanden zal plaatsmaken – en plaats moeten maken – voor een toeëigening van oorlogserfgoed en herinneringsplaatsen door nieuwe generaties die aan het verleden nieuwe vragen zullen stellen.
De materiële getuigenissen van en de achterliggende verhalen over de Tweede Wereldoorlog worden in Nederland door een groot aantal musea verzameld, beheerd en gepresenteerd. Het overgrote deel belicht specifieke ‘hoofdstukken’ uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, zoals de jodenvervolging, het verzet of lokale of regionale gebeurtenissen en fenomenen. Dat levert een boeiend en belangwekkend, maar tevens decentraal en gefragmenteerd beeld op.
Het is opvallend dat Nederland geen centraal museum kent waar het gehele verhaal van de Tweede Wereldoorlog, inclusief aanleiding en nasleep, in bredere context wordt verteld. Opvallend omdat de Tweede Wereldoorlog het grootste conflict is dat de wereldgeschiedenis gekend heeft, en voor Nederland de zwaarste strijd die hier heeft plaatsgevonden. Als gevolg vanoorlogshandelingen, bezetting en vervolging lieten ca. 225.000 Nederlandse militairen en burgers het leven: bijna 2,5% van het aantal toenmalige inwoners van ons land. Daarmee is Nederland procentueel gezien koploper binnen bezet West-Europa.
Opvallend ook omdat op Nederlands grondgebied in de periode 1944-1945 militaire operaties plaatsvonden die doorslaggevend bleken bij het verloop van de oorlog en de capitulatie van Duitsland. Daarbij sneuvelden nog eens 15.000 geallieerde en 18.000 Duitse militairen.
Opvallend ten slotte omdat er ook in ons land grote belangstelling bestaat voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Het is te verwachten dat deze zal groeien, zoals ook in delen van ons omringende landen (Vlaanderen, Noord-Frankrijk) de interesse voor de Eerste Wereldoorlog nog steeds levend is en toeneemt.
Drie oorlogsmusea in Oost-Nederland, die samen het gehele verhaal van de Tweede Wereldoorlog vertellen, hebben de ambitie om zo’n centrale museale presentatie te realiseren: een nieuw instituut met de werktitel Museum WO2. Waar een breed publiek kennis kan nemen van het complete verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de context ervan. Waar objecten en verhalen verzameld, beheerd en onderzocht worden. Een museum dat betekenis en waarde wil behouden, voor de bezoekers van nu en in de toekomst.
Een instituut met één centrale presentatie op een nieuwe locatie, en drie sitemusea, op de huidige vestigingslocaties in Oosterbeek, Groesbeek en Overloon, gelegen in een ‘herdenkingslandschap’ met in situ verwijzingen naar de gevoerde strijd die in het kader van ‘slagveldtoerisme’ worden geduid en ontwikkeld. Gebaseerd op de drie breedste en omvangrijkste WO2-collecties in Nederland. Een instituut met nationale relevantie, een internationaal (Europees) relevant ‘verhaal’ en de ambitie zich daarmee nationaal en internationaal te positioneren en te profileren. Op een wijze die recht doet aan het erfgoed van het grootste gewapende conflict uit de Nederlandse en de wereldgeschiedenis.
De stad Nijmegen is de beoogde vestigingsplaats voor de nieuwe centrale vestiging, waar de Tweede Wereldoorlog in brede context, inclusief voorgeschiedenis en nasleep en in zowel nationaal als internationaal perspectief wordt gepresenteerd. In deze centrale vestiging worden ook alle back office functies van het nieuwe instituut ondergebracht, zoals depots en ondersteunende functies.
Door de samenvoeging van de collecties ontstaat één van de grootste WO2-verzamelingen van Nederland. Nijmegen is gekozen om de centrale ligging ten opzichte van de drie site museums, de belangrijke rol die de stad speelde bij oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de enthousiaste bereidheid van de gemeente Nijmegen om de verdere planontwikkeling te ondersteunen.
Voor realisatie van de plannen is een investering van € 30 miljoen noodzakelijk. Daarmee kan de nieuwe centrale vestiging in Nijmegen worden gerealiseerd (€ 25 miljoen) en worden de bestaande musea, voorzover nodig, optimaal aangepast aan hun nieuwe positie als sitemuseum (samen € 5 miljoen).
Op kortetermijn start de Stichting Museum WO2, opgericht voor de realisatie van de plannen, het fondsenwervingstraject. Het bovengenoemde onderzoek wees uit dat er zowel bij
private als publieke partijen grote belangstelling bestaat voor de plannen en mogelijke ondersteuning daarvan. Bij het fondsenwervingstraject worden ook internationale en buitenlandse fondsen betrokken.
Extra afbeeldingen
- Zoom
- WO2-fusie
Duitse krijgsgevangenen tijdens het Rijnland Offensief (foto Bidbook WO2)
- Zoom
- Doelstellingen Museum WO2 i.o.
- Doelstellingen Museum WO2 i.o.
- Zoom
- De huidige musea en de slagvelden uit WO2
- De huidige musea en de slagvelden uit WO2
- Zoom
- Beelden van WO2 uit de museum-collectiec
- Beelden van WO2 uit de huidige museum-collecties