Main Content

Nigeriaanse activist Ken Saro-Wiwa opgehangen ondanks wereldwijd protest Rivieren van olie in een brandend landschap

  • 11 november 2010
<p>Ken Saro-Wiwa</p>
Zoom

Ken Saro-Wiwa

De wereld kon smeken wat ze wilde. Ondanks internationaal protest werd vijftien jaar geleden de Nigeriaanse milieuactivist Ken Saro-Wiwa opgehangen. Saro-Wiwa verzette zich fel tegen de aanwezigheid van Shell in Nigeria. Shell was sinds de jaren vijftig actief in de Niger-delta, waar het bedrijf een enorme milieuschade veroorzaakte.

Ken Saro-Wiwa was opgestaan als pleitbezorger van het Ogonivolk, dat in een deel van de Niger-Delta woont. Dit deel van het land leed zwaar onder de aanwezigheid van Shell. Afvalproducten van de oliewinning werden er in het milieu gedumpt; giftige gasfakkels brandden er tegen alle verdragen in en protesten hiertegen werden met geweld in de kiem gesmoord.

Van woordvoerder werd Saro-Wiwa in 1990 president van de door hem opgerichte Movement for the Survival of the Ogoni People (MOSOP). In die rol leidde hij een vreedzame campagne tegen de milieuvervuiling van Ogoniland door de olieindustrie, in het bijzonder Shell. Saro-Wiwa was daarmee ook een uitgesproken criticus van de Nigeriaanse regering, die volgens hem onder één hoedje speelde met Shell. De regering legde het bedrijf geen strobreed in de weg bij de oliewinning, alle vervuiling ten spijt.

Saro-Wiwa werd gearresteerd op het hoogtepunt van zijn protestacties en na een haastig proces bij een militair tribunaal ter dood veroordeeld. Op 10 november 1995 werd hij opgehangen, tezamen met tien andere MOSOP-leiders. Hij was als laatste aan de beurt: de aanwezige militairen dwongen Saro-Wiwa om naar de dood van de anderen te kijken.

De beschuldigingen tegen Saro-Wiwa waren door politiek bepaald en volstrekt ongefundeerd. In mei 1994 werden vier Ogoni-leiders bruut vermoord. Op de dag van de moorden was Saro-Wiwa toegang tot het gebied geweigerd. Toch werd hij tijdens het proces beschuldigd van deze moorden. De één na de andere getuigde tijdens het proces tegen hem. De wereld was verontwaardigd, maar kon niets beginnen. Na de executie werd Nigeria voor drie jaar buitenspel gezet door het Gemenebest van Naties, en Westerse diplomaten werden teruggetrokken uit Nigeria. Economische sancties werden overwogen.

Getuigen van het proces zouden later verklaren te zijn omgekocht door Shell. Hierop werd door nabestaanden een rechtszaak begonnen tegen het bedrijf, dat zij medeplichtig beschouwden aan de dood van Saro-Wiwa. In 2009 trof Shell een schikking met de aanklagers van elf miljoen euro. Het zou gaan om een "humanitaire geste". Daarbij deed Shell de nadrukkelijke toevoeging: "De beschuldigingen waren vals, maar mensen hebben destijds wel geleden in de delta van Niger."


Kijk en luister naar
:

Lopende Zaken - Nigeria (hier te bekijken)
Shell heeft een slechte naam in het onrustige Nigeria (oa ivm mensenrechten, terrorisme en milieuvervuiling), een land waar ze veel olie wint. Dat onderkent de multinational nu ook en investeert nu in het land om het imagoprobleem te verhelpen. Maar ze moet tegelijkertijd de verschillende partijen en volken te vriend houden die vaak het werk van Shell saboteren of corrumperen en het bedrijf als een substituut van de overheid zien. Dat werktmaatschappelijke onrust en te hoge verwachtingen jegens het bedrijf in de hand, waardoor de positie van Shell in Nigeria niet makkelijker wordt.

Argos: Shell in de weer voor een beter imago (hier te beluisteren)
Een discussie over 'issuemanagement' bij oliemaatschappij Shell, een wijze van bedrijfsvoering die er voor moet zorgen dat het bedrijf goed in het nieuws komt en (boycot)acties tegen het bedrijf worden voorkomen. Shell kwam tot de introductie van 'issuemanagers' nadat zij door de dood van de Nigeriaanse schrijver en activist Ken Saro Wiwa en het plan om het olieplatform Brent Spar in zee te laten zinken te maken kreeg met ongekende boycot-acties. Centraal staat het optreden van Shell in Tsjaad en Nigeria.

Discussiedeelnemers zijn:

  • issuemanager Tim van Kooten van Shell;
  • bijzonder hoogleraar Jacqueline Cramer van de Katolieke
    Universiteit Brabant die via TNO is uitbesteed aan AKZO Nobel;
  • campagnemedewerkster Irene Bloemink van Milieudefensie.
  • Tevens een reactie van beleidsmedewerker Margot Klute
    van ICCO, deskundige op het gebied van Tsjaad en Cameroen.