Spreekkoor in 1934 voor eerste keer te horen Tien! Tien! Tien!

- Zoom
Het Oranje van 11 maart 1934.
Staand, van links naar rechts: Beb Bakhuys, Puck van Heel, Jan van Diepenbeek, Henk Pellikaan, Wim Anderiesen, Adri van Male en Sjef van Run. Geknield: Frank Wels, Leen Vente, Kick Smit en Kees Mijnders.
Het is vandaag 10-10-10, ofwel 10 oktober 2010. Een leuk weetje van de dag is dat het spreekkoor 'Tien! Tien! Tien!' bij het voetbal voor de eerste keer in Nederland te horen was op 11 maart 1934 in het Olympisch Stadion.
Op die elfde maart 1934 schreef het Nederlands Elftal voetbalgeschiedenis in een interland tegen Belgie. Bep Bakhuys maakte bijvoorbeeld zijn beroemde kopdoelpunt: een kopbal a la Bakhuys. Leen Vente scoorde daarnaast vijf maal, wat in 2010 nog steeds een recordaantal is voor een Nederlandse international. Voor een compleet verslag van die merkwaardige pot, waarbij ook nog eens een minister zich misdroeg: hier.
De uitslag was 9-3 voor Nederland en vanaf het moment dat de kans op dubbele cijfers steeds groter werd, moedigden de Nederlandse supporters steeds luider hun team aan. Ergens moet iemand in zijn enthousiasme Tien! Tien! Tien! hebben geroepen, wat in korte tijd massaal werd overgenomen. Daarmee werd dit verschijnsel voor de eerste keer waargenomen in een Nederlands stadion. Het zorgde meteen voor veel emoties.
Voetbalverslaggever ir. A. van Emmenes schreef namelijk: ‘Velen hebben dat uitermate onsportief gevonden en in de pers, zowel als door de radio, is daartegen een grote actie gevoerd.’ Hij zag zelf trouwens geen enkel probleem met het spreekkoor: ‘Een dergelijk feit - voor het eerst dubbele cijfers in een interlandwedstrijd van ons land - wilde men graag ook eens meemaken en men smeekte dus als het ware om het tiende goaltje.’
De Nederlandse voetballers waren echter razend over de aanmoedingen, aldus Joris van den Bergh in zijn klassieke sportboek Mysterieuze krachten in de sport: ‘Onze spelers hadden deze aanvuring niet nodig. Voor onze spelers bedoeld, vuurde deze kreet echter de Belgen aan.’
“Als die schreeuwlelijk zijn mond had gehouden,” meende een international, “zouden het dubbele cijfers zijn geworden. Hij had de Belgen een nieuw doel, de verbeten wil tot het maximale ingeschreeuwd.”
(Jurryt van de Vooren)