Main Content

Column De vernedering van de Rotterdamse burgemeester Oud

  • 19 december 2011
  • Ad van Liempt
<p>Ad van Liempt, foto: Marco Bakker</p>
Zoom

Ad van Liempt, foto: Marco Bakker

Het is een intrigerende foto, je raakt er niet op uitgekeken. Links staat Rotterdams burgemeester Oud, hij richt zijn blik met een mengsel van woede en schaamte naar beneden. Naast hem staat een klein, stoer mannetje parmantig in de camera te kijken, en achteraan een bullebak die de burgemeester stevig vasthoudt. Oud draagt een strikje, de andere twee een stropdas. Oud heeft een soort schortje voor, met een ster. De foto is uit 1941, en toont de ultieme vernedering van de burgemeester van Rotterdam. Wat is hier in hemelsnaam aan de hand?

Ik werd op de foto en het verhaal erachter attent gemaakt door een student van de School voor Journalistiek (Koen Freijssen), die een portret schreef van het kleine mannetje rechts: Gerrit van Burink, een bijzondere figuur uit de lokale politiek, bijnaam: 'de weerhaan'.

De foto is van 24 juli 1941. Van Burink is aan het hoofd van een groep medestanders het Rotterdamse stadhuis binnengedrongen om de burgemeester aan te pakken. Een week eerder was hij, als raadslid voor de NSB, op last van de burgemeester de zaal uitgezet. Van Burink had de opheffing van het college van burgemeester en wethouders geëist, Oud wilde hem laten verwijderen. Van Burink, een driftig baasje van 51 jaar, liep op de tafel van de burgemeester af, die met zijn hamer probeerde de orde te herstellen. Van Burink greep de kop van de hamer en probeerde die uit de handen van Oud te trekken. Twee volwassen mannen en een hamer - gemeentepolitiek in juli 1941.

De kop van de hamer schiet los, Van Burink valt achterover, met zijn hoofd tegen een tafel. Er valt een inktpot om, er komt een grote blauwe vlek op zijn zomerse pak. Toegesnelde agenten dragen Van Burink weg.

Acht dagen later is Van Burink terug, met een stuk of vijftien NSB'ers. Ze kunnen binnenkomen omdat ze bijzondere belangstelling voor de glas-in-loodramen voorwenden. Vijf man dringen door tot de burgemeesterskamer. Gerrit van Burink heeft een soort schortje bij zich met een afbeelding van een ster, een van de symbolen van de vrijmetselarij, waarvan de burgemeester volgens de NSB in het geheim lid was. Van Burink bindt hem de lap voor, en dan volgt het gedwongen fotomoment.

Het is opmerkelijk dat de bezetter maatregelen neemt tegen Van Burink. Hij moet drie weken naar kamp Ommen, maar daar wordt hij al snel in de watten gelegd, als een 'Ehrenhäftling'.

Burgemeester Oud houdt het nog een paar maanden vol en dient dan zijn ontslag in. Hij wijdt zich de rest van de oorlog aan zijn grote liefde: het schrijven over staatkunde. In 1946 wordt hij weer burgemeester van Rotterdam, en in 1948 richt hij de VVD op en wordt hij volksvertegenwoordiger.

Van Burink zit dan nog in het interneringskamp. De ex-communist, die eind jaren dertig zonder problemen de bocht maakte van het communisme naar het fascisme, is tot tien jaar veroordeeld wegens steun aan de bezetter. In zijn rechtszaak geldt de foto als bewijsstuk. Hij verliest actief en passief kiesrecht en wordt nachtwaker.

Deze column is verschenen in het december-nummer van het Historisch Nieuwsblad.