Main Content

Uit liefde voor het koningshuis Nederlandse scholieren staakten al in 1910

  • 20 december 2011
  • Jurryt van de Vooren

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren organiseert morgen een scholierenstaking. Hiermee wordt geprotesteerd tegen, zoals LAKS zelf zegt, ´de ophokuren´. Al in 1910 was er een scholierenstaking in Den Haag, omdat de leerlingen de verjaardag van prinses Juliana niet mochten vieren.

Zo nu en dan duikt het verschijnsel van de scholierenstaking op. In de jaren 80 bijvoorbeeld werd enkele malen op deze manier geprotesteerd tegen kernwapens in Nederland, en in 1993 werd dit middel gebruikt na aangekondigde onderwijsbezuinigingen.

In het laatste geval deden bijna 200.000 scholieren mee, zo meldde Het Journaal op 10 juni 1993. Daarmee is de scholierenstaking van 1993 nog steeds de grootste naoorlogse jongerenactie in Nederland, want een groter aantal actievoerende jongeren op één dag is nooit meer gehaald.

Prinsessedag

Al meer dan eeuw geleden was er ook een scholierenstaking, maar die was aanzienlijk kleiner en onschuldiger van aard. In Den Haag bleven op 30 april 1910 enkele honderden scholieren weg, omdat het toen ‘Prinsessedag’ was: de eerste verjaardag van prinses Juliana. Die viel op een zaterdag, wat in die tijd nog een gewone schooldag was. ‘Een groot deel van den dag trokken ze luid zingend en jubelend door de stad,’ schreef de Indische Courant een maand later over deze scholieren. Of ze daarna een straf hebben gekregen, is onbekend.

Exact tien jaar later gebeurde hetzelfde, alhoewel Prinsessedag toen op een vrijdag viel. In Utrecht kregen ‘leerlingen eener gemeente-school’ geen vrij om mee te doen aan de feestelijkheden en liepen daarom de klas uit. ‘In prachtige liefde voor het Oranjehuis en een vrijen middag trokken allen door de stad, joelend en vaderlandsche liederen zingend.’ De schoolleiding pikte dit niet en strafte de deelnemende scholieren door ze een vrije middag te laten nablijven

Niet alleen een jarige prinses bracht scholieren vorige eeuw in beweging, blijkt uit een incident in Wormerveer. In 1920 brak een staking uit aan de openbare MULO-school, omdat ‘een paar onderwijzers volgens de meening der leerlingen te veel huiswerk opgeven’. De afloop is onbekend.

En ook de oude koloniën bleven niet bespaard van dergelijke acties: in 1906 (!) bleven leerlingen van een Burger-avondschool in Soerabaja weg vanwege hun wiskundeleraar. ‘Men verdenkt hem van partijdigheid. De jongens hebben hun klachten ingediend bij den directeur in de hoop dat de zaak onderzocht zou worden en zij een anderen leeraar zouden krijgen. Maar helaas niets is daarvan gekomen. En nu de jongens merken dat de zaak in den doofpot wordt gestopt, hebben zij besloten geen enkele les van bedoelden leeraar meer bij te wonen. Tevens hebben zij een collectief schrijven gezonden aan de commissie van toezicht op de Burgeravondschool om de zaak nauwkeurig te onderzoeken.’ Ook hiervan is de afloop onbekend.

Een nationale affaire

Bovenstaande stakingen zijn allemaal onschuldig van aard, en duurden allemaal niet erg lang. In ieder geval kwam de nationale stabiliteit niet in gevaar door deze acties. Ernstiger werd het als dergelijke protesten gecombineerd werden met een taalstrijd of een ander nationaal probleem. In 1905 liepen de gemoederen in Russisch Polen hoog op, omdat ouders en leerlinge onderwijs in de Poolse taal eisten. De verantwoordelijke autoriteiten weigerden echter hieraan gehoor te geven, waarna de kinderen van hun ouders thuis moesten blijven. Enkele maanden later besloot de Russische keizer dat in plaatsen met veel Poolse inwoners onderwijs in de eigen taal zou worden toegestaan. Daarop zullen ongetwijfeld veel nationale liederen zijn gezongen, net als de scholieren in Den Haag en Utrecht in 1910 en 1920 deden.