Main Content

Terublik De Slavernij De brug is niet geslagen

  • 16 december 2011
  • Carla Boos
De Slavernij: Het debat
Zoom
De Slavernij: Het debat
Henk den Heijer en Leo Balai

De televisieserie De slavernij die de NTR dit najaar uitzond, had veel kijkers en deed de gemoederen hoog oplopen. ‘We hebben in geen jaren zoveel over slavernij gediscussieerd.’

‘Zal de NTR in haar peperdure serie over slavernij, wel aandacht besteden aan de miljoenen witte slaven die door Arabieren zijn gemaakt?’ vroeg PVV ideoloog Bosma zich in de NRC af nog vóór hij ook maar iets van de serie had gezien. Hij veronderstelde dat het wel weer alleen over ‘de precies in het beeld van de progressieve goedmens passende koloniale slavernij’ zou gaan, immers: ‘De NTR kijkt niet verder dan haar gesubsidieerde neus lang is’. Voor Bosma hoort de NTR, de maker van de serie, duidelijk tot de linkse kerk.

‘Het absolute dieptepunt in de bagatellisering van een misdaad tegen de menselijkheid’, oordeelt de spraakmakende Surinaamse historicus Sandew Hira over de serie. Hij betoogt dat de NTR zich het PVV gedachtegoed al zo eigen heeft gemaakt, dat er geen Bosma voor nodig was om koloniale slavernij ‘op een hoop te gooien’ met christen- en moderne slavernij om daarmee het Nederlandse aandeel in de koloniale slavernij weer te bagatelliseren. De NTR behoort, volgens Hira, tot het ultrarechtse kamp.

Slavernij, de serie

Toen we aan De Slavernij begonnen, wisten we dat het een gevoelig onderwerp was. Maar dat de standpunten zó extreem geformuleerd zouden worden, hadden we niet voorzien. Wij vroegen ons vooral af hoe we een serie konden maken die een zo groot mogelijk zwart én wit publiek bereikte. Want dat is wat we wilden en waar we als zwart/witte redactie lang over discussieerden: het verhaal van de misdaad tegen de menselijkheid die slavernij is, aan zoveel mogelijk mensen vertellen.

Slavernij. Voor witte mensen geen onderwerp om eens uitgebreid voor te gaan zitten: sla maar gauw om die oude, zwarte bladzij in de geschiedenis. Voor Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders is dat een grove miskenning: hun families leefden 4, 5 oma’s geleden nog in slavernij en voor hen is die geschiedenis nog springlevend.

Dus hoe beweeg je als documentairemaker daartussen door? Hoe maak je een serie waar zwarte én witte mensen naar willen kijken? Morele verontwaardiging was weliswaar de motor achter het hele project, maar daar maak je geen televisie mee. En bij het streven naar historische waarheidsvinding wil je niet onder druk van alle gevoeligheden, vervallen in een politieke correctheid die de historische waarheid vertroebelt.

De research

Dus ja, laten zien dat Nederlanders een gruwelijk aandeel hadden in de slavernijgeschiedenis, maar ook dat ze de slavernij niet hebben uitgevonden. Ja - duidelijk maken dat de koloniale slavernij zich onderscheidt door het massale, kil-commerciële karakter ervan, maar ook inbedden in het continuüm van de Arabische en zwart Afrikaanse slavernij. Ja – ruim aandacht voor de koloniale periode, maar ook laten zien dat slavernij met de afschaffing in 1863 niet is uitgebannen en dat de megaharems in Khartoem, de illegale bordelen in Boekarest, de rosse buurt in Amsterdam en de hoerententen in Washington nog steeds worden voorzien van meisjes die verkocht, verhandeld en uitgebuit worden. Ja - vertellen dat het leven op de plantages voor slavenhouders de hemel en voor de slaven de hel was, maar ook dat er in de loop van de eeuwen een balans ontstond tussen plantagehouder en tot slaaf gemaakten, dit alles zonder te tornen aan de gruwelijkheden die de 17e, 18e en 19e eeuwse Nederlanders begingen .

De reactie

Het Slavernij-debat
Zoom
Het Slavernij-debat

Maar voor Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders was dit alles niet vanzelfsprekend. Koloniale slavernij is niet te vergelijken met moderne slavernij, protesteerden ze. Er was in de serie te weinig aandacht voor koloniale slavernij, vonden ze. Het leven op de plantages was een hel, hoezo balans? De rolverdeling van een witte Daphne Bunskoek die de wereld van de wetenschap afreist en de zwarte Roué Verveer die zijn roots zoekt, is stereotiep en eurocentrisch, was het commentaar. Kortom, we zochten de weg tussen Scylla en Charybdis en volgens sommigen vonden we die niet.

Al met al veel aanleiding tot debat. Bij het NinSee, bij de Vereniging ons Suriname, in het Tropeninstituut, bij radio Mart, bij Prem op Radio 1, in de Rode Hoed en op allerlei andere plekken. Soms zonder, soms met ons. En elke keer waren de discussies heftig en geëmotioneerd. Niet alleen de redactie en de ‘witte wetenschappers’ die ons geadviseerd hadden, waren het doelwit, maar ook zwarte historici die in de serie figureren. Voor de critici zijn zij ‘gekoloniseerde geesten’ - mensen die zich het witte denken eigen hebben gemaakt.

Samengevat komt het debat neer op de vraag of de serie al dan niet badinerend en relativerend doet over slavernij; op het al dan niet eurocentristische karakter van de serie, en tot slot is de vraag of er teveel aandacht is voor de slavenhandel en te weinig voor slavenarbeid.

Kritiek om serieus te nemen en over na te denken. Eurocentrisme is een lastige kwestie. Ontegenzeggelijk: de meerderheid van de makers én de adviseurs is Europees wit. Maar dan is het verwarrend te horen dat ook de zwarte historici die je als programmamaker zoveel mogelijk aan het woord laat, eurocentrisch besmet zijn. Het is verwarrend te horen dat mensen die zo emotioneel zijn over hun eigen slavernijgeschiedenis, de geschiedenis die nu door ‘moderne’ slaven gemaakt wordt, niet ter harte nemen.

Maar het meest verwarrende is natuurlijk dat het debat bij de Vereniging Ons Suriname geopend wordt met de mededeling dat ‘iemand met blauwe ogen’ deze geschiedenis niet kan ‘schrijven’. En als je weigert, zoals de critici van de serie wél doen, de slavernij en de Holocaust met elkaar te vergelijken, dan klinkt er boe-geroep.

Een voorbeeld. In de serie zegt Cynthia McLeod, een vooraanstaand schrijfster over de slavernijgeschiedenis, dat Surinamers als er géén slavernij had bestaan, misschien wel minder goed af waren geweest. Een uitspraak van een zwarte historica over zwarte mensen die niet alleen haarzelf maar ook de ‘witte’ makers kwalijk wordt genomen. Hoogleraar maritieme geschiedenis Henk den Heijer beweert in de serie dat de gruwelijke manier waarop 17e en 18e eeuwers over Afrikanen spraken en schreven, geen racisme is omdat ‘racisme’ puur historisch gesproken toen geen begrip was – een opmerking waar je overigens bedenkingen bij kunt hebben.

De conclusie

Logo De Slavernij
Zoom
Logo De Slavernij

De televisieserie heeft een fikse zwengel aan het debat gegeven, maar in feite woedt hetzelfde debat al veel langer. Ondanks het uitgangspunt dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is en ondanks het mededogen met de tot slaaf gemaakte Afrikanen die er mijns inziens uit alle vijf afleveringen spreekt, heeft de serie voor een spraakmakende groep Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders de brug niet geslagen. De Slavernij is voor hen het ‘zoveelste bewijs’ dat wit Nederland geen begrip heeft voor het leed dat zwarte mensen is aangedaan en misschien moet de conclusie wel zijn dat dat niet mogelijk is. Dat deze van grootouder op kleinkind en van kleinkind op achterkleinkind doorgegeven pijn niet te snappen en niet te vatten is voor mensen die die pijn niet in hun genen hebben. Dat het voor de slachtoffers voelt alsof ‘een ander’ en nog wel een ‘witte ander’ met die pijn én het verhaal daarover, aan de haal gaat.

Maar ondanks de kritiek hebben er véél, gemiddeld 650.000, mensen gekeken en werd de serie hoog gewaardeerd. Onder hen meer jonge Surinaamse en Antilliaanse kijkers dan normaal voor Nederland 2. Interessant is dat de reeks die ook in Suriname is uitgezonden, deze felle reacties daar niet oproept. Waar dat aan ligt is de moeite waard te onderzoeken.

Eén ding is duidelijk. Een deel van de Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders voelt zich door de serie niet erkend in de last die zij van deze doorgegeven geschiedenis draagt. Dat is jammer. Maar er waren ook zwarte mensen die ons vertelden nieuwe dingen gezien en gehoord te hebben. Dat is winst. Bij de Vereniging Ons Suriname zat de zaal stampvol; ‘we hebben in geen jaren zoveel over slavernij gedebatteerd’. Dat is winst. Na afloop van het debat in de Rode Hoed waren witte mensen geschokt door de heftige emoties die de geschiedenis van slavernij oproept bij de achter-, achterkleinkinderen van slaven. Ook dat is winst. En dan was er die onbekende zwarte kijker die ons als dank een fles wijn bracht. Dat is om erg blij mee te zijn.

Dit artikel is verschenen in het december-nummer van het Historisch Nieuwsblad.