De komst van Ard&Keessie Vijftig jaar Jaap Edenbaan
.jpg)
- Zoom
- Ard en Keessie op de Jaap Edenbaan (1965)
Op 9 december 1961 werd in Amsterdam de Jaap Eden-kunstijsbaan geopend. Met de eerste 400 meter-kunstijsbaan werd Nederland eindelijk een volwassen hardrij-land. Dankzij de nieuwe ijsbaan konden ook de Nederlandse hardrijders voortaan elk jaar vanaf oktober op ijs trainen. Wat dat voor de schaatssport betekende bleek spoedig. Met Ard Schenk en Kees Verkerk als nieuwe schaatshelden, behoorde ons land binnen enkele jaren tot de toonaangevende schaatslanden. In een tweeluik reconstrueert Astrid Nauta voor OVT de komst van de eerste 400 meter-kunstijsbaan in ons land. (zondag 4 en 11 december, 11.25u.) In de rechterkolom kunt u bewegende beelden van tal van schaatshelden op de Jaap Edenbaan bekijken.
Reinier Paping en Jeen van den Berg
Dat uitgerekend de Heerenveense onderwijzer Jeen van den Berg en de destijds nog volslagen onbekende Ommense sportwinkelier Reinier Paping op 22 december 1961 tegen een ijskoude Oostenwind de allereerste 500 meter-schaatswedstrijd op Nederlands kunstijs mochten rijden, was van grote symbolische betekenis. Met deze eerste officiële rit op de nieuwe Jaap Eden-kunstijsbaan, door Paping nipt in 48,4 seconde gewonnen, kwam ondanks de snerpende kou een definitief einde aan Nederland als een schaatsland van natuurijs.
Hét symbool van het aloude natuurijsschaatsen was vanzelfsprekend de Elfstedentocht, de tocht waarop je elk jaar alleen maar kon hopen, en waarvoor de wetmatigheid gold die sinds 1954 door de toenmalige winnaar Jeen van den Berg steeds weer was verwoord: het enige dat je over een mogelijk komende Elfstedentocht kon zeggen was dat elk jaar de volgende tocht een jaar dichterbij komt. Dat die onvoorspelbare wetmatigheid ruim een jaar na de opening van de Jaap Edenbaan op 18 januari 1963 inderdaad weer eens uit zou komen, en in de persoon van Reinier Paping de meest legendarische Elfstedenwinnaar aller tijden zou voortbrengen, moet op die 22e december 1961 Koning Thialf hebben voorzien.
Langebaanschaatsen, zoals het hardrijden op een 400 meter lange ijsbaan officieel heet, was in Nederland tot 1961 een marginale sport. Natuurlijk, als het vroor werden overal de ijzers uit het vet gehaald en trok half Nederland zijn baantjes op sloten, plassen of natuurijsbanen, maar het aantal serieuze hardrijders in ons land was klein. Ja, kortebaanrijders: bij vorst ontdooiden die vooral in Friesland bij bosjes, maar op hun doorlopers konden die supersprinters niets anders dan 160 meter rechtuit “klauwen” op een sloot. Wie met enige snelheid fatsoenlijk een bocht wilde schaatsen, diende dat pootje over op echte Noorse schaatsen te doen. Wilde je als langebaanrijder ook nog internationaal meetellen, dan was je verplicht om jaarlijks op eigen kosten met de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Hardrijden op de Schaats twee weken naar Noorwegen te gaan om aldaar de kunst af te kijken van de geroutineerde Scandinavische cracks. Jaap Eden deed dat al in 1893, en generaties Nederlandse schaatsers volgden hem.
Wat Jaap Eden destijds drie keer lukte, de Noren verslaan en wereldkampioen worden, was sindsdien alleen voorbehouden geweest aan Coen de Koning (in 1905 in Groningen, met slechts één Noorse veteraan als tegenstander) en, natuurlijk, Henk van der Grift in 1961 op de kunstijsbaan van Gothenburg. Anders dan al zijn Nederlandse voorgangers was Van der Grift in 1960 al in oktober naar Noorwegen getrokken om zich op een geheim bergmeertje nabij Fagernes in alle eenzaamheid en kou op het seizoen voor te bereiden. Met zijn wereldtitel bewees Van der Grift dat de Noren alleen te verslaan waren als je al in oktober het ijs op ging.
Volgens een hardnekkige mythe zou de wereldtitel van Van der Grift de bouw van de Jaap Edenbaan hebben bewerkstelligd. Niets is minder waar. Het was sportjournalist Kick Geudeker, hoofdredacteur van het destijds toonaangevende weekblad Sport & Sportwereld, die het initiatief nam tot de bouw van de Jaap Edenbaan. Toen Van der Grift wereldkampioen werd, ging de eerste spa voor de nieuwe ijsbaan al bijna de grond in.
Natuurlijk had Henk van der Grift als wereldkampioen bij de opening aanwezig moeten zijn, maar de automonteur uit Breukelen, die al lang zag aankomen dat de geplande openingsdatum van 1 november niet gehaald zou worden, verbleef op dat moment al twee maanden op zijn geheime Noorse trainingslocatie. Even overkomen om de eerste Nederlandse kunstijsbaan te openen was er niet bij.
Met de komst van de Jaap Edenbaan werd het langebaanschaatsen ook in Nederland een echte volkssport. Vanuit het hele land trokken duizenden schaatsers met bussen en treinen naar de hoofdstad om in een eindeloze reeks rondjes aan de verfijning van de zo ondoorgrondelijke schaatstechniek te schaven. Met de bouw van nieuwe kunstijsbanen in Deventer en Heerenveen werd Nederland binnen een paar jaar dé toonaangevende schaatsnatie. Als nationale schaatsicoon werd Reinier Paping, de winnaar van de legendarische Elfstedentocht van 1963, al in 1966 bij het Europees Kampioenschap langebaanschaatsen in Deventer afgelost door het duo Ard&Keessie. Met dank aan de Jaap Edenbaan.
OVT – Het Spoor Terug: Astrid Nauta
50 jaar Jaap Edenbaan
Zondag 4 en 11 december, 11.25u. Radio 1