Main Content

Andere Tijden over de Boerenpartij Opkomst en ondergang van een protestpartij

  • 24 februari 2011
  • Rob Bruins Slot
Boerenpartij
Zoom
Boerenpartij

Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1966 boekt Hendrik – boer – Koekoek met zijn Boerenpartij een enorme overwinning. ‘Andere Tijden’ vertelt komende zaterdag over de snelle opkomst en de even turbulente teloorgang van deze ‘tegenpartij’.

Aardverschuiving

Ze zijn het er allemaal over eens, de leden van de Boerenpartij van toen: de snelle groei was het begin van het einde. ‘Je weet niet meer wat voor mensen je erbij krijgt, hè?’ zegt een van hen. ‘Baantjesjagers en mensen met een eigen agenda.’ Mensen die niet de hele partijbureaucratie hebben doorlopen. Bewust kiest de Boerenpartij niet voor een uitgebreid partijapparaat. Juist omdat de leden zo’n afkeer hebben van bureaucratie en overheidsregels. Het zijn van die mensen die altijd een scheur in de broek hebben. Burgerlijk ongehoorzaam, met een afkeer van staatsbemoeienis van opgelegde regels en de verplichte betalingen aan de bedrijfs- en productschappen waarvan ze het nut niet inzien. Boeren die deze betaling aan het landbouwschap weigeren te voldoen, lopen het gevaar uit hun boerderij te worden gezet. In de winter van 1963 gebeurt dat in het Drentse Hollandscheveld. Dat leidt tot een mediaspektakel dat de Boerenpartij veel publiciteit en sympathie bezorgt. Het is de kleine man tegen de grote overheid.

Voorman Hendrik Koekoek wordt dat jaar met twee anderen in de Tweede Kamer gekozen. In één klap drie zetels, destijds een aardverschuiving. Bestaat de aanhang in eerste instantie nog vooral uit de kleine boeren, in 1966 verwordt de partij tot een protestpartij met veel steun in de steden. In Nijmegen haalt de Boerenpartij bijna 15 procent, in Amsterdam bijna 10 procent. De aantrekkingskracht van Koekoek zit in zijn excentriciteit. Met zijn accent onderscheidt hij zich van de deftige politici. Eindelijk begrijpelijke taal en Koekoek is niet gebonden aan een zuil. Koekoek is geboren in Hollandscheveld in de vroegere veenkoloniën, waar, zo stelt K. Baartmans in zijn korte biografische schets van hem, door het isolement een kleine wereld is ontstaan die sterk a- of zelfs anticultureel is ingesteld.

Juist met de enorme groei in 1966 begint de trammelant. Een behoorlijke controle op motieven en achtergrond van de mensen is er niet. Eerder was het al een probleem om mensen te vinden voor het hoofdbestuur. Op een vergadering in Bennekom in het najaar van 1965 kiest de partij een nieuw bestuur. ‘Ik was een beetje achter in de zaal gaan staan,’ vertelt Nico Verlaan, ‘in een zaal met allemaal kleine boertjes.’ Hotelexploitant Verlaan heeft een probleem met het bedrijfschap in Amsterdam en omdat de Boerenpartij zich juist tegen deze instituten verzet, gaat hij maar eens kijken. Nadat er zeven boeren in het hoofdbestuur zijn gekozen, moppert iemand dat ze nu nog steeds een burger missen. ‘Ja,’ zegt Koekoek, ‘maar ik ken ook geen burgers.’ ‘Hier staat er een!’ roept iemand, en hij wijst naar Verlaan. Koekoek verbaasd. Verlaan verbaasd. ‘Wilt u in het bestuur?’ vraagt Koekoek.

De verkiezingen van 1966 brengen 44 leden van de Boerenpartij in de Provinciale Staten, in alle provincies. Meestal worden ze wel serieus genomen, maar vaak gaat het mis als de Boerenpartij zelf voorstellen doet. ‘Goed voorstel en we zijn voor, maar we kunnen het niet steunen,’ herinnert oud-Statenlid Ben Steur zich nog altijd teleurgesteld. De collega-Statenleden stemmen langs de lijnen van hun zuilen en partijen, terwijl de Boerenpartij juist op basis van gezond verstand handelt, legt hij uit.

Tegen de grond

Hendrik Adams na zijn eerste vergadering als Eerste Kamerlid op 4 oktober 1966
Zoom
Hendrik Adams na zijn eerste vergadering als Eerste Kamerlid op 4 oktober 1966

Verkiezing in de provinciale Staten betekent ook een zetel in de Eerste Kamer. En daar gaat het verkeerd. Volgens Verlaan piekert het hoofdbestuur over een kandidaat, tot Koekoek zegt dat hij nog wel iemand kent, een zekere ingenieur Adams. Niemand van het bestuur weet wie hij is, maar Koekoek – die graag mensen met titel en statuur erbij heeft – zegt dat het goed is. Als Adams in de Eerste Kamer verschijnt, stuit hij op Jan Baas, die voor de vvd in de senaat zit. De nu 93-jarige Baas vertelt hoe hij zijn medesenatoren bezwoer ‘dat het moreel verwerpelijk was dat hij daar zat. Dat hij nóóit mijn collega zou worden’. De twee lopen naar de koffiekamer, en daar begint Adams Baas uit te schelden. ‘En dus sla ik hem tegen de grond. Ik zie hem nog liggen,’ zegt Baas. ‘Ik heb met één klap de carrière van Adams beëindigd en het lot van de Boerenpartij bezegeld.’

Baas kent Adams van de middelbare landbouwschool in Emmen. Beiden gaven daar tijdens de oorlog les. ‘Ik was betrokken bij het helpen van Engelse piloten. Adams vermoedde dat, maar kon het niet bewijzen.’ Tijdens een ruzie in de lerarenkamer beschuldigde Adams Baas ervan de bezetter tegen te werken. Baas had geantwoord: ‘Adams, ik weet dat ik gefusilleerd kan worden als jij me verraadt. Maar je bent daarvoor te laf. Na de oorlog is de vlaggenstok van de school nog te min om je aan op te hangen!’

Dan ziet Baas dezelfde Adams ineens in de Eerste Kamer opduiken. ‘Hij was berecht, hij had zijn straf uitgezeten. Maar hij had moeten beseffen dat hij voor bepaalde functies niet meer in aanmerking kon komen,’ meent Baas nog steeds.

De pers meet de zaak breed uit. Waarom doet Koekoek niets? Adams moet toch uit de partij worden gezet? Er verschijnen berichten over oud-nsb’ers die in de partij zouden zitten in Limburg, Apeldoorn, Bussum, in Drenthe. ‘Een hetze,’ zegt Steur. ‘In alle partijen zaten mensen die in de oorlog fout waren geweest. Maar alleen in de  Boerenpartij gingen ze op zoek.’

Het hoofdbestuur vindt dat Adams moet vertrekken. ‘Koekoek vond dat ook,’zegt Verlaan. ‘Maar omdat de andere partijen zo’n enorme ophef maakten, terwijl daar ook mensen zaten die fout waren geweest tijdens de oorlog, besloten we ze die vreugde niet te geven.’ Adams moet zelf opstappen en Koekoek moest hem dat vertellen, zo herinnert Verlaan zich. Maar Adams is intussen de pers ontvlucht en ondergedoken.

Twee weken later belt Adams Koekoek om zes uur ’s ochtends op, zo wil het verhaal van Verlaan. Of hij kan meerijden naar Den Haag. ‘Jawel,’ zegt Koekoek. ‘Maar ik heb de opdracht je te vertellen dat je ontslag moet nemen.’ Adams weigert: ‘Geen sprake van, ik verdedig mij in de Eerste Kamer.’ Koekoek stemt erin toe dat Adams meerijdt. ‘Hij ging ervan uit dat hij Adams kon ompraten in de auto,’ lacht Verlaan.

De Amsterdamse ondernemer treft de mannen in de fractiekamer. Koekoek zit met de handen in het haar en Verlaan bekijkt vanaf de publieke tribune de verdediging van Adams. ‘Het sloeg nergens op.’ Adams wordt uit de Eerste Kamer gezet.

Statenlid Steur bedankt voor het Eerste Kamerlidmaatschap. Het gedoe rond Adams is hem te veel. Dat geldt voor veel mensen, want de steun voor Koekoek neemt af. Waarom houdt hij mensen als Adams zo lang de hand boven het hoofd? Ook het autoritaire optreden van Koekoek stuit steeds meer mensen tegen de borst. De Noodraad, die de partij wil democratiseren en zuiveren van onfrisse elementen, krijgt geen poot aan de grond. Koekoek blijft maar volhouden dat er niets aan de hand is.

Rechtszaken

Boer Koekoek en Harmsen
Zoom
Boer Koekoek en Harmsen

Tegelijkertijd heeft zijn tweede man Evert Harmsen zich in de Tweede Kamer in de kijker gespeeld. Hij spreekt goed en is iets vlotter dan Koekoek. Harmsen wil zich afsplitsen. In de notulen van het provinciale bestuur van Drenthe staat beschreven waar de splitsing nou eigenlijk om draaide. Precies op de dag van splitsing is het hoofdbestuur op bezoek in Drenthe en wordt over de problemen binnen de partij ondervraagd. Harmsen wil naast zijn Kamerlidmaatschap wethouder blijven in Apeldoorn, terwijl er is afgesproken dat er geen dubbele functies zouden worden bekleed.

Daarnaast zegt hij zijn borg niet te kunnen betalen, zo vertelt het hoofdbestuur. Koekoek heeft namelijk een handigheidje bedacht om afsplitsingen te voorkomen. Iedereen die op de lijst wil, moet een borg betalen: 5000 gulden voor een Kamerlidmaatschap, 2000 voor de Provinciale Staten. ‘En als je dan afsplitste, dan verbeurde je dat geld,’ zegt Johan de Groote. Zijn moeder is de zus van Koekoek en hij probeert een jongerenafdeling op te zetten. ‘Maar dat is allemaal verzand, hè?’ zucht hij. Verzand in de chaos die volgt op de snelle groei.

Na de spurt van 1966 eindigt Koekoek toch nog alleen. Vier van de zeven Boerenpartijleden die in 1967 in de Tweede Kamer zijn gekozen, splitsen zich in 1968 onder leiding van Harmsen af. Vrijwel meteen splitst één van hen zich weer af van Harmsen. Harmsen haalt bij de volgende verkiezingen met zijn Binding Rechts geen zetels. De Boerenpartij is versplinterd en haalt in 1971 nog maar één zetel. Koekoek komt in later jaren in het nieuws vanwege rechtszaken en het verwaarlozen van zijn pony’s. Hij voelt zich in toenemende mate onveilig. Zijn neef De Groote vertelt over de rottweilers in de tuin en in huis. ‘Als hij met de auto naar Den Haag ging, dan had hij een rottweiler in de auto en een pistool onder de voorbank.’

Alle geïnterviewden komen uit zichzelf met de vergelijking die zich opdringt: die met de populistische pvv. Het is de onzekerheid in hun bestaan die de mensen naar een protestpartij drijft, zo meent Baas. Verlaan ziet wel een groot verschil tussen de beide partijen. De Boerenpartij was een echte protestpartij met doelen op de korte termijn, analyseert hij. ‘Terwijl Wilders met zijn islamagenda de partij een langetermijndoel heeft gegeven.’ Ben Steur heeft nog wel een advies voor Wilders. ‘Begin niet aan leden!’ roept hij uit. ‘Leden hebben stemrecht, en voor je het weet zit je in een richting die je helemaal niet wilt.’