Main Content

Deel 1: nationalisme versplintert eenheid en broederschap De dood van Joegoslavië - in 5 delen

  • 26 mei 2011
Josip Broz Tito
Zoom
Josip Broz Tito

Ratko Mladić is gearresteerd. Eindelijk, zullen velen zeggen. Joegoslavië viel mede onder zijn leiding in de jaren negentig dramatisch uiteen. Hoe kwam het zover en waar begon het einde?

De Joegoslavische president Josip Broz Tito tracht tot zijn overlijden met zijn adagium 'Eenheid en Broederschap’ de veelheid aan volken en religies bijeen te houden. Met zijn dood op 4 mei 1980 valt meteen de belangrijkste bindende factor van het land weg en blijkt de band tussen de volken oppervlakig.

Nationalistische sentimenten
In de jaren ’80 raakt Joegoslavië steeds instabieler. Het centrale gezag in Belgrado verzwakt, totdat op den duur op nationale schaal alleen de communistische partij en het Joegoslavische volksleger (JNA) nog functioneren. Deze wankele staatsstructuur wordt nog eens bevorderd door de economische problemen waarmee het land kampt, sinds het Westen de financiële kraan halverwege de jaren ’80 dichtdraaide. Als gevolg richten de partij-elites van de diverse deelstaten (Kroatië, Bosnië, Servië, Slovenië, enz.) zich in toenemende mate tot nationalistische sentimenten. Men beroept zich hierbij op religie en volksmythes, al dan niet verzonnen.

Milošević in beeld
Voorzitter van de Servische communistische partij, Slobodan Milošević, neemt hierbij een belangrijke stap door op 24 april 1987 tijdens een bezoek aan het Merelveld in Kosovo zijn nationalistische sympathieën te uiten. Naar verluid leed het Servische leger hier in 1389 een legendarische nederlaag tegen de Ottomanen. Milošević grijpt dit historische feit aan om een nieuw nationaal besef aan te wakkeren.

De beelden verschijnen diezelfde avond op de nationale televisie. Vanaf dat moment gaat de politieke koers gepaard met een toenemende Servische propaganda en een retoriek die gericht is op het verwezenlijken van een Groot-Servisch rijk. Omdat dit plan ten koste zal gaan van andere bevolkingsgroepen, stuit het beleid op groot wantrouwen in Slovenië en Kroatië. Deze deelstaten besluiten daarom aan het begin van 1990 uit de nationale communistische partij te stappen. Ook in Kroatië ontwikkelt zich een tendens naar propaganda, waarbij de Serven van diverse gruweldaden worden beschuldigd.

Autonomie nu!
Tijdens deze periode volgen de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo op: nadat Kosovo zich in de tweede helft van 1990 abrupt autonoom verklaart, heft de Servische regering deze onafhankelijkheid even snel weer op met een grondwetswijziging. Intussen vinden in Slovenië en Kroatië confrontaties plaats tussen Servische paramilitairen en de plaatselijke politie. En omdat de andere bevolkingsgroepen weigeren nog langer op hun militaire bases te verschijnen, wordt het JNA in toenemende mate een Servisch leger. De bevolking in Kroatië en Slovenië spreekt zich vrijwel unaniem uit voor autonomie en op 25 juni 1991 verklaren beide deelstaten zich onafhankelijk. Een dag later begint de oorlog in Slovenië.

Bekijk:

  • Een gesprek tussen Adriaan van Dis en schrijver/journalist A. den Doolaard (ps. C.J.G. Spoelstra), onder meer over zijn leven en werk in Joegoslavië, waar hij als correspondent onder meer maarschalk Tito ontmoette.
  • Transit: over het Belgrado van 1988, waar geprobeerd wordt om de oude waarden van broederschap en eenheid in ere te houden.