Main Content

Deel 4: Bosnië - gruwel voor het oog van de wereld De dood van Joegoslavië - in 5 delen

  • 26 mei 2011
Slobodan Milosevic
Zoom
Slobodan Milosevic

In januari 1992 erkent de Europese gemeenschap de onafhankelijkheid van Slovenië en Kroatië. Dit richt de aandacht op Bosnië: van de zes republieken in Joegoslavië is deze het meest divers. De uiteenlopende belangen leiden tot het bloedige slotstuk van de oorlog. Ook het Westen, met Nederland voorop, mengt hier zich nog in. Deel 4 uit een serie over het uiteenvallen van Joegoslavië, dit keer over het conflict in Bosnië.

Volgens een census uit 1991 is de meerderheid van de inwoners moslim, gevolgd door Serven, Kroaten en mensen die zich opgeven als Joegoslaaf. Religie wordt na vijftig jaar communisme niet fanatiek beleden (vooral in de steden), maar toch komen gemengde huwelijken relatief weinig voor. Gezien de ontwikkelingen in Kroatië en Slovenië en de onderhandelingen tussen Tuđman en Milošević, vrezen vooral de moslims het slachtoffer te worden van de expansiedrift van Kroatië en Servië. Deze partijen zijn op hun beurt bang dat Bosnië zich ontwikkelt tot een moslimstaat. Deze wederzijdse angst en een nationalistische tendens leiden in de loop van 1990 tot een strakke scheiding van de drie bevolkingsgroepen in de politiek. President Alija Izetbegović zegt weliswaar voorstander te zijn van een multi-etnisch Bosnië, maar doet tegelijkertijd weinig om het wantrouwen tussen de groepen weg te nemen. Functies worden in toenemende mate verdeeld naar etniciteit en in steeds meer gebieden worden besturen geïnstalleerd die etnisch zuiver zijn.

Aanslag in Sarajevo
Op 19 februari en 1 maart 1992 stemt de Bosnische bevolking tijdens een referendum massaal voor onafhankelijkheid. De Servische bevolking boycot de stemming, waardoor ze in feite illegaal is: volgens de Bosnische grondwet is instemming van alle drie de bevolkingsgroepen nodig. De Bosnische Serven, met Radovan Karadžić als belangrijkste politiek figuur, reageren woedend. Wanneer op de tweede avond van het referendum een aanslag op Servische gasten van een bruiloft in Sarajevo gepleegd wordt, breken in heel Bosnië gevechten uit. De Serven roepen daarop op 27 maart de onafhankelijke ‘Republika Srpska’ uit, met Karadžić als president en Pale als hoofdstad. Kort hierna stichten ook de Kroaten hun eigen deelrepubliek (Kroatische Gemeenschap van Herceg-Bosnië) met als hoofdstad Mostar. In april wordt Bosnië een onafhankelijke en multiculturele staat, waarna deze ook door de Europese Gemeenschap wordt erkend.

Onoverzichtelijk
De Serven beogen in de strijd hun grondgebied drastisch te vergroten, om zodoende corridors naar de Servische gebieden in Kroatië te creëren en een aaneengesloten republiek te vestigen. Maar ook de moslims en de Kroaten maken aanspraak op deze gebieden, waarvan Sarajevo, de streek rond Mostar en de Posavina-corridor bij Brcko de meest voorname zijn. Gedurende de hele oorlog zal hierom worden gevochten. Inmiddels hebben de drie partijen ieder hun eigen leger en omdat ze in wisselende allianties optreden is deze oorlog zeer moeilijk te overzien.

Arkan Tijgers
Ook in dit conflict wordt het Servische leger ondersteund door diverse paramilitaire milities, zoals de Arkan Tijgers. Deze groepen trekken in april 1992 vanuit de Krajina (Kroatië) Bosnië binnen en gaan daar door met hun tactiek van etnische zuiveringen, waarbij ze het vooral op de moslimbevolking hebben voorzien. Om niet als agressor beschouwd te worden, kiest Milošević ervoor om het JNA op papier terug te trekken uit Bosnië. Het grootste deel van het materieel en de militairen blijven gewoon achter en worden opgenomen in het nieuwe leger van de Bosnische Serven (Voiska Republika Srpska). In mei 1992 wordt de beruchte Servische generaal Ratko Mladić benoemd tot bevelhebber van de VRS. Hij maakt zijn reputatie waar met een kenmerkende strijdwijze: belegeringen van dorpen en steden die maanden (en soms jaren) lang duren, waarbij de inwoners totaal uitgeput en uitgehongerd worden. Als gevolg van zulke tactieken staat het dodental in augustus 1992 al op 50.000 (in Kroatië en Bosnië samen) en aan het eind van dat jaar hebben de Bosnische Serven zeventig procent van het land in hun bezit.

'Safe Areas'
In de zomer van 1992 bereiken geruchten van verkrachtingen, concentratiekampen en genocide de internationale media. Beelden van een vermeend concentratiekamp in het plaatsje Omarska bereiken wereldwijd de voorpagina. De reactie van de internationale gemeenschap is weliswaar geschokt, maar vooralsnog niet gericht op ingrijpen. Wel neemt met de berichtgeving hierover de wereldwijde (en Europese) aandacht voor de Balkanoorlog toe, wat uiteindelijk ook in de politiek tot uiting komt. Servië krijgt strenge economische sancties en een handelsembargo opgelegd. Bosnië wordt aan het einde van 1992 via VN-resoluties tot no-fly zone verklaard en zes steden (Sarajevo, Bihac, Gorazde, Srebrenica, Tuzla en Zepa) worden tot safe area aangewezen. Dit moet inhouden dat ze onder bescherming van de Verenigde Naties vallen, maar de term heeft geen rechtsgeldigheid en van veiligheid is dan ook geen sprake: Bosnische Serven schenden de resoluties consequent.

In januari 1993 wordt het eerste vredesvoorstel gepresenteerd, het Vance-Owen plan, waarin Bosnië in tien provincies opgedeeld wordt. Dit voorstel wordt in mei van dat jaar alweer afgewezen door de Bosnische Serven. In augustus volgt een nieuw voorstel: het Owen-Stoltenberg plan. Dit plan beoogt een Bosnische confederatie op basis van drie etnische delen. Tuđman en Milošević zijn het hiermee eens, maar Izetbegovic boycot het overleg, omdat hij nog steeds hoopt op een verenigde multinationale staat.

Etnische zuiveringen
Gedurende de onderhandelingen is de oorlog volop en op vele fronten gaande. Sarajevo gaat gebukt onder onophoudelijke beschietingen door Serven en de gevechten tussen Kroaten en moslims verhevigen. Waar de Kroaten eerst een alliantie met de moslims vormden tegen de Serven, hebben zij nu besloten om hun territorium uit te breiden ten koste van de moslims en het gevecht met het Bosnische regeringsleger aan te gaan. Mostar en haar beroemde brug worden bijvoorbeeld bijna geheel verwoest in dit conflict. Overal in Bosnië gaan de gevechten gepaard met gruweldaden en namens elke partij worden etnische zuiveringen uitgevoerd. Dit heeft een enorme stroom vluchtelingen tot gevolg, die (internationaal) opgevangen moet worden. De internationale gemeenschap wordt hierdoor tot meer daadkracht gedwongen. Diverse incidenten dragen hieraan bij. Zo is er de beruchte aanslag op een markt in Sarajevo, waarbij 68 mensen omkomen. Westerse druk op de verantwoordelijken neemt hierdoor langzamerhand toe. Diplomaten mengen zich binnenskamers in de strijd en werken toe naar een oplossing die voor alle partijen draaglijk is.

Bekijk
-Diogenes - _De Werkelijkheid_. Documentaire over een groep Servische soldaten die gestationeerd is op de berg Trebevic. Daar vandaan belegeren ze Sarajevo.
-Diogenes - _De Stad_. Reportage over het leven in Sarajevo tijdens de burgeroorlog.
-Diogenes - _Het IJzeren Geheugen_, waarin de Balkanoorlog belicht wordt in Mostar, Kosovo en vanuit het Engelse Somerset, vanwaar WOII-veteraan Basil Davidson vertelt over zijn ervaringen met de partizanen.