Van geitenoffer tot wenskaart Hoe Valentijnsdag roze werd
- Zoom
- Een Valentijnskaart, afbeelding uit het Algemeen Handelsblad (1932)
Valentijnsdag gaat gehuld in mysteriën. De achtergrond van de dag en zelfs de naamgever Sint Valentijn zijn verbonden met twijfel en controverse. Wat is er bekend en hoe groeide de dag uit tot een gat in de markt voor bloemisten en postbedrijven?
Sint Valentijnsdag valt in een deel van het jaar dat historisch gezien in het teken staat van liefde en vruchtbaarheid. Hierin vielen het heilige huwelijk tussen Zeus en Hera in het oude Athene en het oud-Romeinse feest van Lupercus, de god van de vruchtbaarheid.
Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft op 12 februari 1925: "Bij de oude Romeinen vierde men den 14den Februari het feest der Lupercaliën, een reinigings- en verzoeningsfeest ter eere van Lupercus, den god der kudden. Deze god weerde de wolven, de vijanden der herders. Men offerde geiten en die offering ging van eigenaardige gebruiken vergezeld. Men voerde twee jongelingen van edele afkomst naar de plaats, waar het offer gebracht werd en de priester raakte hun voorhoofd met het bebloede offermes aan. De bloedvlekken werden echter direct weer met in melk gedoopte wol afgeveegd, waarna de jongelingen in een luid gelach uitbarstten. Door deze reinigende handeling werden de herders en kudden met den god verzoend, en onheil en onvruchtbaarheid van deze afgewend. Na het offer en na den feestmaaltijd sneden de priesters, die Luperci genoemd werden, uit de huid der geofferde geiten riemen en liepen, met een uit dezelfde vellen vervaardigd voorschoot bekleed, van het heilgdom van den god naar en door de stad. Schertsende sloegen ze degenen, die zij ontmoetten, met deze riemen en de getrouwde vrouwen kwamen hun met opzet tegemoet, daar zij meenden, dat deze riemslagen huwelijkszegen brachten. Nu vielen de feesten der Lupercaliën samen met den sterfdag van Valentijn. Deze Christen-martelaar, zoo vertelt de legende, werd in het jaar 362 gekruisigd op de plaats, waar eens het altaar van Lupercus stond en waar de wolvin Romulus en Remus zoogde."
Wie was Valentijn?

- Zoom
- Sint Valentijn en zijn discipelen bekijken de bouw van zijn basiliek in Terni, afbeelding uit een Frans manuscript (14e eeuw)
Over de naamgever is vooral veel onduidelijk. Sint Valentijn, of Valentinus, was vermoedelijk niet één persoon, maar het is de naam voor veertien heiligverklaarde martelaren uit het oude Rome, mogelijk in de vierde eeuw. Van de Sint Valentijn aan wie we op 14 februari Valentijnsdag wijden is niet meer bekend dan dat hij op diezelfde dag ten noorden van Rome begraven is, aan de Via Flaminia. Het is zelfs onzeker of de feestdag niet gericht is op één maar op meerdere heiligen met dezelfde naam. Deze onzekerheid was bijvoorbeeld de reden dat Sint Valentijn in 1969 uit de Katholieke heiligenkalender verwijderd is. Wel blijven hij en zijn naamgenoten in de wachtlijst staan voor de kalender. Over het algemeen wordt aangenomen dat het gaat om Valentinus van Terni. Sint Valentinus was bisschop van het Italiaanse plaatsje Terni.
Peter Jan Margry, onderzoeker Religieuze Cultuur aan het Meertens Instituut, vertelde in OVT: "Als bisschop zou Valentijn een heiden en een christen in de echt hebben verbonden. Twee geloven op één kussen, zou je denken, maar ze hadden een gelukkig huwelijk. Valentijn zou zo een geloof overstijgende liefde hebben gerealiseerd." En niet in de laatste plaats: de heiden is bekeerd, dus er was een zieltje gewonnen. Margry: "Zo stond hij in een goed missionair-katholieke traditie. Dat hij die bijzondere huwelijken wist samen te stellen en bestendigen heeft hem onsterfelijk gemaakt."
De eerste officiële Valentijnsdag werd op 14 februari 496 uitgeroepen door Paus Gelasius en hiermee werden de oorspronkelijke Lupercaliën vervangen. Lange tijd heeft de viering van Valentijnsdag geen romantische connotatie. Pas in de middeleeuwen, toen de hoofse liefde wijdverspreid ideaal was, werd een romantisch element toegevoegd aan de Valentijnslegende. Geoffrey Chaucer schreef in 1382 in "Parliament of Foules" een gedicht voor het verlovingsfeest van Koning Richard II van Engeland met Anna van Bohemen (Anna van Luxemburg):
"For this was on seynt Volantynys day
Whan euery bryd comyth there to chese his make."
(For this was Saint Valentine's Day, when every bird cometh there to choose his mate.)
Het is onwaarschijnlijk dat vogels ("tortelduifjes") al op 14 februari gaan nestelen, waarschijnlijker is dat Chaucers verwijzing naar Valentijn op een andere dag gericht is. De spaarzame bronnen uit die periode blijven vaag over de betekenis van Valentijnsdag, pas aan het eind van de middeleeuwen wordt de dag langzamerhand geassocieerd met liefde.
Roze romantiek

- Zoom
- De Amerikaanse actrice Janet Leigh (1927-2004) in een Valentijns-moment, jaren vijftig.
Vanaf de vijftiende eeuw ontwikkelde Valentijnsdag zich tot gelegenheid waarbij geliefden hun liefde voor elkaar uiten door elkaar bloemen te geven, een wenskaart (een "Valentijn") of lekkernijen. Dit bleef vooral voorbehouden aan rijke lieden. Uit ca. 1600 dateert Shakespears Hamlet, waarin Ophelia de dag noemt, die dan al meer lijkt op de Valentijnsdag die we nu kennen:
"To-morrow is Saint Valentine's day,
All in the morning betime,
And I a maid at your window,
To be your Valentine.
Then up he rose, and donn'd his clothes,
And dupp'd the chamber-door;
Let in the maid, that out a maid
Never departed more."
De viering werd zo verspreid over bredere lagen van de bevolking, en de romantische invulling raakte meer gemeengoed. Later werd deze romantische draai nog verder aangevuld. Margry: "In de achttiende en negentiende eeuw in Engeland ontwikkelde Valentijnsdag zich verder onder invloed van de Romantiek. Deze feestdag is geëxporteerd naar de Verenigde Staten. Daar werd het een heel ander feest, waarbij geliefden elkaar kunnen mededelen hoe dol ze op elkaar zijn. Met behulp van postkaarten, bloemen, cadeautjes, etcetera."
De Valentijnsdag die we tegenwoordig kennen is weliswaar gecommercialiseerd en uit de Verenigde Staten geherintroduceerd, maar het kernthema van de liefde is altijd aan de dag verbonden geweest. Zoals veel feestdagen zijn "heidense" elementen versmolten met nieuwe ideeën, en kreeg Valentijnsdag een meer rituele betekenis, met bijpassende gewoonten en handelingen. Elk land geeft weer zijn eigen invulling aan de dag. Het Algemeen Handelsblad zet in 1932 al deze poespas op 'Valantijnsdag' nog eens uiteen:
"Er zijn veel oude gebruiken en feestdagen in de wereld, waarvan men niet eens meer den oorsprong kan nagaan. Valantijnsdag is ook zoo'n herdenkingsdag, waarvan de menschen slechts gissen, maar waarvan niemand zeker weet hoe die dag eigenlijk ontstaan is. Algemeen wordt de volgende geschiedenis ervan verteld: De Romeinsche keizer Claudius besloot zijn soldaten te verbieden te trouwen, omdat gehuwde mannen hun huisgezin niet graag verlieten, zoodat ze dan ook geen goede soldaten konden zijn.
Den goeden bisschop Valantijn, die de menschen graag gelukkig zag, deed het bevel van den keizer zeer veel verdriet. Hij protesteerde tegen het bevel en in het geheim zegende hij de huwelijken van verschillende jonge menschen in. Den keizer kwam dit echter ter oore en de goedhartige bisschop werd gevangengenomen. De rest van zijn leven bracht hij in de gevangenis door.
In Februari was er een Romeinsche feestdag, die Lupercalia heette. Maar langzamerhand werd deze feestdag vervangen door Sint Valentijnsdag en men vierde deze op 14 Februari, omdat dit de dag was, waarop bisschop Valentijn gestorven was, de vriendelijke bisschop, die de vriend was geweest van alle jonge liefhebbende menschen.
Dit is een interessante geschiedenis, en of die waar is of niet, sinds onheugelijke tijden wordt deze feestdag gevierd.
In Engeland en Amerika zijn het vooral de kinderen die dit feest vieren. Ze noemen het "Valentijnen". Heel vroeg 's morgens trekken ze in troepjes van huis tot huis, waar ze hun mooiste liedje ten beste geven. In dank daarvoor geven de bewoners ze dan koekjes en suikergoed. De gewoonte om "Valentijnen" te zenden, dat zijn een soort van mooi bewerkte kaartjes, begon pas in de zeventiende eeuw. Ze werden altijd geheel zelf gemaakt door degene, die ze verzond. Ook de versjes waren "eigen maaksel". Kon de afzender in het geheel niet dichten, dan waren er boeken, die men daarover raadplegen kon. Daarin stonden nl. allerlei soorten van toepasselijke gedichtjes. Ook nu nog is het voor de kinderen een van de prettigste werkjes, om zulke kaartjes te kleuren en te maken. Ze zenden die dan aan het vriendje of vriendinnetje dat ze het aardigst vinden. Ook zegt men dat juist op de veertienden Februari alle kenteekenen van het naderende voorjaar in de natuur te bespeuren zijn."