Project 77-84 No Future De undergroundtelevisie van Neon
Vanaf 2 maart organiseren de VPRO, uitgeverij Lebowski, Tivoli en het Centraal Museum in Utrecht het project 77-84 NO FUTURE, over de protestgeneratie uit het punktijdperk. Het 'anarchistisch tv-programma' Neon dat de VPRO in 1979 en 1980 uitzond, wilde een stem geven aan deze jongeren, die “het zat zijn, maar verder ook niet weten hoe het moet." Een terugblik met Bob Visser, de centrale spil in het filmcollectief dat Neon maakte, en presentator Jules Deelder.
Een bonte reeks items, variërend van totaalweigeraars tot lesbische liefde, een recordpoging frikandellen eten, kraakacties, Haagse jongeren die een buurthuis willen, acties tegen kernwapens en kapster Kitty, die het minimumloon opeist. Aangevuld met keiharde muziek, optredens van punkbands, fotocolages, flarden porno en een ode aan koningin Juliana. Dat alles schokkerig gefilmd, met een rauwe montage, belabberde beeldkwaliteit, storingen en tussentitels die met spuitbussen worden aangebracht. Dat en meer was Neon, het tv-programma waarvan de VPRO in 1979 en 1980 acht afleveringen uitzond.
Neon was het geesteskind van de Rotterdamse filmregisseur en radiomaker Bob Visser. Die had in 1974 voor de VPRO-radio al Tilt, een 'programma voor werkende jongeren' gemaakt. Dat kaartte onderwerpen aan zoals dienstplicht, arbeidsomstandigheden, krakersbond, abortussen en jeugdgevangenissen. "Maar het was geen vrij programma", zo licht Visser tijdens een gesprek in een Rotterdamse kroeg toe. "Er zat altijd een eindredactrice van de VPRO boven op."
Neon Filmcollectief

- Zoom
- Leden van de punkgroep De Rondo's worden gefilmd voor Neon. Bob Visser staat achter de tafel. (Foto Neon Media)
Daarna stortte Visser zich op het video maken. Hij vormde een filmcollectief om zich heen, waartoe ook onder meer dichter Jules Deelder, die ook aan het interview deelneemt, Derk Sauer (nu mediamagnaat), Fons Burger (horecabons en bladenman) en Ireen van Ditshuyzen (tv- en filmproducent), behoorden. De groep maakte Stadsgezicht, een ophefmakend portret van Rotterdam waarin Deelder de pogingen hekelt om Rotterdam 'gezellig' te maken. Stadsgezicht was in 1977 op de VPRO-tv in het Gat van Nederland te zien. Visser bouwde met Neon voort op de inhoud van Tilt en op de vorm van zijn stadsportret.
De makers wilden zo weinig mogelijk met Hilversum contact hebben. Maar Visser moest zijn magazine ergens in Hilversum onderbrengen en klopte daarvoor eerst bij de Vara aan. "Ik was door de VPRO bij Tilt ontslagen en ik was uitgekeken op die omroep", zo verklaart hij zijn keuze. "Maar (Vara's) Willem van Beusekom viel bij het bekijken van de proefband op mijn bank thuis in slaap."
"Roelof Kiers en Cherry Duyns van de VPRO belden daarna uit zichzelf of ik nog plannen had. Maar wat ik ze voorlegde, vonden ze niks. 'En dan heb ik nog iets wat jullie echt niet willen', riep ik. Maar nee, een jongerenprogramma wilden ze juist hebben. Ze kwamen langs om de proefband te zien. Ik ben maar even tompoezen gaan halen, om nog iets aan hun bezoekje over te houden. Maar toen ik terugkwam, bleken ze dolenthousiast. 'Daar willen we wel een aflevering of tien van', riepen ze."
Heel lang viel Visser geen titel voor het programma in. "Ik was echt wanhopig. Toen viel plots mijn oog op een exemplaar van Hard Werken (een Rotterdams kunstentijdschrift). Dat lag open op een pagina met het gedicht: 'Boe! Om de hoek wacht de neonkomiek. Je lacht je ziek'. 'Dat is het!', wist ik." Deelder weet nog: "Bob riep: 'Neon is het licht waarin het leven zich afspeelt'." Visser: "Ik was dronken toen."
Illegaal programma

- Zoom
- Jules Deelder en Bob Visser bespreken de inhoud van het programma. (1980. Foto: Neon Media)
Neon brak met alle tv-mores. Het was een 'illegaal' programma, "voor thuis of op het onderduikadres", zo kregen kijkers eens per maand op de zondagavond te horen. Illegaal, omdat het programma "liet zien wat er in de krochten van de samenleving aan de gang was", zo verklaart Visser. Het "gaf een beetje lucht aan de Underground. Toen had je nog een tegencultuur van jongeren, die lang onder de oppervlakte borrelde zonder dat de gewone wereld er enig idee van had", aldus Deelder. "Wij lieten als eerste de Underground op tv zien."
Neon liet geen experts de jongerenverhalen duiden en paste geen hoor en wederhoor toe, zoals tot dan in Hilversum gebruikelijk was. "Er wordt niets getoetst aan de normen van de maatschappij", legde Visser al in 1979 in een kranteninterview uit. "Er wordt alleen uitgegaan van de normen van de mensen die voor de camera's verschijnen. Wat voor boodschap hebben die jongeren aan de normen van de maatschappij? Ze hebben er geen boodschap aan. Wel weten ze dat ze het zat zijn. Maar verder weten ze ook niet hoe het moet. En dat willen we registreren. Liefst door de mensen zelf."
Dat deed Neon door jongeren te vragen eigen filmpjes of video's in te sturen en door de toen vrij nieuwe, goedkope super-8-cameraatjes gratis uit te delen. "We riepen: 'Schiet gewoon wat je ziet of meemaakt en stuur maar op. Ook al wisten sommigen niet eens hoe ze zo'n ding moesten vasthouden", aldus Deelder. Die filmpjes en gecodeerde boodschappen waren te zien in het onderdeel NeonCode. Om bange jongeren over de streep te trekken, werden alle bijdrages anoniem vertoond. "Wij wilden de BVD (Binnenlandse VeiligheidsDienst) geen namen leveren", aldus Deelder.
"We dachten daarmee de ether te democratiseren. Iedereen moest op televisie aan bod kunnen komen'', verklaart Visser de keuze voor die cameraatjes. "Ook dankzij de goedkope video die we zelf gebruikten konden wij op plaatsen komen, waar tv nooit kwam. Die werkte nog met camera's, waarvoor steeds een hele tv-wagen moest uitrukken, en gebruikte banden die je eerst moest ontwikkelen".
Slechte kwaliteit

- Zoom
- Neon shot
Neon-beelden waren vaak schokkerig en altijd slecht van kwaliteit. "Dat was de bedoeling. Het was per slot van rekening een product uit de illegaliteit. Ook sloot die kwaliteit helemaal aan bij het idee van de Punk, waarbij iedereen een gitaar kon grijpen, op een podium kon klimmen en iets mocht doen. Dat was dan muziek. Zo was Neon ook van iedereen", aldus Visser.
Zelf waren de makers niet thuis in de wereld van de punk. Visser: "De Vara nam veel van die bandjes op in Paradiso. Daar gingen wij dan ook heen. Dat was voor ons heel handig, want dan hadden we direct al goed geluid. We hebben ook wel op een popconcert gefilmd en zelf nog een concert georganiseerd, maar het meeste kwam uit Paradiso." Deelder: "We wilden niks te maken hebben met de dogmatische punkers, want een half jaar later waren die ineens van het handje (extreem-rechts)."
Om zoveel mogelijk afstand tot Hilversum te houden monteerde Visser de Neon-afleveringen, die rond de veertig minuten duurden, in een studio in Rotterdam-Zuid. Kort voor een uitzending leverde hij een kant en klare videoband af bij de VPRO. Daar werd die alleen nog op een tv-band overgezet.
Het monteren zelf gebeurde "behoorlijk associatief". Maar er zat een lijn in. "We vertelden inhoudelijk wel steeds verhalen. De buitenwereld mocht er dan soms niets van snappen. Wij konden zelf steeds wel duiden wat we deden", aldus Visser.
Deelders presentatie was in zijn ogen heel belangrijk als 'verbindende factor' voor het magazine. "Voor mij was vanaf het eerste begin duidelijk dat Jules de ultieme presentator was. Alleen hij kon verwoorden wat er onderin de samenleving leefde. Ondere andere omdat hij een levenswijze had, compleet met zijn speedgebruik, die op die tijd vooruitliep."
Neon was politiek. Het had een sterk anarchistische en maatschappijkritische inslag. "We waren totaal buitenparlementair en ondogmatisch", weet Deelder. Het engagment van de makers blijkt bijvoorbeeld sterk uit de achtste aflevering van 13 april 1980. Daarin kondigden krakers de acties bij de inhuldiging van koningin Beatrix eind april onder het motto 'Geen Woning, geen Kroning' aan. "Wij wilden de boel natuurlijk behoorlijk opfokken", vertelt Visser. Neon liet een oud-provo, die in 1966 actie voerde bij het huwelijk van Beatrix, het recept voor een goed werkende rookbom demonstreren.
Toen die achtste aflevering uitgezonden werd, was al duidelijk dat het de laatste zou zijn. De VPRO had in aflevering zeven twee onderdelen gecensureerd. De ene was een oproep van de derde generaties Rote Armee Fraktion (RAF) tot solidariteit met de vrouwelijke gevangenen van hun groep in Duitsland. Ook ging het de VPRO te ver dat Neon de veroordeling van Claus von Stauffenberg in 1944 voor de mislukte aanslag op Hitler in verband plaatste met de veroordeling van RAF-gevangenen.
Visser: "In de aanloop naar de inhuldiging van Beatrix lag dat veel te gevoelig. De VPRO was bang om als pro-RAF gezien te worden." Jules Deelder is nog altijd ernstig verstoord over de censuur op het Von Stauffenberg-item. "Het ging mij niet om pro- of tegen de RAF. Ik wilde alleen laten zien dat de rechters bij de veroordeling van RAF-mensen en bij die van Von Stauffenberg precies dezelfde woorden hadden gebruikt. Dat woorden als terrorist twee kanten op gebruikt kunnen worden. Meer niet."
Tezelfdertijd viel het bij Visser en de zijnen volkomen verkeerd dat de VPRO Willem van den Berg, die met behulp van een kleurenkopieerapparaat Neons grafische kant had verzorgd, als vaste vormgever voor de hele omroep had aangesteld. Visser: "Ik begreep best dat Van Den Berg op hun aanbod inging. En toch kon het niet dat je liet inlijven door het establishment. Oppositie tegen de gevestigde tv-wereld was bij ons vanaf het begin een enorm punt. Daarmee was het meteen over."
Het einde
Een ramp vond Visser het einde van Neon niet. "In alle eerlijkheid was het toen ook al wel op. Deelder: "Het kwam ons eigelijk wel goed uit dat we werden gecensureerd. Dat gaf ons de kans om heel verontwaardigd 'Ja Daaag!' te roepen. Maar het was na acht afleveringen allemaal wel oké."
De impact van Neon was groot, zo verzekert Visser. "Heel veel mensen zagen het als een openbaring. Ze maakten kennis met een wereld die ze niet kenden. Een onderstroom in de samenleving kon zich voor het eerst uiten. Neon heeft levens veranderd. Naar elke aflevering keken toch zo'n anderhalf miljoen mensen, al moet je dan wel bedenken dat Nederland toen nog slechts twee tv-netten had. Voor de tv zelf was Neon het begin van een nieuw tijdperk."
Neon kreeg ook de Cinemagia-prijs van de Vereniging van Nederlandse Beroepsfilmers. "Die zagen het revolutionaire karakter van het programma in, juist omdat we alle bestaande ethische voorschriften voor cameravoering overboord hadden gezet", zo weet Visser. Met hun prijs "hoopten ze ons op sterk water te zetten in het Museum voor Land en Volkenkunde", lacht Deelder.
Maar ook was er felle kritiek. Neon heette opruiend, agressief en ondermijnend. "Het gaf wel een kick dat er iemand zo boos was dat hij naar de studiokelder in Zuid kwam en dreigde een brandbom naar binnen te gooien", reageert Visser. "De reacties waren heavy, maar die hele tijd was heavy. Het programma straalde ook wel agressie uit."
"Voor mij persoonlijk heeft Neon heel wat opengebroken", zo erkent Visser. "Ik kon meteen daarna mijn speelfilmdebuut als regisseur maken ('Veld van Eer' uit 1983). "Ik denk dat Jules ook zeker wat aan Neon heeft gehad, maar die is veel meer op eigen kracht doorgebroken." Deelder zelf schat dat Neon hem zeker bekender heeft gemaakt. "Maar daar was je niet mee bezig. Je had wat te melden en het was leuk."
Dit artikel is verschenen in het Historisch Nieuwsblad, februari 2012.
Project 77-84 NO FUTURE
Kraakacties, hevige rellen tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix, punks, verzet tegen 'de bom': in de periode 1977-1984 verzette een lichting jongeren in Nederland zich hard tegen de gevestigde orde. Het waren sombere tijden met hoge werkloosheid, nucleaire dreiging en woningnood, terwijl overal het Westen conservatieven de macht overnamen.
Geschiedenis 24.nl, Holland Doc 24, 3VOOR12, De Avonden, uitgeverij Lebowski, Tivoli en het Centraal Museum in Utrecht blikken vanaf 2 maart terug op de No Future-generatie, zijn ideeën en creativiteit in het project 77-84 NO FUTURE. Met een expositie, lezingen, boeken en optredens. Tegelijkertijd wil het project lijnen naar het heden trekken. Kijk hier voor meer informatie.
Uitgelicht: Hans Kosterman (1945)
Zanger Hans Kosterman zat met zijn band Braak in de Neon-aflevering van oktober 1979. Braak trad op bij de kraak van het Utrechtse N.V. Huis en speelde toen het nummer S.O.S. ("De stad der rijken slaapt nog [...] maar haar muren zijn aangetast.").
"Braak was Nederlandstalig, wat toen toch bijzonders was", blikt Kosterman terug. "En we waren geëngageerd. Of het nu ging om acties tegen een nieuwe snelweg of tegen Zuid-Amerikaanse dictators of vóór de Waddenzee, wij trokken erheen. Wij kregen als eerste popgroep subsidie van de gemeente Utrecht (5000 gulden)."
"Ik weet niet of het allemaal diepgravend was wat we deden. We waren nogal snel verontwaardigd. Maar je was natuurlijk links en onze band was onderdeel van een strijdcultuur. De mensen wisten ook snel te vinden, zodat we aan veel acties meededen."
Kosterman zegt weinig aan zijn Braak-jaren over te hebben gehouden. Hij schreef erbij als journalist en begon toen hij 33 was aan een rechtenstudie. Later kwamen het schrijven, de muziek en het recht alsnog samen in zijn werk als entertainment-lawyer en als vice-voorzitter van muziekauteursrechtenorganisatie Buma Stemra.
Kosterman maakt nog altijd muziek en laat een recent nummer horen: "Als je van de petten je recht niet krijgt." Spijt heeft hij niet. "De verontwaardiging die ik toen over de maatschappij voelde was oprecht."
Uitgelicht: Dick van der Peijl (1951)
"Het was 1979, het jaar dat Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht openging. Dat bood alleen ruimte aan klassieke muziek. Voor jongeren en popbands was er helemaal niets in Utrecht. Bands mochten zelfs niet in cafés optreden", herinnert Dick van der Peijl zich.
Uit protest werden allerlei panden in de stad gekraakt. Van der Peijl nam daaraan deel. "De volgende dag zat je bij burgemeester Henk Vonhoff (VVD) aan tafel. Die riep: "Ongeheude jongelui zijn jullie."
Na wat mislukkingen lieten de actievoerders hun oog vallen op het N.V. Huis aan de Oudegracht, dat als concertzaal en bioscoop had gefungeerd, maar leeg stond. Neon filmde op de dag van de kraak in oktober '79 toen er meteen popconcerten gehouden werden . "Ik moest voor de camera tonen hoe we via een WC-raam binnen waren gekomen. Ik moest er wel drie of vier keer doorheen klimmen, voor het goed was."
Van der Peijl leefde in die jaren van 'participerende journalistiek'. Later ging hij hij aan de slag bij NRC Handelsblad. In 2001 zette hij nieuwszender RTL-Z op. Tegenwoordig heeft hij een eigen communicatie- en media-adviesbureau.
"Ik keer me niet af van die tijd. Ik weet nog goed de verontwaardiging die ik in die tijd elke dag voelde als ik de krant opensloeg."