Column Excellentie, hebt u een goede reis gehad?

- Zoom
- Beel in Batavia, 'aan de tand gevoeld' door Willem van den Berge
Het is een klassieker geworden, vorig jaar nog te zien op het Gala van het Interview. Minister-president Louis Beel wordt aan de vliegtuigtrap opgewacht door een extreem gedienstige verslaggever en die stelt, voor de camera van het bioscoopjournaal, de onsterfelijk geworden vraag: ‘Excellentie, heeft u een goede reis gehad?’
Het is 8 mei 1947. Het beeld is gemaakt op vliegveld Kemajoran, de toenmalige luchthaven van Batavia, de toenmalige hoofdstad van Nederlands-Indië. Premier Louis Beel en minister van Overzeese Gebiedsdelen Jan Anne Jonkman zijn namens de regering in Den Haag komen overvliegen om te beoordelen of er een gewapend offensief kan worden ingezet tegen de Republiek Indonesia. De regering-Sjahrir houdt zich in Nederlandse ogen niet aan de afspraken, er is dagelijks sprake van bestandsschendingen, de spanningen lopen op. Dat is althans het officiële beeld.
Wat er vooral door het hoofd van de beide bezoekers heen moet gaan is de brandbrief van collega Piet Lieftinck, de (PvdA-)minister van Financiën. Die heeft nog geen drie weken tevoren aan Beel geschreven dat het leger in Indië inmiddels drie miljoen gulden per dag kost, dat over drie maanden de schatkist leeg is en er dan geen geld meer is voor soldij. Er moet volgens Lieftinck een militaire actie komen, zodat de plantages weer in Nederlandse handen vallen en er weer deviezen gaan stromen.
Die oorlog is trouwens niet de enige zorg van Beel. Het tweede belangrijke agendapunt is dat hij van partijgenoot Carl Romme, de fractievoorzitter van de KVP in de Tweede Kamer, de opdracht heeft meegekregen om de hoogste man in Indië, landvoogd Huib van Mook, te ontslaan. En Rommes wil is wet, Beel ziet er tegenop, maar hij heeft geen keus. Romme wil dat alle sleutelposities in Indië in KVP-handen komen, en dat betekent dat Van Mook aan de kant moet worden geschoven.
Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten: wat had verslaggever Willem van de Berge (hij zou later nog heel hoog worden bij de RVD in Den Haag) een geweldige kans om het Beel daar aan de vliegtuigtrap even heel moeilijk te maken. ‘Komt u Van Mook ontslaan?’ – dat zou wel een mooie zijn geweest. Van Mook en Beel hadden elkaar tien seconden tevoren de hand geschud, ook dat was gefilmd. Of: ‘Komt u met generaal Spoor overleggen over welk aanvalsplan u straks zult kiezen?’ Had ook gekund: er lag namelijk al een uitvoerig pleidooi van Spoor op hem te wachten om niet alleen de plantages vrij te maken maar ook de regering in Djocja opzij te zetten en de ministers gevangen te nemen.
Dat alles heeft Willem van de Berge niet gevraagd. Dat kón ook niet. Interviews op film waren in Nederland nog zo goed als onbekend, kritische vragen aan ministers in het openbaar bestonden niet. Wat er zich achter de schermen afspeelde werd pas vele jaren later bekend, in dit geval decennia later.
De oenige vraag van Van den Berge paste dus precies in die tijd. Net als de oorlog die ruim tien weken later in volle hevigheid losbarstte.
Dit artikel is verschenen in het Historisch Nieuwsblad van februari 2012.