Main Content

Andere Tijden: “Gastarbeiders werden nog net niet doodgeknuffeld” Meldpunt in jaren zestig ondenkbaar

  • 15 februari 2012
  • Roderick Tingen
Zoom

Tien ambassadeurs van Oost-Europese landen in Nederland hebben in een open brief laten weten zich zorgen te maken over het ‘Meldpunt Midden- en Oost-Europeanen’. Afgelopen woensdag riep de PVV dit meldpunt in het leven. Dit leidde tot veel discussie in binnen- en buitenland. In de jaren zestig was een dergelijk meldpunt ondenkbaar. De Turkse gastarbeiders werden juist met open armen ontvangen. Harun Oguray in Andere Tijden: “We werden nog net niet doodgeknuffeld.”

Volgens de Midden- en Oost-Europese ambassadeurs pikken hun landgenoten geen werk in, maar leveren ze juist een aanzienlijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Zo dacht Nederland in de jaren zestig ook over de Turkse gastarbeiders. Ze waren hard nodig om de groeiende Nederlandse industrie aan arbeidskrachten te helpen. De Nederlander was steeds hoger opgeleid en was niet langer bereid fabriekswerk te doen. Zodoende zochten fabrieken arbeiders in landen als Italië, Spanje en later Turkije en Marokko. Nico Wulterkens van de blikfabriek Thomassen & Drijver haalt de eerste Turken van Schiphol en herinnert zich: “Je zag die mensen wezenloos om zich heen kijken. Die kwamen toch uit gebieden die er totaal anders uitzagen dan hoe het hier was. En dan leverden we ze af bij de pensions.”

De grote bedrijven waar de gastarbeiders kwamen te werken regelden alles voor de gastarbeiders. Ze kregen onderdak in pensions waar Turkse koks maaltijden voor ze bereidden. Wulterkens: “We regelden vliegtickets voor hun vakantie, dan konden ze zes weken wegblijven. Ze betaalden zelf drie weken daarvan.” Voor taalcursussen die georganiseerd werden , was echter weinig animo. De Turken dachten dan ook nog dat ze ooit terug zouden gaan. Dat dit anders verliep, was te zien in de aflevering die Andere Tijden maakte in 2010 over de komst van de Turkse gastarbeiders en het gevolg daarvan.