Vierkamp-toernooien in het nauw Het WK schaatsen van 1962 in Moskou

- Zoom
- Boris Stenin en Henk van der Grift op de 1500 meter: WK 1962 Moskou
Komend weekend wordt het wereldkampioenschap hardrijden op de schaats verreden in Moskou. Het is het "klassieke" wereldkampioenschap: de rijder die over afstanden het laagste puntentotaal behaalt, is wereldkampioen. Het in de sport unieke vierkamp-concept, ook wel allround-schaatsen genaamd, werd al in 1892 bedacht bij de oprichting van de Internationale Schaats Unie. Decennialang was het een populair concept, met als absoluut hoogtepunt het WK in 1962 in Moskou met op beide dagen 100.000 toeschouwers die Viktor Kositsjkin de wereldtitel van Henk van der Grift zagen overnemen. Vijftig jaar later hebben de klassieke allround-toernooien het moeilijk.
Hoogtijdagen

- Zoom
- WK 1962 in het Lenin-stadion: 100.000 toeschouwers per dag
Het waren de hoogtijdagen van het allround-schaatsen. De strijd tussen Noren, Russen, Zweden, Finnen en Nederlanders was altijd spannend en fascinerend. Duizenden toeschouwers schreven de rondentijden mee, berekenden de onderlinge verschillen, en bleven tot de laatste rit hun rijders aanmoedigen. Radio- en tv-stations verzorgden uitgebreide live-verslagen.
Het unieke karakter van het vierkamp-toernooi bleek steeds meer een zwakte. Het systeem was ingewikkeld en ondoorzichtig. bovendien werden bij Olympische Winterspelen alleen medailles vergeven op afzonderlijke afstanden. Door het almaar toenemende prestige van de Winterspelen, de komst van afzonderlijke sprintkampioenschappen (1972) en uiteindelijk ook jaarlijkse wereldkampioenschappen per afstand (1996), verloren de allround-kampioenschappen aan belang: zowel bij publiek, pers als deelnemers. De roep om afschaffing van het Europees kampioenschap heeft al geklonken, en ook de 10.000 meter zou plaats moeten maken voor een 3000 meter om de toernooien korter en spannender te maken.
Oorsprong van de Vierkamp

- Zoom
- Pim Mulier
De manier waarop de Grote Vierkamp in de schaatssport terecht is gekomen, is een boeiend verhaal. Al in 1892 organiseerde de schaatssport zich internationaal. Dat gebeurde op initiatief van sportpromotor Pim Mulier in het Scheveninger Kurhaus. Na de internationale roeifederatie, die drie maanden eerder was gevormd, was de schaatssport daarmee de tweede moderne sport met een officiële internationale bond. De noodzaak om zo’n organisatie op te richten was groot. Het hardrijden op de schaats had zich vanaf ca. 1880 sterk ontwikkeld met tal van internationale wedstrijden in Europa en Amerika. Door die wildgroei werd het gebrek aan reglementering steeds nijpender. De schaatswereld kende vele zelfbenoemde “wereldkampioenen” die elkaar in “matches”, al of niet om geld, uitdaagden. En daar begon het gedonder. Over welke afstanden moesten die matches gehouden worden? In Amerika was een voorkeur voor korte afstanden, maar de Noor Axel Paulsen, één van de eerste “championskaters” ter wereld en een gewiekst professional, deed het het liefst over 10 Engelse mijlen of meer. Pim Mulier begreep dat aan die chaos een einde gemaakt moest worden om de schaatssport verder te ontwikkelen en organiseerde daarom het oprichtingscongres van de ISU in Scheveningen .
Het belangrijkste agendapunt van de door zes landen bijgewoonde oprichtingsvergadering was de reglementering van het wereldkampioenschap hardrijden. Gelukkig was er al enige orde in de chaos gebracht door de Amsterdamsche IJs Club, die in 1889, ’90 en ’91 officieuze wereldkampioenschappen had georganiseerd met eerst een drie- en later een vierkamp. Daarmee was een basis gelegd voor een “wk-format”: een wereldkampioen, zo kwamen de oprichters van de ISU al snel overeen, zou zich dienen te bewijzen op twee korte en twee lange afstanden. Lange discussies ontstonden over de vraag wélke afstanden dat zouden moeten zijn. De Britten wilden afstanden in mijlen, zoals in Amsterdam was gebeurd, de overige aanwezigen eisten overgang naar het door Napoleon ingevoerde metrieke stelsel. Volgens de notulen kwam na eindeloze discussies Pim Mulier met een typisch Hollands verzoeningsvoorstel: 500, 5000 en 10.000 meter, plus de traditionele Engelse mijl (1609 meter) als compromis voor de Engelsen. Maar de Duitse afgevaardigde dr. Otto Bohn vond dat maar niets en stelde de vier klassieke metrische afstanden voor zoals we die nu nog steeds kennen: de 500, 5000, 1500 en 10.000 meter. Met alleen de stem tegen van de Britten werd dit voorstel aangenomen.
Na 119 jaar wordt er in Moskou nog steeds volgens het aloude concept geschaatst. De vraag is alleen: hoelang nog? De Internationale Schaats Unie heeft er door de invoering van een jaarlijks wereldkampioenschap op afzonderlijke afstanden (sinds 1996) zelf voor gezorgd dat wereldtitels aan inflatie onderhevig werden. Niet langer is de allround-kampioen dé schaatskampioen van het jaar.