Reconstructie van OVT Het homosexueele kwaad in Batavia
Honderd jaar geleden werd Artikel 248-bis aan het Nederlandse wetboek toegevoegd. Deze wet verbood voor mannen om seks te hebben met jongeren tot 21 jaar van hetzelfde geslacht, en gold ook in Nederlands-Indië. Voor de Indonesische jongens was er echter een andere wet, die stelde dat ze volwassen waren na hun eerste ejaculatie of als ze waren getrouwd. Voor de Nederlandse Justitie maakte dat niet uit. Zij stelde dat de Nederlandse mannen onder Nederlands recht vielen en maakte een einde aan de ‘homosexueele bende’. OVT maakte hiervan een tweedelige radiodocumentaire, die hier is te beluisteren.
"Toename van de ontucht in abnormale vormen"
Batavia, kerstavond 1938. De politie bereidt in het geheim een grootscheepse razzia voor. Er is al iets uitgelekt van de actie want op 16 december 1938 meldt de Java-Bode dat de zedenpolitie in verband met “toename van de ontucht in abnormale vormen” sterk zal worden uitgebreid. De noodzaak hiervan kan men op meerdere punten in de stad zien, “want ook het Koningsplein is tegenwoordig niet meer veilig”.
Al in 1936 had een onderzoek plaatsgevonden. Toen beschuldigde het blaadje ‘De Ochtendpost’ niet bij naam genoemde personen van misdragingen op homoseksueel terrein. Op aanwijzing van de Gouverneur Generaal stelde de Resident van Batavia daarop een onderzoek in. Daaruit kwam naar voren dat er niets aan de hand was. Maar zou dat dit keer anders zijn? Een homoseksuele man die in 1938 in Indië woonde vertelt:
"Ik weet dat het allemaal begon met een inlandse jongen die zo rond middernacht uit het raam van een Blanda klom. En dat was verdacht, dus hielden ze hem aan. Daarbij ontdekten ze dat hij tien gulden op zak had. Zoiets is natuurlijk heel wonderlijk. Welke inlandse jongen heeft er nu tien gulden op zak? In die tijd bestond dat niet! Dus dachten ze dat 'ie daar ingebroken had. Terwijl hij natuurlijk bij die Blanda was geweest en die hem liever niet door de voordeur het huis zag verlaten, omdat het allemaal stiekem moest. Daarom klom die jongen uit het raam!"
Of het precies zo is gegaan is niet helemaal duidelijk. Wel dat er in die periode in Indië een strikte scheiding bestond tussen de Europese, gemengde en Indonesische bevolking. Het was dus niet alleen volstrekt ondenkbaar dat een Indonesische jongen tien gulden op zak had. Het was ook zeer verdacht dat een ‘inlander’ ‘s avonds laat in een blanke wijk liep.
De politie besluit dan ook een en ander uit te zoeken en stuit daarbij na ondervraging van de gearresteerde Indonesische jongen op een meneer van E. Deze geeft toe dat hij de jongen tien gulden heeft gegeven voor seksuele handelingen. De politie doorzoekt vervolgens zijn kamer en daarbij komt een groot aantal brieven tevoorschijn. Het zijn brieven van Nederlandse homoseksuele mannen die elkaar vertellen over de Indonesische jongens waar ze seks mee hebben gehad. Ook geven ze toelichting op de kwaliteiten van de jongens, hoe ze heten en waar je ze kunt vinden. De brieven zijn volledig ondertekend, met naam en toenaam van de schrijvers.
Met deze brieven krijgt de politie “de beschikking over talrijke waardevolle gegevens omtrent de verspreiding van het homosexuele kwaad, zowel te Batavia als elders”. In feite heeft de politie hiermee een lange adressenlijst van homoseksuele mannen in handen. Ze beroepen zich in hun brieven er bovendien op, seks te hebben gehad met jonge Indonesische jongens en dat is sinds 1911 strafbaar (zie kader).
Veel mannen waaronder vooraanstaande Nederlanders zijn op basis van het wetsartikel uit 1911 in Nederland veroordeeld. Als dat gebeurde hadden ze na hun veroordeling nauwelijks kans om hun leven in hun oude woonplaats te hervatten. Een aantal deed een beroep op Jonkheer Mr. Jacob Schorer die in Nederland het Wetenschappelijk Humanitair Komitee had opgericht. Hij hoopte door middel van wetenschappelijk voorlichten de vooroordelen over homoseksualiteit weg te nemen. Hij werd daartoe aangespoord door de wetswijziging in 1911. In een groot aantal gevallen is hij echter genoodzaakt om te adviseren Nederland te verlaten.
Het paradijs
Volgens velen stond de Indonesische bevolking tolerant ten aanzien van homoseksualiteit. Dat idee ontstaat al vlak na de Eerste Wereldoorlog. Dan gaan kunstenaars en toeristen op zoek naar idyllische plekken. Een van die plekken is Bali, waar mooie mensen in een natuurlijke omgeving indruk op hen maken. Ook al was Bali kort ervoor nog op zeer bloederige wijze geheel onder Nederlands gezag gebracht, kunstenaars en in hun voetsporen toeristen, vonden op het eiland hun hof van Eden.
Veel van de kunstenaars waren homoseksueel. Ze ondervonden er niet zo’n duidelijke afwijzing van hun seksuele voorkeur als in het Westen. De Duitser Walter Spies probeert de ontwikkeling van Balinese kunstenaars te stimuleren. Hij doet dit samen met de eveneens homoseksuele Nederlandse schilder Rudolf Bonnet. Ze willen het artistieke peil van de Balinese kunst verhogen. Andere homoseksuele creatieven volgen, zoals de Amerikaanse componist Colin McPhee, die op Bali en andere eilanden van de Indonesische archipel veel van zijn muziek heeft geschreven. Deze mythevorming zou nog enige tijd bestaan. Zo zou de Nederlandse wetenschapper J.B.M. de Lyon in 1941 over Java schrijven als “één grote homosexueele bende”.
Homovriendelijk
Niet alleen Bali heeft de naam ‘homo-vriendelijk’ te zijn. Dat geldt voor heel Indonesië. Het is dan ook waarschijnlijk dat homoseksuele Nederlanders die zich in hun eigen land niet thuis voelden of er veroordeeld waren op grond van artikel 248-bis, door Indië en de verhalen erover worden aangelokt. Een ooggetuige vertelt:
"Op het Wilhelminaplein in Batavia waren de Nederlandse soldaten actief en op het Koningsplein stonden langs de rand kleine rijtuigjes. Daar zaten de inheemse jongens in. Als je er ‘s avonds met de auto langskwam, dan werd er van alle kanten gefloten en dan wist je verdomd goed waar het om ging. Als je stopte kwam er meteen een of andere homo of travestiet op je af en stapte in. Volkomen onbevreesd begon hij je meteen te strelen en je kon hem mee naar huis nemen als je wilde."
Sommige Nederlanders vonden het te gevaarlijk om een jongen mee naar huis te nemen: "Als hij terug moest naar de kampong en iemand zag een inlander langs de Grissitweg of de Soerabajaweg lopen was dat vreemd. De politie hield hem dan aan en dat moest je zien te voorkomen. Dus waren er achter de kampong grote schuren met kleine kamertjes: echte huisjes, soms gevlochten van bamboe, met palmbladeren erbovenop. Daar gebeurde het dan. Daar ben ik ook wel eens terecht gekomen. Vreselijk leuk. Twee grote barakken en overal verkopers met van die olielichtjes. Er kwam van alles."
Uiteindelijk worden er meer dan tweehonderd mannen opgepakt. Bij veel van de gearresteerde Nederlandse mannen kon niet worden nagegaan of ze nu seks hadden gehad met volwassenen of minderjarigen. Wel had hun naam inmiddels in de krant gestaan. Drie mannen weten aan hun arrestatie te ontkomen door zelfmoord te plegen. Zelfs de Resident van Batavia die in 1936 berichtte dat er niets aan de hand was, blijkt gebruik te hebben gemaakt van de diensten van Indonesische jongens. Hij wordt opgepakt en na enige dagen te zijn vastgehouden in gelegenheid gesteld ontslag te nemen. Op die manier wordt hem een veroordeling bespaard.
Wetswijziging
Seks tussen personen van hetzelfde geslacht was voor 1911 niet strafbaar als beide partners zestien jaar of ouder waren. Datzelfde gold ook voor heteroseksueel contact. Dat betekent niet dat homoseksueel gedrag maatschappelijk geaccepteerd werd. Zo schrijft Theo van der Meer in zijn biografie over Jonkheer Mr. Jacob Anton Schorer: ‘Het werd de stomme zonde genoemd. “Een zonde zo erg dat zelfs de duivel er geen naam voor had kunnen bedenken.” Zwijgen over deze zonde was in die tijd beter dan erover te praten. Maar dan blijkt dat vele jongeren “gecorrumpeerd” worden onder invloed van homoseksuele handelingen. Hen wordt hun “heteroseksuele bestemming” ontnomen als ze seks hebben met iemand die ouder is. Een probleem dat zich niet voordoet bij contact tussen jongere en oudere heteroseksuelen.
Tijd dus om het zwijgen te verbreken en het homoseksuele kwaad in het parlement ter sprake te brengen. Kenmerkend is dat seks met minderjarigen uitsluitend als probleem wordt gezien als het homoseksueel contact betreft. In 1911 wordt dan ook artikel 248-bis in de strafwet opgenomen: “De meerderjarige, die met een minderjarige van hetzelfde geslacht ontucht pleegt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogte vier jaar”. In Nederlands Indië wordt hetzelfde artikel in de wet opgenomen zij het onder een ander nummer en geldt er dat heteroseksueel contact was toegestaan vanaf 15 jaar. In Nederland is dat 16 jaar. Artikel 248-bis werd in 1971 geschrapt. Zo’n 5000 mensen werden op basis van dit artikel in de loop der jaren veroordeeld. Sinds 1971 is er in de zedenwetgeving geen onderscheid meer tussen homoseksuelen en heteroseksuelen.
Bron: Het Indisch Zedenschandaal - Gosse Kerkhof (1982)
Dit artikel is verschenen in het Historisch Nieuwsblad van januari 2012.