Archieven Amsterdam en Utrecht verplaatsen enorme verzamelingen Massale verhuizingen in historische wereld
Voor verhuisbedrijven valt er de komende jaren veel geld te verdienen als ze goed zijn in het verplaatsen van merkwaardige collecties. Zowel het Gemeentearchief Amsterdam als Het Utrechts Archief gaan in de komende jaren kilometers aan documenten verslepen van de ene naar de andere plaats, waar heel wat bij komt kijken. Zoals de Volkskrant op 4 september schrijft: ‘De verhuizers krijgen geen alledaagse spullen in handen.’
Archieven Amsterdam en Utrecht verplaatsen enorme verzamelingen
Het Amsterdamse archief bereidt momenteel een complete verhuizing voor naar het nieuwe onderkomen. Nu zit het nog aan de Amstel, maar volgend jaar moet 42 kilometer (!) aan archieven en collecties worden verplaatst naar het nieuwe pand in het centrum van de stad. Dat is niet alleen verschrikkelijk veel, maar er zit ook bijzonder kwetsbaar materiaal tussen.
Verhuisbedrijf Convoi, dat verantwoordelijk is voor de klus: ‘Het gaat om eeuwenoude en kwetsbare documenten: perkamenten charters zoals het tolprivilege uit 1275 of de stadsrechten van 1342; de ruim honderdduizend glasplaatnegatieven van fotografen als Jacob Olie en George Breitner; schellak 78-toerenplaten van het Concertgebouworkest onder leiding van Willem Mengelberg; honderden amateurfilms over Amsterdam; notariële archieven met vele aktes over Rembrandt. In feite betreft het de verhuizing van de gegevens over de naar schatting zeven miljoen Amsterdammers die tussen 1275 en nu in Amsterdam gewoond hebben, onder meer te vinden in de doop-, trouw- en begraafregisters.’
Het bedrijf krijgt hiervoor veertig dagen de tijd – ruim een kilometer per dag dus. Twintig gespecialiseerde medewerkers gaan hiermee aan de slag voor de onderneming, die een kleine vier euroton gaat kosten.
En dan het archief in Utrecht, waar ook heel wat werk is de komende jaren. Deze week tekende deze instelling een overeenkomst met de Protestantse Kerk om de volledige collectie in Het Utrechts Archief onder te brengen. Een deel van het materiaal is er al, de rest volgt de komende jaren. In dit geval gaat het om drie strekkende kilometers. Een tijd geleden was dit nog vijf, maar dat is al aanzienlijk teruggebracht.
Oud-papierhandelaren kunnen dus ook geld verdienen in de archiefwereld.
In dit Utrechtse geval is eveneens sprake van uniek materiaal. De oudste stukken dateren van 1566. De gereformeerde archieven omvatten alle synodestukken vanaf 1836, kort na de Afscheiding. Het is een collectie, die wereldwijd bekend is en met een enorme historische waarde. De oud-papierboeren kunnen zich de komende jaren daarom beter niet laten zien in Utrecht om onrust te voorkomen.
Hoe dan ook: het zijn inderdaad geen alledaagse spullen, die de komende jaren verdwijnen in verhuisdozen.
