Geschiedenis van linkse studentenstad in de jaren 70 Boek van de week: rood bolwerk Nijmegen
Nijmegen was jarenlang de meest linkse stad van Nederland. De bakermat van de SP ligt er, en daarnaast was de stad een knutselwerkplaats voor allerlei alternatieve experimenten, van 'Pottengrot' tot 'Praat-en Doe-het-zelf-therapiegroepen'. De geschiedenis van Nijmegen in de jaren 70 is nu in korte herinneringen van een vijftigtal activisten van toen beschreven in een boek dat hoort bij een tentoonstelling over links Nijmegen.
Geschiedenis van linkse studentenstad in de jaren 70
Het moet begin jaren zeventig zijn geweest dat zich op televisie in een zogenoemde uitzending voor politieke partijen een klein drama afspeelde. Voor de camera zat het Tweede Kamerlid van de RKPN (Rooms Katholieke Partij Nederland) Klaas Beuker zachtjes krokodillentranen te snikken, terwijl hij bij wijze van zelftroost zijn voorhoofd afveegde met zijn onafscheidelijke witte zakdoekje. Heel even had hij zijn beeltenis laten onderbreken voor beelden van een demonstratie die aantoonde hoe erg het gesteld was met de ooit zo gelovige jeugd. Te zien waren oproerige studenten, waaronder een bepaald niet onknappe jonge vrouw in rood rokje en rood leren jasje. Vooral zij -- ongetwijfeld ooit een vroom bruidsmeisje van Maria in het wit -- scheen Beuker, de leider van een orthodox rooms dwergpartijtje, aan het wenen te brengen. 'Zie wat er van onze universiteit geworden is, waarvoor u zich zovele opofferingen getroost hebt', sprak de op dat moment meest reactionaire katholiek van Nederland tot zijn katholieke kijkers.
Het meisje in kwestie was mijn oudste zus. Op aandrang van de hoofdonderwijzer, die overigens een paar minuten later belde om mijn vader te vragen of hij 'het' ook had gezien, was ze medicijnen gaan studeren aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Daar was ze van rooms rood geworden, in haar geval betekende dat eerst lid van de MLS (Marxistische Leninistische Studentenvereniging), en daarna van de KPN/ML (Kommunistische Partij Nederland, Marxistisch-Leninistisch: de voorloper van de SP). Haar wedervaren stond voor de ervaring van een hele generatie katholieke jongens en meisjes van het zuidelijke en Gelderse platteland, die, zoals mijn ouders werkelijk geloofden, in Nijmegen bedorven zouden zijn door modernistische theologen, professoren en wat al niet meer.
Het ooit roomse bolwerk Nijmegen was eind jaren zestig, begin jaren zeventig een experimentele politieke en culturele speeltuin geworden van een generatie die paus en kerk inruilde voor Marx, Althusser, Marcuse, Erich Fromm. Dit blijkt ook uit het zojuist uitgekomen boek '70's in Nijmegen. Tien krejatieve aksiejaren', dat hoort bij de gelijknamige tentoonstelling in het Museum Het Valkhof.
In de stad aan De Waal werd je zoals mijn zus orthodox marxistische gelovige, en je leed vrijwillig onder de dictatuur van het driemanschap dat vanaf de Dominicanenstraat 1 (Ons Huis) de SP in het gareel hield (voormalig SP-bestuurder en nu schrijver Koos van Zomeren schrijft er mooi over in de bundel). Maar je kon ook lid worden van een Derde Wereld-studieclub, een pottenclub, een links muziekkorps als "Kladderadatsch", of je kon naar een cultureel-politiek café als O42 of naar een hip muziekcentrum als Doornroosje. Want de bevrijding van de generatie die in de jaren vijftig nog keurig rooms was opgevoed, kende in Nijmegen talloze varianten.
In de prachtig geïllustreerde bundel komen alle vormen van zelfbevrijding uit het Nijmeegse aan bod. Voormalig SUN (Socialistische Uitgeverij Nijmegen)-redacteur Wilfried Uitterhoeve beschrijft bijvoorbeeld prachtig hoe zijn weg naar de vrijheid het 'vulgair marxisme' -- het 'allemaal de fabriek in' van de SP, om 'arbeier' te worden -- uitsloot. Anderen schrijven over de vreugde van de 'anti-autoritaire kresj', van het Kraakpand Dobbelmannklooster, van 'de galerie polit-art'en van nog veel meer linkse wereldverbeterlust in clubverband.
Nijmegen was van rooms reservaat veranderd in een links reservaat voor jongeren. Waarom juist Nijmegen in de jaren zeventig een van de meest linkse, zo niet de meest linkse stad van Nederland werd, is een raadsel dat in dit boek niet opgelost wordt. De overdreven, overspannen geluksverwachting van een generatie die was opgegroeid in het geloof in een hemel met gouden en zilveren lepels zou ermee te maken kunnen hebben. Geluk was iets dat in de toekomst lag, leerde het geloof van mijn vader. In Nijmegen werkte mijn zus met talloze generatiegenoten aan een volmaakte aarde, die natuurlijk nooit gerealiseerd werd. Het is vast geen toeval dat bijna alle voormalige activisten-scribenten in het boek op hun Nijmeegse tijd terugkijken in nostalgisch welbehagen. Het verdriet van Klaas Beuker -- en van mijn vader en de dorpshoofdonderwijzer -- was hun zelfgemaakt geluk.
Jos Palm, redacteur van OVT
Hans Timmermans (samenstelling) '70's in Nijmegen. Tien krejatieve aksiejaren', 171 p., Uitgeverij Van Tilt, E 19,90
